Bucket List

gullfossPenelope en ik trekken op het einde van de maand Mei naar Ijsland, want dat had ik u nog niet verteld. Ijsland potjandorie! Het land van vikings, trollen en elfen, alsook het eiland waar Tolkien de mosterd haalde voor zijn meesterwerken. U had misschien gedacht dat dit Nieuw-Zeeland was, maar dat is enkel te danken aan de geniale regisseur van de LOTR-films. De sagen van Ijsland vertonen dan ook niet toevallig sterke gelijkenissen met de verhalen uit Midden-Aarde.

Nu ik het toch over Ijsland en Nieuw-Zeeland heb: het eerste kan dus binnenkort van de bucket list geschrapt worden en het tweede werd reeds tien jaar geleden doorstreept Het werd aldus zo stilaan tijd om de draad van het reizen weer op te pakken, na jaren van te-renoveren-bakstenen en andere mishaps die een mens geen andere keuze laten dan in zijn kot te blijven.

Staan voorlopig nog te blinken op de bucket list: de Himalaya, Patagonië en de Kilimanjaro, alsook iets minder spectaculaire dingen zoals New England en de Azoren, tot ronduit “exotische” bestemmingen – althans voor mij toch – zoals Antarctica en Noord-Korea, en waar ik niet geheel zeker ben, vooral van dat laatste dan, of ik daar überhaupt ga komen of zelfs binnen mag.

Afin, wat Ijsland betreft zal ik u uiteraard op de hoogte houden van de voorbereidingen – het wordt een kampeertrip (!) – gezien ook ik reeds een schat informatie uit blogs heb gehaald en ik graag mijn ervaringen deel met diegenen die na mij komen.

Ik zie slechts één probleem. Overal waar ik geweest ben wil ik terugkomen en ik vrees dat dit deze keer niet anders zal zijn. Een mens zou twee levens moeten hebben …

PS: ik hoop u al even mooie foto’s mee te brengen :-)

Moe

Tot mijn grote spijt zie ik rondom mij de ene na de andere blog uitdoven, en kom ik tot de vaststelling dat er ook hier al in geen maanden geen letter is neergepend. De goesting is er zelden, en wanneer ze er toch is verwaait ze snel, omdat ik het na ettelijke uren voor een computerscherm niet meer kan opbrengen om nog even wat creatief met letters te wezen. D’ailleurs, mijn creativiteit is sowieso opgebruikt na another day in paradise.

Ik zou hier gezeurd en gezaagd hebben, over de dagelijkse – steeds weerkerende – calvarie, mijn gevechten met windmolens en mijn parels die steevast voor de zwijnen zijn, maar dat wens ik mijn medemens in geen geval aan te doen. Een blog behoort in de eerste plaats plezant of informatief te zijn, of beter nog een combinatie van beide, waarmee ik niet wil zeggen dat er geen plaats is voor wat miserie now and then. Een mens heeft zo al eens behoefte om te kanaliseren, en zo durf ik u nu te vertellen dat zelfs onze bedrijfsarts – en daarna mijn huisdokter – mij met aandrang tot enige voorzichtigheid hebben aangemaand betreffende bovenstaande windmolens, parels en zwijnen.

Waar ik tot voor kort steevast zo naïef was om te geloven dat het allemaal wel beter zou worden en het misschien allemaal aan mezelf zou kunnen liggen, ben ik tot de vaststelling gekomen dat ik nu écht wel opgebrand aan het raken ben en de oorzaken daaromtrent eerder bij het systeem te zoeken zijn. Een aantal recente gesprekken met oud-collega’s – die allen in dezelfde situatie zijn terechtgekomen – deden mij beseffen dat het zo stilaan tijd wordt om met de ratrace te kappen en mezelf geen blazen meer wijs te maken.

Toen ik zeven jaar geleden hoorde dat de firma – waar ik toen, in wel en wee, 11 jaar gewerkt had – op het punt stond om verkocht te worden, dacht ik bij mezelf dat het toch wel tijd werd om plus-est-en-vous-gewijs mezelf te “vervolmaken” en meer “verantwoordelijkheid” te nemen. Zo’n takeover levert trouwens vaak een meedogenloos bloedbad op en met mijn hypotheek in gedachten leek het me veiliger – en leerzamer – om andere horizonten op te zoeken. Ik meende het nog ook, zo helemaal vol van “zingeving” en “dienst aan de samenleving” en goddomme iets opbouwen waar ik later met grote fierheid op zou kunnen terugkijken en de mensen misschien zelfs “merci” gingen zeggen. Ik kan u daarentegen vertellen dat ik, in die zeven voorbije jaren, geen enkele keer met volle goesting naar het werk ben geweest, en waar dat voorheen-  als ik nu terugkijk en vergelijk –  eigenlijk helemaal anders was. Het hielp niet om drie keer van werk te veranderen, en momenteel kan ik deze jaren vooral typeren als zijnde “80% van mijn tijd andermans, en door anderen (moedwillig) veroorzaakte problemen oplossen met een acuut gebrek aan (competente) mensen en middelen”.

De hel van het middenmanagement blijkt dus zeer reëel en niettegenstaande mijn branche te kampen heeft met een moordende concurrentie, lijkt veel te herleiden tot een door en door verrotte bedrijfscultuur waar de belangen van kleine groepjes en/of individuen op de eerste plaats staan. Ik vraag mezelf af waar ik ooit de energie vandaan haalde om deel te nemen aan ellenlange assessments (saai, waardeloos en enkel en alleen om psychologen aan een job te helpen) waar ik reeds wist dat de begeerde job al intern toegewezen was, en ik meende dat ik een echte kans maakte, want met een CV zoals het mijne moést ik wel uitverkoren zijn – U weet wel, the right man on the right place en andere zinsverbijstering. Ondertussen heb ik echter geleerd dat de “leuke” banen, met veel bevoegdheden, veel armslag, veel delegeringsmogelijkheid and lots of businesstravel worden verdeeld onder de “old boys” en hun paladijnen, en de “moeilijke” jobs, die niemand wil wegens te lastig, teveel ellende en teveel “echte” verantwoordelijkheid, worden aangeprezen aan buitenstaanders als zijnde “ the opportunity of a lifetime”. Het is dan ook nooit echt de bedoeling dat je iets verandert; een – beschonken – topman van een gekend bedrijf vertrouwde me ooit toe dat bepaalde middenmanagementjobs in de sector een groot verloop kennen omdat de kandidaten steevast stuk lopen op dat knagende en gekende gebrek aan mensen, middelen en samenwerking, maar dat dit ook geen probleem is gezien men enkele continuïteit verwacht en dit aan een zo laag mogelijke kost (lees: als de ene onnozelaar niet meer kan, nemen we gewoon een andere naïeve onnozelaar in dienst, en die moet ons nog dankbaar zijn ook).

Dit soort van mentaliteit is trouwens typerend voor de zogenaamde bedrijfspsychopaten en -sociopaten die, afhankelijk van de gebruikte parameters, tot 4% kunnen uitmaken van het leidinggevend personeel binnen een bedrijf. De ene heeft dit soort trekjes al wat meer dan de andere. Soms lijkt het wel dat in mijn sector die getallen nog iets hoger liggen – waarom kwam ik er al zoveel tegen? –  en wellicht heeft de inherente glamour en glitter van mijn branche, althans zo ziet de buitenstaander dat, hier een en ander mee te maken.

Vaak zie ik mensen, die zich in weinig bijzonders onderscheiden, binnen de kortste keren oprukken naar de hogere rangen alwaar zij snel enorme schade aanrichten. Vaak wordt er dan achteraf bespaard bij de lagere echelons en is het aan ondergetekende en lotgenoten om de schade te beperken en/of grote schoonmaak door te voeren. Daar word ik trouwens, door bovenstaande creaturen, geloof het of niet, vaak om geprezen: ik heb niet alleen de vakkennis maar ben tevens iemand die de boel aan het draaien houdt, en het is uiteraard bijzonder handig om dat soort volk in dienst te hebben. Dat ik – en andere ervaringsdeskundigen – stilaan onder de moordende werkdruk bezwijken zal hun worst wezen. Er is steeds iemand anders die in de val trapt en misschien is die persoon zelfs goedkoper!

Dat ik nooit zelf deze weg ben opgegaan heeft alles te maken – en hier ga ik weer de goedgelovige toer op – met “eergevoel” en “’s avonds nog in de spiegel kunnen kijken”. Ik ga dus nooit, ook niet met mijn achtergrond, ervaring en competenties, deel uitmaken van een directie, en ik ben daar ook absoluut niet meer rouwig om. Met integriteit en vakkennis ben je immers een grote bedreiging voor de gevestigde waarden en ik mag dus al blij zijn dat ik momenteel een job heb.

Zoals ik stelde heb ik voor mezelf beslist om toch (deels) uit deze ratrace te stappen, in de eerste plaats voor mijn gezondheid, maar ook al omdat ik het simpelweg beu ben om aan de grillen van een giftige bedrijfscultuur te voldoen. Ik ben dan ook al een tijdje op zoek – ik blijf me uiteraard voor de volle 100% geven; eergevoel weet u wel – naar een andere baan. Weliswaar in mijn bedrijfstak gezien dit steeds mijn “lange leven” zal blijven, maar ik neem zonder probleem een stap terug, lever zonder schroom wat salaris in en zoek terug iets in de “eerstelijnszorg”, wat ik vroeger deed, en eigenlijk met plezier, en waar ik met graagte de problemen zal oplossen die zich door force majeure stellen en niet door een of andere (moedwillige) nalatigheid. Of geef mij een project met veel cijfers waar ik mij nerdsgewijs in kan uitleven, en waar ik helemaal alleen voor verantwoordelijk ben, en ik zal wellicht een stuk gelukkiger zijn. Ook daar hang ik aan een puppeteer vast, maar ik zal er tenminste minder last van hebben.

Toch kan ik u ook goede tijdingen vertellen: Penelope en ik gaan nog eens op vakantie, en dat over de wijde plas en zelfs – voor het eerst in jaren – langer dan één week. Ik stel voor dat ik u de volgende keer over dat schone vooruitzicht schrijf!

De eindejaarsvragen!

In een poging om deze – in slaapmodus vertoevende blog – wat nieuw leven in te blazen, ga ik mij, traditiegewijs, nog eens wagen aan de eindejaarsvragen. Het is ondertussen al van september geleden dat ik hier nog een woord heb neergepend, en dat is enkel en alleen te wijten aan lichte aversie van beeldschermen, daar waar ik hele dagen achter zo’n zelfde lichtbak zit en tegelijkertijd de parels oppoets die toch maar voor de zwijnen zijn bestemd. Daar waar ik u al het beste voor het nieuwe jaar toewens, wens ik mezelf dus vooral een frisse dagdagelijkse bezigheid toe, die maakt dat ik met plezier de dagelijkse boterham ga verdienen.

Maar laten we maar meteen van wal steken met de eindejaarsvragen!

Wat vindt u de belangrijkste gebeurtenis, evolutie of trend van het voorbije jaar?

Persoonlijk: mijn stamcafé dat definitief de deuren sloot! De laatste échte bruine kroeg van deze stad, waar zowel de “kostuums” als de brave arbeider broederlijk aan de toog zaten, waar er nog gemoedelijk kon gepraat worden bij klassieke- of filmmuziek zonder uzelf schor te schreeuwen, waar het stof, de oude gazetten en de plakkerige toog werden goedgemaakt door de keuze aan 600+ biermerken,… het is niet meer… Daarentegen komt er met wat geluk een doorstart op een andere locatie en het zal nodig zijn. Wij – de toogfilosofen van dienst – lopen helemaal verloren….

Algemeen: dat zelfbenoemde progressieven steeds driester worden in hun bedreigingen tegenover iedereen die het niet met hun eens is of er een andere mening op nahoudt. Meer nog, dat het begrip “democratie” voor sommigen enkel telt wanneer hun standpunten uitgevoerd worden en dat alle middelen goed zijn om de boel te saboteren wanneer men zijn zinnetje niet krijgt.

Wat vindt u het beste en wat het slechtste radio- en /of tv-programma van 2014?

Radio: nog steeds een hevige blootstelling aan Q-music. Ik overweeg klacht in te dienen bij het internationaal strafhof. Hautekiet des ochtends op de heenweg naar het werk, en Klara of StuBru op de terugweg, kunnen daarentegen op mijn volledige goedkeuring rekenen.

TV: Game of Thrones blijft goed en ik ben een fan geworden van “The Big Bang Theory”. ‘t Is maar dat u het weet. Voor de rest is er niets blijven plakken van de vaderlandsche TV.

Wat is het beste boek dat u in 2014 gelezen hebt, wat is de beste film die u hebt gezien, wat het beste toneelstuk en/of concert, en wat is uw favoriete cd van dit jaar?

Boek: vooral veel herlezen uit oude en vervlogen tijden, waaronder Timmermans, Claes en Van der Hallen, maar momenteel bezig in een puike bio van Churchill. De nieuwe vertaling en herziene uitgave van “Oorlog en vrede” ligt ondertussen nog steeds te wachten op tijd (en goesting).

Beste Strip: de nieuwe van Blake en Mortimer uiteraard; “De Staf van Plutarchus”

Film: zeer genoten van “Her” waarin Scarlett Johansson met verve de stem van een Operating System vertolkt. Deze dame was trouwens ook best te pruimen in “Lucy” en “Under the skin” (aanradertjes!) daar waar ik vroeger dat dit een zoveelste blonde bimbo was. Ik heb me deerlijk vergist. Ook een aanrader: “Calvary” (het moet niet altijd om te lachen zijn)

Toneel: de vakbondsafgevaardigde in ons bedrijf, die net “ziek” wordt wanneer er een stakingspiket – in de bijtende kou – dient opgezet te worden.

Concert: mijn dorpsfanfare uiteraard, ook al omdat ik geen andere concertzalen van binnenuit heb gezien :-)

Muziek: Hm. Ik herinner mij een paar nieuwe nummers van The Foo Fighters en onze eigenste “Intergalactic Lovers” maar voor de rest toch niet echt iets wereldschokkend gehoord.

Wie wenst u wat toe voor 2015 (ten goede of ten kwade)?

Aan diegenen van slechte wil vooral veel jeuk op moeilijk bereikbare plaatsen, navelverzakkingen en schubbengroei, maar de talrijke mensen van goeie wil – die zijn er nog – wens ik vooral veel plezier en geluk toe, en dan zo van het soort dat op iedereen afstraalt. Beter kan je het niet hebben! :-)

Surplacen

CharlesBukowskiFactotumSeezesmarante! – om eens een geweldig oudbakken bastaardvloek te gebruiken – waar hebt gij gezeten Middernachtsdromer? Zijt gij verzopen in deze verzopen zomer of hebt gij u teruggetrokken in een of andere afgelegen boshut?

Geen van beide beste lezer (of althans diegenen die overblijven). Ik ben gewoon … bezig geweest met mijn dagdagelijkse noeste arbeid en maar ook met contemplatie over hoe het met die noeste arbeid verder moet. Waar ik – na twee jaar – tot de vaststelling kom dat mijn inspanningen ter zake slechts parels voor de zwijnen zijn en mijn directe leidinggevende er zelf ook al de brui aan heeft gegeven voor dezelfde reden, ben ik zo stilaan aan het uitkijken naar andere oorden en frisse ideeën.

Eén sollicitatie, waar ik nochtans veel van verwachtte en me op het lijf geschreven stond, bleek op niks uit te draaien omdat de open positie ronduit bogus bleek (men had a lang een intern iemand voorzien, maar voor de vorm mag je toch even langskomen), en dus blijft het nog even verder neuzelen. Niet dat de jobs in mijn – zeer gespecialiseerde sector – dik gezaaid zijn, maar ik kan het nog wel even verder uithouden tot de juiste gelegenheid zich voordoet.

Daarentegen ben ik er tot nu toe steevast in geslaagd om, bij het zoeken naar een nieuwe job, op zijn minst één bron van ergernis weg te werken. Met het aansturen van grote(re) groepen mensen – die in feite een broertje dood hebben aan werken an sich – heb ik het wel even gehad. Als ik opvoeder wou worden had ik vroeger wel een andere richting gekozen. Afin, ik heb wel zo’n paar ideeën waar het naartoe moet en de lobbymachine begint stilaan op volle toeren te komen.

Het is dus eventjes surplacen en nog even doorbijten, maar we komen er wel!

Nogmaals over ‘t water

Wij waren eigenlijk totaal niet voorbereid op de wandelingen die ik voor ogen had. Voor zover ik wist waren het daar in Exmoor vooral gezellig glooiende heuvels, en het predikaat “difficult” wat ik op een aantal wandelwebsites vond deed ik af als ronduit “jeanetterij”.  Was dat even schrikken toen we tot de vaststelling kwamen dat we niet alleen met een serieuze hellingsgraad te maken kregen (+25% is daar heel normaal) en dat constante stijgen en dalen fel in de kuiten beet.  ’t Was dus toch niet helemaal gelogen van die moeilijkheidsgraad.  In feite was dit stukje van onze wandeling een eerste kennismaking met het wandelen in Engelse natuurparken en aldus een voorbereiding op de beruchte “Coast-to-Coast” die ik in de nabije toekomst achter de kiezen hoop te hebben.

Opdracht geslaagd, en bijzonder tevreden over de goed onderhouden en uitgestippelde paden in wonderlijk natuurschoon, alhoewel het gebruik van een stafkaart en een gps toch niet bepaald een luxe is. Dit is het land waar “rambling” een van de nationale sporten is en met zo’n keure aan natuurparken is dat alleszins niet verbazend. Dit smaakt wel degelijk naar meer!

Van smaken gesproken: gezien de Britten schijnbaar goed opgelet hebben tijdens de vloedgolf van kookprogramma’s van Jamies en andere Olivers, viel het eten al bij al – althans voor onze verwende Bourgondische magen – best mee.  Niet echt verfijnd, maar we waren niet naar ginder gekomen voor het eten (dan zouden we pas met meewarige blikken te maken gekregen hebben…)

Maar dan heb ik het nog niet gehad over de accomodatie.  Gezien hotels ook daar best prijzig zijn, opteerden we voor Bed-and-Breakfast-toestanden die goed meevielen qua prijs en bovendien een stuk gezelliger waren dan steriele hotels.  Dat ik des ochtends mijn tafel moest delen met wildvreemden, die dan bovendien allemaal een praatje willen maken, maakten dat dit – mysantroop zijnde – niet echt mijn favoriete onderdeel was, doch Penelope nam gelukkig een groot deel van de honneurs waar, zodat ik mijn aandacht vooral aan het Full English Breakfast kon wijden (ja, wij lusten dat).  Op en top vriendelijke en gedienstige landladies daar in de Engelse jungle, tenzij misschien dan de eerste, die nét een beetje teveel haar best deed, zodat ik al snel doorhad dat ze wellicht fakete, maar deze dame was dan ook afkomstig uit Londen.

Van Exmoor ging het naar Bath, gezien een stuk cultuur nooit geen kwaad kan, om nog maar te zwijgen van de kans tot shoppen, die achteraf gezien mij meer ten goede kwam dan Penelope (meestal is het andersom) en zo komt het dat ik helemaal naar Engeland moest om een paar goede jeans in de solden te kopen.  Het nuttige aan het aangename gepaard, en aangenaam was deze stad zeker.  Laten we zeggen dat dit stadje de allures heeft van een grootse metropool – inclusief kuddes wild fotograferende Japanners en Chinezen – maar bizar genoeg geen greintje gezelligheid heeft verloren.  Quite liveable dus. Lang zijn we niet gebleven en we hebben ook maar de highlights van deze stad meegenomen, doch ik mag zeggen dat ik aangenaam verrast was.

Laatste stop op deze reis  – na een ommetje via Avebury – waren het Royal Navy Museum in Portsmouth – de moeite, ook indien gij niet van zeilschepen houdt – en het Weald and Downland Open Air Museum, een soortement Bokrijk, maar dan eerder in de Tudorperiode gespecialiseerd, want de history buff in mezelf wou ook nog iets.  Gezien deze reis gemarineerd werd in stralende zonneschijn en dit mijn eerste “langere” reis was in het ravissante gezelschap van Penelope, kan ik u vertellen dat ik meer dan tevreden was over deze trip.

Toen ik – eilaas! – terug begon te werken heb ik bovendien nog een nieuw record gevestigd.  Daar waar ik bij vorige werkgevers binnen een tweetal uurtjes na terugkomst mijn vakantiegevoel kwijt was, duurde het dit keer slechts een kwartier alvorens ik hoopte om zo snel mogelijk terug op vakantie te mogen.  Maar dat is een ander verhaal :-)

Over ‘t water

Porlock4We zijn naar Engeland geweest.”

Wenkbrauwen fronsten, en ze meenden meteen dat ik een grapje maakte. Niet moeilijk in een bedrijf waar zowat de hele bende voor een tweetal weken Het Laatste Nieuws gaat lezen in een all-in in Torremolinos, maar we zijn er dus echt voor een weekje tussenuit geweest en dit naar een van de uithoeken van het fiere Albion.

Het leek er even op dat deze trip, waar ik – deerlijk overwerkt – lang naar uitgekeken heb, op het laatste nippertje gejinxt leek te worden. Het was een laatste hectische week voor de vakantie, waar ik, tussen soep en patatten, trachtte om een en ander in te pakken, de zaken te regelen op het werk voor mijn afwezigheid, en bovendien nog met de wagen naar de autokeuring moest om zo maar eens wat op te noemen. Laat ik nu net, op weg naar die keuring, een of andere zonderlinge motorstoring hebben, waardoor er onmiddellijk allerhande doemscenario’s door mijn kruin begonnen te spoken, en dat met een strak geregisseerd schema waarbij ik de volgende dag met diezelfde wagen op de autotrein diende te geraken.

Gelukkig zijn er nog garages waar ze u meteen proberen te helpen en toch al tenminste de boel eens uitlezen, om dan laconiek te horen te krijgen dat het wel een of andere glitch in de elektronica zou geweest kunnen zijn en ik in principe met gerust gemoed kon vertrekken gezien de wagen plots prima in orde leek. U kan begrijpen dat ik nadien met een klein hartje alsnog naar de keuring reed – met vlag en wimpel geslaagd – en de ochtend nadien, met een even ongemakkelijk gevoel in Calais aan de Eurotunnel arriveerde.

(of dat probleem met mijn wagen nog terugkomt zien we dan wel later. Ondertussen draait hij terug als een tierelier)

Dolletjes daar, aan Le Tunnel, alwaar nummerplaatherkenning er voor zorgt dat je als een fluitje van een cent kunt inchecken en je een uur later met je hele hebben en houden het kanaal “ondersteekt”. Ook daar was ik er niet helemaal gerust op, gezien ik eigenlijk niet echt wist wat ik aan de andere kant kon verwachten qua rijplezier (?). Ik heb reeds meermaals met een “linkse” wagen links gereden, maar met een “rechtse” wagen, en dan nog mijn eigen vehikel, mezelf tussen de Engelse Petrol Heads wagen leek me toch iets om met grote voorzichtigheid tegemoet te kijken. Gelukkig was er Penelope, die niet alleen de routeplannetjes en de GPS in het oog hield, maar me er vooral op wees om vooral links te houden.

Dat links rijden met een “rechtse” wagen bleek enorm goed mee te vallen en went snel, zeker op de motorways, maar ik moet toch kwijt dat ik me – op de gewone wegen – bijzonder diende te concentreren. Op het gebied van de staat van (snel)wegen hebben we alleszins niets te leren van de Engelsen; lapwerk allerhande en potholes galore maakten dat ik me snel thuisvoelde, ook al reed ik aan de verkeerde kant van de baan. Eenmaal de snelweg verlaten begon het pas helemaal interessant te worden met smalle verbindingswegen, afgezoomd met metershoge hagen, en waar amper twee postkoetsen naast elkaar kunnen passeren. No margin for error, en dan ben ik nog niets een begonnen over de ronde punten, waar ze u in de UK mee doodgooien. Die mensen hebben zelfs een rond punt op de overloop om van de slaapkamer naar het toilet te gaan. Best even opletten dus.

Zo kwamen we na een lange dag aan in Porlock, een negorij aan het Bristol Channel op een boogscheut van Wales, en de perfecte uitvalsbasis voor een paar stevige wandelingen in het Exmoor National Park. Een énig dorpje, Porlock2zouden de Nederlanders zeggen, en dit was inderdaad het prototype van het rustig ingeslapen Victoriaans dorpje met (alweer) erg smalle en bochtige wegeltjes, typische cotttages en braaf vriendelijk volk. Afin, “Merry Old Englandtout-court, ver weg van de overbevolkte en politiek correcte Britse steden, en aldus het soort van dorp waar Gromit (die van Wallace) in de schenen bijt van Postman Pat en die laatste dat – zich duizendmaal verontschuldigend – helemaal niet erg vindt. Bizar genoeg hebben we een hele week stralend weerPorlock1 gehad, en dat lijkt wel iedere keer het geval te zijn wanneer ik het kanaal oversteek. Ik lijk dus een goed effect te hebben op het Britse klimaat, doch wellicht maak ik mezelf dat maar gewoon wijs.

Hoe het verder gaat, en hoe onze B & B beviel, vertel ik u graag de volgende keer!

 

Teloorgang

geslotenHet was alweer een jaar geleden dat ik de fiets nog eens van onder het stof had gehaald. Toen kwamen we – een aantal kameraden van weleer uit het dorp – op het lumineuze idee om een “staminee-toer” per fiets te organiseren, en dan meer bepaald een ritje langs de adressen waar we als jong geweld de toog onveilig maakten. Gezien we verleden jaar tijdens de zomermaanden afgesproken hadden en als dusdanig voor een aantal cafés met bordje “gesloten wegens jaarlijks verlof” kwamen te staan werd voor de maand juni geopteerd met het idee dat we dan tenminste niet voor gesloten deuren zouden staan.

Het werd, zoals verleden jaar, een tour-de-nostalgie waarbij we hoopten om nog even de sfeer van vroeger te kunnen opsnuiven. De goeie (?) oude tijd waarin we steevast, per fiets of te voet, een aantal kroegen afschuimden, in ons dorp en de parochies daarrond, om pas tegen twaalven – en reeds goed “geladen” – op het eindpunt van de avond aan te komen wat dan meestal een of andere fuif van een jeugdvereniging was, waar je dan vaak geen ingang meer moest betalen.

Het was ons daarentegen – en wellicht uzelve – reeds opgevallen dat meer en meer cafés de deuren sluiten, en dat op nog geen twintig jaar tijd, en zodus wordt het tegenwoordig even zoeken en plannen in functie van de etablissementen die nog open zijn.

Had het te maken met de voetbalmatch van dit weekend? Veel cafés waren gewoonweg gesloten, en in de paar plaatsen waar het licht nog brandde, kon je de stamgasten op de vingers van twee handen tellen. Een waard wist ons te vertellen dat het tegenwoordig niet veel soeps meer is op zaterdagavond en het dus niet specifiek aan het voetbal lag; integendeel, dat was vroeger net een reden om naar de kroeg te versassen. Meer nog, rond elven zijn de deuren meestal gesloten, wegens te weinig volk op de straat. Een zwaar contrast met twintig jaar geleden, toen je op een doorsnee zaterdagavond, ergens ten velde in het centrum van de parochie, meestal drukbeklante cafés trof waar iedereen, van jonge snotneus tot ouwe grijsaard in een gezellige sfeer “op zijn pinten ging”.

Schijnbaar ligt het aan de prijs van het bier, waardoor iedereen thuis drinkt, de rookwet (tja) en de veranderde mentaliteit – laat ik het maar de voortschrijdende individualisering noemen – die maken dat de meeste mensen het dorpscafé links laten liggen. En dat voor een bierland… Misschien moet er maar eerst iets gebeuren aan de bierprijzen, en misschien moet er nog eens een “jaar van het dorp” georganiseerd worden.

Ik vind het alleszins een zorgelijke evolutie, want verliest het dorp zijn ziel niet wanneer het laatste café gesloten is?