Ijsroom

In de jaren zeventig, toen de zon steeds scheen en het woord crisis nog met een “k” geschreven werd, hadden we bij ons in het dorp nog zo’n echte oude dorpswinkel. Zo eentje waar werkelijk alles werd verkocht, en de huisvrouwen (alle vrouwen dus), ’s zondags na de hoogmis (want toen ging iedereen nog naar de mis), stonden aan te schuiven voor de wekelijkse boodschappen en ondertussen profiteerden om het “journal parlé” van de winkelierster mee te pikken, want zo bleef een mens, in tijden waarin sociale media nog ver weg waren, op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Er was ook nog een winkelier, maar dat was een eerder stille man die braaf de orders van vrouwlief uitvoerde en vooral dacht aan de jenevers die hij dezelfde ochtend ging serveren – én degusteren – in het “zwarte” café dat in de achterkeuken werd georganiseerd voor een select groepje ouden van dagen. Hij was bovendien diegene die het fel vermaarde ambachtelijke ijsroom klaarmaakte dat na de middag snel uitverkocht was.

Een geheim recept van zijn moeder zaliger, en nog daterend van voor de oorlog (handgedraaid!) en dat aan geen mens verklapt zou worden. Slechts beschikbaar in twee smaken, vanille en chocolade, tenzij er – in het seizoen – teveel aardbeien in de moestuin stonden en er dus af en toe aardbeienijs beschikbaar was. Enorm lekker ijs, waar ik als klein ventje, na het middagmaal, voor naar de winkel werd gestuurd, en mezelf repte om zonder al teveel smeltgevaar thuis te komen met de horentjes en galetten die verpakt waren in blauw-wit geblokt papier.

Het was dan ook een half drama toen ons dorp halfweg de jaren tachtig werd getroffen door een zware overstroming en het antieke koeltoogje de geest gaf, samen met de goesting om nog langer zelf ijs te fabriceren. Toen mijn moeder jaren geleden zelf een ijsmachine kocht, en bovendien prima roomijs maakt, heeft ze desalniettemin geprobeerd om het beruchte recept te pakken te krijgen, waarbij deze vraag iedere keer werd afgewimpeld met “dat moet nog ergens opgeschreven staan, maar ik weet niet waar ik het heb achtergelaten”. Ons maak je niet wijs dat de winkelier het recept na tientallen jaren niet vanbuiten kende, en we besloten dan maar dat hij het “geheim” voor zichzelf wou houden, wat de herinneringen aan dat befaamde ijs alleen maar mythischer maakten.

Hij stierf in hetzelfde jaar als mijn vader, en ook zijn vrouw maakt nu deel uit van hetzelfde weduwen-koffiekransje als mijn eigenste moeder. Een tijdje geleden kon mijn ma dan toch niet aan de verleiding weerstaan om toch nog eens te vragen hoe het zat met dat fameuze recept.

“Oh, maar dat was een kant-en-klaar product van een of ander fabriekje dat in blikken potten werd aangeleverd. Hij moest er enkel melk aan toevoegen en de boel in de ijsmachine laten draaien. En dat fabriekje is er mee gestopt, toevallig net na de overstroming.”

Lap, weeral een schone jeugdherinnering die brutaal de nek wordt omgewrongen…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s