Over het water

Groot-Brittannië is – mijn inziens – een van de meer interessantere plekken ter bezichtiging op deze aardkloot, tenzij ge enkel geïnteresseerd bent in exotischer bestemmingen, maar laat dat nu nét niet mijn drijfveer zijn om de valiezen te pakken. Ik schreef u reeds vroeger dat ik in vorige levens meermaals het genoegen had om op Hare Majesteits landerijen te verblijven, zij het enkel om den brode, voor zeer korte periodes, en dan voornamelijk op luchthavens, alwaar ik des ochtends per vliegtuig arriveerde (logisch; met de tram zou onnozel zijn) en reeds dezelfde avond, na mijn ding gedaan te hebben, huiswaarts keerde. Er was wel die zeer deugddoende vakantie op de Kanaaleilanden, maar da’s not really Merry England. Schandelijk is dat. Ge werkt heelder dagen samen met Angelsaksen, zodat ge zelfs hun accent begint over te nemen – of iets wat er op lijkt – en ge komt, eens ter plaatse, amper buiten, tenzij dan om rap eens een luchtje te scheppen en er eentje op te steken of omgekeerd. Ge hebt op dat moment geen tijd om de omliggende parochies te bezoeken, en desondanks ben ik best wel aardig op de hoogte van de Britse geplogenheden en gewoontes, maar heb – by Jove – nog nooit een poot gezet in Londen, tenzij dan op de luchthavens van deze – naar horen zeggen – aardige stad.

Het werd hoog tijd om deze schandvlek van mijn voorhoofd te wissen en vandaar hebben mijn vriendin en ik – laat ik haar voortaan Penelope noemen om in de Engelse sfeer te blijven – het voornemen om naar Londen te gaan omgezet in concrete daden. Het ware logisch geweest om net zoals weleer met het vliegtuig naar dat very convenient luchthaventje in het midden van de stad te vliegen, maar de tijden van de quasi gratis stand-by tickets, althans voor die bestemming, is – eilaas! – voorbij. Gezien Penelope en ik zotternijen in verband met het budget wilden vermijden is het aldus de overgesubsidieerde boemel geworden die ons een stuk goedkoper naar de overkant bracht.

highgatecemetery

Highgate Cemetery

Ge zult u wellicht afvragen – of niet – wat ik daar zoal heb uitgevreten, gezien u ondertussen wel door heeft dat ik niet tot het doorsnee type toerist behoor die in bermudashort en hawaïhemd steden onveilig maakt, gewapend met de immer in aanslag zijnde camera. Penelope ook niet trouwens (uiteraard, ’t zou anders niet zo goed boteren). Mij gaat ge niet zien tussen de horden toeristen die de usual points of interest bezoeken, maar eerder off the beaten track. Een moeilijke opdracht, zeker in zo’n wereldstad, maar vooral dan omdat de de populaire attracties in deze stad uitpuilen van de historie, en dat kan een geschiedenisliefhebber, zoals ondergetekende er eentje is, bezwaarlijk ontwijken. Van horen zeggen en lezen had ik mijn zinnen gezet op Highgate Cemetery en de Churchill War Rooms. Het eerste een overwoekerd en in “gecontroleerd verval” zijnde Victoriaans kerkhof alwaar de zombies zo uit de graven lijken te komen (een aanrader!) en het tweede een bunker van waaruit de Battle of Britain werd gecoördineerd en die recentelijk werd geopend in quasi oorspronkelijke staat (wederom een aanrader voor de history buffs onder ons). Penelope, die reeds een habitué van de stad geworden is, had het dan weer eerder begrepen op een collectie verborgen doch fraaie tuinen die her en der in de stad te vinden zijn voor diegenen die lang zoeken, alsook de inslag van enige Britse artikelen die een vaste waarde zijn geworden maar bij ons onvindbaar zijn. Het werd aldus een zeer vruchtbaar en opmerkelijk lang weekend, en dat naar ieders tevredenheid.

De iets kritischer toerist – understatement – zijnde, hou ik me vaak ook gewoon bezig met observeren. Gadeslagen en indrukken opdoen. Tout court. Zo kwam ik tot de vaststelling dat er in Londen slechts 3 soorten mensen rondwaren: toeristen, iedere vijf voet kom je ze tegen en ik heb nog nooit zoveel Nederlands horen praten op reis, forenzen (er wordt daar ook gewerkt) en het volk dat u bedient in uw bezigheden. Waar die laatsten vooral van Oost-Europese of Pakistaanse – of zoiets- origine zijn, en de pendelaars vooral van buiten de stad komen, om nog maar van de toeristen te zwijgen, vroeg ik me af waar de “echte” Londenaars waren gebleven. Ge weet wel, diegenen die Cockney praten en zo. Ik heb hard moeten zoeken, en soms kon ik er eentje ontwaren, bijvoorbeeld naast mij in de – uitermate efficiënt georganiseerde – metro (mind the gap!). Ofwel waren ze gekleed in trainingsbroek en voetbaltruitje (de mannen) ofwel droegen ze een legging en voetbaltruitje (de vrouwen quoi), waar dat onderscheid trouwens niet altijd even duidelijk is. Dat ze uit Londen komen wordt alras duidelijk wanneer ze tegen elkaar praten en ge een alleraardigste vorm van Engels capteert waarbij er haast geen medeklinkers worden uitgesproken, en enkel nog tongklikken ontbreekt om even verward te denken dat ge een of ander dialect van de Bosjesmannen hoort, hoe goed ge ook overweg kunt met the Queen’s English. Misschien heeft het ontbreken van “echte” Londenaars te maken met het feit dat het ginds pokke, maar dan ook pokkeduur is. Dat is dan het nadeel van de navel van de wereld te willen zijn. Als ge aldus eens flink spreekwoordelijk achterover wil vallen nodig ik u uit om ginds eens in de vitrine te kijken van een immobiliënkantoor. Ge zou voor minder verhuizen.

secretgardens

Secret Gardens: St Dunstan-in-the-East

Wanneer ge – zoals wij – profiteert om ginds enige hebbedingen te kopen doet ge dat dus niet voor de prijs, maar eerder omdat men in Londen vaak “andere” dingen verkoopt, of omdat ze ginder reeds ietwat voorop zijn, en men zelfs al eens durft om een trend te zetten. Zo meende ik zelf een trend te ontwaren – corrigeer me wanneer ik hopeloos achterop ben; dat gebeurt wel vaker – in al die snotneuzen die de fototoestellen van hun vaders en grootvaders hebben gepikt en terug plaatjes op pellicule schieten. Zelf doe ik maar alsof, en de hier aanwezige foto’s zijn geschoten met mijn slimme telefoon en bijgewerkt met bijhorende app om het allemaal een beetje meer arty-farty te doen lijken. Ook ik heb mijn zwakheden, maar het oogt wel aardig.

Vermeldenswaardig was ook die ontmoeting met een verdwaalde Antwerpenaar, toen we, maar dan vooral ikzelve, een aantal Britse cask ales (ik kan dat gerust drinken) aan het sampelen waren, en per toeval aan de praat raakten. Het scheelde niet veel of het was een zeer filosofische namiddag geworden – toevallig waren we alle drie in een zeer filosofische bui – ware het niet dat we nog dringend een en ander moesten vinden om te eten, en waar ik terloops kan vermelden dat er best te vreten viel. Althans voor die prijzen. Afin, het viel me vooral op dat de man in kwestie, die reeds 30 jaar in de UK woonde, moeite had met Nederlands, maar zijn Antwerps totaal niet vergeten was. Hij klonk zoals Nigel Williams klinkt, en aldus stel ik vast dat de integratie van de twee kanten op net dezelfde manier werkt. Interesting. Very interesting. Maar dit geheel ter zijde.

bigbenOm te besluiten, kan ik stellen dat deze korte reis best meeviel, meer dan meeviel zelfs, en alhoewel ik niet bepaald lyrisch wordt van deze stad, vind ik ze toch intrigerend. Meer dan voldoende om van dit soort bezoeken een gewoonte te maken. Niet iedere week uiteraard, en de volgende keer graag zonder boemel, want ik heb iets tegen treinen, maar dat is een ander verhaal.

Advertenties

5 thoughts on “Over het water

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s