Het smaragdgroene eiland

Op een kort (werkgerelateerd) toertje over de grens na, was het alweer meer dan anderhalf jaar geleden dat we nog eens op reis waren geweest. Er waren wel wat wilde plannen om het vliegtuig te nemen om – al was het maar eventjes – het woord staycation niet te moeten aanhoren, maar toen wisten we nog niet dat het wereldwijd wel erg stroef loopt met de vaccinatiecampagnes en vooral met de wederzijdse erkenning van vaccinatiebewijzen. Aldus bleef de keuze beperkt tot continentaal Europa en gezien de situatie kunnen beggars geen choosers zijn. Daar Penelope nog nooit in Ierland was geweest en ik nog eens goesting had om links te rijden, was de keuze dan ook snel gemaakt. De tarieven voor de ferry naar Dublin waren bijzonder gunstig en ik had bovendien nog een ontwerp voor een Iers roadtripje ergens onderaan in de schuif liggen. Half september was het zover.

Gold Beach (Arromanches, overblijfselen van Mulberry haven)

Gezien de ferry vertrekt uit Cherbourg waren we reeds een dag op voorhand vertrokken omdat het anders toch écht wel racen tegen de klok zou zijn. Om het nuttige aan het aangename te paren brachten we aldus de nacht door in het charmante stadje Bayeux (jawel, van dat tapijt) en konden we de dag nadien nog een en ander meepikken van de D-day invasiestranden (blijft indrukwekkend). Het was een flinke overtocht (19u!) met de ferry alwaar ik met veel goesting aan de eerste van veel Guinnessen begon, terwijl we doorheen de ramen de kanaaleilanden zagen voorbijschuiven en ik mezelf herinnerde dat ik ook nog eens opnieuw die kant op wil. De nacht viel best mee (de oceaan/zee was zo plat als een biljartlaken) en zonder al te veel oponthoud reed ik die morgen de ramp af om meteen in de Dublinese ochtendspits te rijden. Het is dan vooral flink opletten gezien Waze u alle richtingen uitstuurt en dan nog in een stad waar ge aan de verkeerde kant van de straat aan het rijden bent.

Trinity College Library

Over Dublin valt veel te zeggen, behalve dan dat het niet echt een grootstad is en qua attracties zullen er wellicht mensen zijn die op hun honger blijven zitten. De stad trekt mijn inziens eerder het soort toeristen aan die het begrepen hebben op (vaak) kleffe folklore en zogezegd authentieke pubs (niets mis mee trouwens) niettegenstaande je wel degelijk een aantal oerdegelijke museums (om zo maar iets te zeggen) in de stad kan terug vinden. Ik had de meeste van de “highlights” (Guinness storehouse ed.) al gezien op vroegere trips, maar was er nog niet aan toegekomen om de Trinity College Library te bezoeken (en het Book of Kells) wat voor mij zowat het hoogtepunt is van de bezienswaardigheden in deze stad, en bovendien flink de moeite ook. De bibliotheek zelve zou niet misplaatst zijn in een Harry Potter film. Wat me in deze ook opviel was de toegenomen marginaliteit en smerigheid van de stad (heeft Corona hier iets mee te maken gehad?), maar dat werd goedgemaakt door de vriendelijke mensen en mijn favoriete adresje (The Bank on College Green) waar het immer goed eten is. De laatste keer dat ik in Dublin was bezochten we het hierboven vermelde Guinness Storehouse en zag ik – vanuit de panoramische bar – groene heuvels in de verte liggen. Het waren die groene heuvels, de Wicklow Mountains en zijn nationale park, die voor de volgende dag op het programma stonden.

Spinc Trail, Wicklow Mountains

Het is dan ook een verademing om het doolhof van Dublin (Waze was weeral in form) achter te laten en snel in een streek terecht te komen die sterk deed denken aan delen van de Schotse hooglanden en zelfs een beetje aan de Ardennen. Bijzonder mooie streek, waar er flink te wandelen valt en wij ons ophielden rond Glendalough, wat zowat het centrum is voor de outdoors-activiteiten in deze streek. Aan te raden is de Spinc Trail, die een knap panorama biedt van de streek, en voor de fijnproevers is er de Ballinastoe Woods Walk, die niet zo eenvoudig te vinden is, maar wellicht een goede inspiratie zou zijn voor een hoofdstuk in een of ander fantasy-epos. Ik raad u daarentegen ten stelligste af om de hoogste waterval van Ierland te bezoeken die daar ergens net om de hoek ligt; wat mij betreft zijn de watervallen van Coo een stuk spannender en daar betaal je geen 6 € toegang voor.

Ballinastoe Woods Walk

Blij om te weten wat er in die heuvels gaande was, stond er vervolgens een ganse dag rijden op het programma waarbij we voornamelijk over de snelweg en autowegen hebben gereden – ik had de route wat onderschat – om op tijd aan te komen in Killarney, waar het bekende “Gap of Dunloe” op het programma stond. Ook hier was Waze weeral flink in form, en werden we over allerhande kleine en – vooral – smalle wegeltjes gestuurd die me sterk deden denken aan onze belevenissen op het platteland van Cornwall en Schotland (“passing places”) en waar de plaatselijke chauffeurs zich netjes aan de snelheidslimiet van 80 (!) Km/u houden (kuch). Zo werden we verschillende keren door een dorpje gestuurd waarvan ik de naam in het Gaelic niet kan uitspreken maar ongeveer klonk zoals “Rosse Jeannine” (of zoiets). Dat om 30 seconden te winnen in wat ginder een avondspits voorstelt. Van toen af hebben we wijselijk besloten om Waze in te wisselen voor onze “gewone” GPS.

Aangekomen in Killarney waren we te gast bij de alleraardigste pensioneigenaar die bovendien als twee druppels water op Kamagurka leek. Ik heb hem niet gevraagd hoe ik “Rosse Jeannine” in het Gaelic moest uitspreken. Aardig taaltje trouwens, en ter plaatse werd ik er nogmaals aan herinnerd dat het accent van de westkust geenszins te vergelijken valt met het afgelikte Dublinees van de kostuums die ik af en toe op kantoor aantref. Zo was er die brave oude knar die het busje bestuurde dat ons naar het startpunt bracht van de wandeling door The Gap of Dunloe, en ons met zijn sappige accent een verslag gaf van alle “bezienswaardigheden” waar we voorbij reden. Dat deed hij door tegelijkertijd in de microfoon te spreken en deze ook als aanwijzer te gebruiken. Dat de halve bus op die manier ook maar halve zinnen kreeg te horen leek hem niet te deren. Nu ja, we verstonden er ook maar weinig van.

Augher Lake, Gap of Dunloe
Kort bij de “Wishing Bridge”, Gap of Dunloe

We hadden enorm geluk met het weer (op een korte plensbui na) en de wandeling doorheen dit mooie stukje natuur was indrukwekkend. Let op: de meeste toeristen laten zich met paard en kar vervoeren (voor ocharme 12 km) maar gezien het toerisme op halve kracht draaide hebben we hier niet al teveel last van gehad. Niettegenstaande ik niet meteen te vinden ben voor georganiseerde tripjes was het hier dus de bedoeling om na de wandeling een boottocht te maken over Lough Leane om zo terug naar het dorpscentrum gevoerd te worden. Het was dit of helemaal te voet terug gaan , maar de oversteek van het meer viel bijzonder goed mee en ik mag zelfs zeggen dat het zijn geld waard was. Een van de hoogtepunten van onze reis, en we hebben Kamagurka verzekerd dat we nog eens zullen terug komen!

Cliffs of Moher

De dag nadien was het weer even rijden om op onze volgende bestemming – Galway – terecht te komen, met een tussenstop aan de obligate “Cliffs of Moher”. Hier kwam ik terug op bekend terrein terecht gezien ik hier jaren geleden ook al een tripje had gemaakt en tot de vaststelling kwam dat het nog steeds lang rijden is via de smalle kustwegjes, maar het zicht op de Oceaan maakt veel goed. Galway is een charmant universiteitsstadje en hier draait het qua toerisme vooral om de zogenaamde “Latin Quarter” (pubs, wat anders, maar dan in felle kleurtjes) dat tijdens een warme zomerdag wellicht aardig lijkt, maar waar wij niet meteen iets verloren hadden. Wij hadden het vooral voorzien op een daguitstap naar de Aran eilanden, en gezien ik al eens op Inishmaan was geweest ging het deze keer naar Inishmore, waar er mijn inziens veel meer te bekijken viel.

Dún Aonghasa, fort uit de bronstijd op Inishmore

Ik had iets te diep in mijn memorie gegraven en had tickets gereserveerd op een ferry die vertrok op een plaats die op 1,5 uur van onze B & B lag, daar waar er een ferryhaventje achter onze hoek bleek te liggen en ik dat dus helemaal vergeten was. Nu ja, we hebben dan maar een en ander verschoven met onze reservaties om ons niet al teveel te moeten haasten en wonder boven wonder kwamen we niet alleen op ons oorspronkelijk vertrekuur aan maar konden we nog net mee met deze ferry waarbij we dus een uur gewonnen hadden.

Inishmore

Inishmore mag dan een van de meest bezochte Aran eilanden zijn – en wellicht is het daar over de koppen lopen in het hoogseizoen – maar wat ons betreft was dit weeral een toppertje. Gezien Covid en het feit dat we al half september waren, was het daar relatief rustig en konden we een mooie fietstocht maken over het eiland in prachtig weer. Het eiland biedt een aantal archeologische sites met een prachtig zicht op de oceaan, er zijn zeehonden en puffins te zien in het wild, en met wat zoeken kunt ge zelfs een natuurlijk “blowhole” aan de rand van de Oceaan vinden. We hadden er spijt van dat we maar een dag konden blijven gezien een overnachting hier zeker op zijn plaats was geweest. Wie weet, misschien de volgende keer.

Inishmore

En zo kwam ons laatste doel in het zicht: de Connemara. Voor velen slechts een onnozel liedje op een trouwfeest, maar in werkelijkheid een grandioos natuurgebied. In feite kunt gij daar – zoals in de meeste nationale parken van Ierland – verschillende dagen wandelen, maar gezien onze tijd beperkt was hebben we hier gekozen voor een van de meeste bekende wandelingen over en rondom Diamond Hill wat een van de markante heuvels van deze streek is.

Afdaling van Diamond Hill

De wandeling beloofde spectaculaire vergezichten, maar gezien het bijzonder slechte weer hebben we hier slechts flarden van opgevangen. Daarentegen hebben we doorgezet in regen en wind en hadden we veel deugd van wat achteraf gezien een zeer sportieve wandeling was geworden. Het valt ons ook nog steeds op hoe slecht sommige toeristen zijn uitgerust en ik zeker niet in de plaats wil zijn van al diegenen die zo’n wandeling willen forceren op witte sportsloefkes en met een niemendal van een K-way’tje rond hun middel. Al doende leert men. Met horizontale slagregen. Mag ik hopen.

En zo ging het terug naar Dublin. Deze keer zaten we in een (toch wel) aangename en betere wijk waar ik nog nooit geweest was en waar de – misschien cru gezegd – verloedering van het stadscentrum toch wel ver af leek. Veel hadden we niet meer gepland – buiten wat toertjes en winkelen – gezien we de dag nadien op tijd aan de ferryhaven wilden zijn. De overtocht was niet eens noemenswaardig en al gauw waren we weer een volle dag aan het rijden om laat ten huize aan te komen. Maar nét niet laat genoeg om nog snel eentje te gaan pakken aan de toog – de Guinness weg te spoelen – en reeds een relaas van deze reis te doen.

Binnenkort trekken we nog eens naar de Dogestad. Misschien dat ik dan ook wel goesting heb om daar een en ander over te schrijven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s