Mond-en-klauwzeer

Terwijl de coronacijfers weeral hun piek bereikt lijken te hebben (en dan hebben we het niet eens over Omikron) is ondergetekende de 6e dag van zijn isolatie aan het uitzitten, want ook ik heb prijs. Waar ik het opgeraapt heb? Geen idee, maar gezien we op het werk met 5 gevallen zitten en 4 daarvan management zijn, lijkt het logisch dat ik ergens door een kwalijk miasma ben gelopen bij mijn wekelijks bezoek aan kantoor. Daarentegen heeft mijn kroegbaas het ook zitten, en is het best mogelijk dat de snoodaard, over de toog, in onze richting heeft geademd (grrrr, met zijn ademen ook altijd)

Waar het vandaan komt maakt eigenlijk niets uit; we kunnen er toch niets aan veranderen. Ook Penelope is ziek en gezien we op aparte adressen wonen is het dus minder prettig om op afstand te moeten uitzieken. Onze reis naar Venetië is uiteraard ook in het water gevallen en dat is dus flink balen. Gelukkig konden we het hotel zonder kosten annuleren, maar de vlucht zijn we helaas kwijt en met de stijgende cijfers overal in Europa hebben we geen flauw idee wanneer we opnieuw kunnen boeken.

An sich viel het wel mee; daar ik gevaccineerd ben met het vaccin van denaldi (J & J) had ik de eerste dagen een zware verkoudheid die nu achter de rug lijkt te zijn. Er is alleen nog die vermoeidheid en het verlies van smaak/geur.

Mond-en-klauwzeer zal wel erger zijn vermoed ik?

Kwartje

Heel die coronacrisis heeft als voordeel gehad dat ik voldoende tijd had om aan enige introspectie te doen.  Wanneer uw werk nog slechts uit sleur en ergernis bestaat is het hoog tijd om andere dingen te gaan doen.   Het is trouwens een wonder dat we deze crisis zonder al te veel problemen zijn door gesparteld.  Al bij al positieve resultaten, maar laat dat vooral te wijten zijn aan wat samengevat kan worden als een flinke portie geluk bij een ongeluk.  Ondertussen blijkt de toekomst nogal onzeker gezien het moederbedrijf – een flink uit de kluiten gewassen multinational – een en ander wereldwijd wil herstructureren en ook wij wellicht in de klappen zullen delen. 

Gezien het Peter Principle bij ons tot een ware kunst verheven is, zijn ondergetekende en twee lotgenoten zeer gegeerd om allerhande fratsen recht te trekken en de goeie gang van zaken te garanderen.  Noteer dat wij zelven – van bovenstaande principe gesproken – met recht en rede moge beweren dat we nog niet op dat niveau gekomen zijn waar we te incompetent voor zijn, gezien we dat onmiddellijk zouden merken aan de hoeveelheid stroop die er aan onze baard wordt gesmeerd. Toen één der lotgenoten plots zijn ontslag aanbood voor een zeer bekoorlijk voorstel – en dat in volle coronatijd – vond ik al die aanbiedingen die ik via LinkedIn kreeg plots nog een stuk aantrekkelijker.  Zo aantrekkelijk zelfs dat ik het wel buiten mijn sector wou wagen, wat zo goed als blasfemie is, daar werken in de luchtvaart niet minder dan een roeping is (wordt alleen begrepen in luchtvaartkringen)

Op gevaar van mijn hele zielenzaligheid op het spel te zetten ben ik beginnen solliciteren bij een groot engineeringbedrijf waar men al snel lieten weten dat men wel degelijk interesse had.  De hele reutemeteut van (virtuele) assessments werd doorlopen, waarna het even stil werd om dan plots opgebeld te worden met een concreet voorstel en de vraag om een dag te komen meedraaien.  Ik zat dus plots zo goed als binnen. No kidding.  Het voorstel in kwestie was niet te versmaden; een flinke smak kluiten erbij voor een functie op niveau die zich voornamelijk op werven wereldwijd zou afspelen.  Even aanpassen wellicht, maar misschien nét dat zetje dat ik nodig had om terug iets of wat te floreren in mijn dagelijkse bezigheden.

Omdat ik nog steeds deeltijds werk (vanwege corona) was het dus een fluitje van een cent om me een volledige dag vrij te maken om een en ander van dichtbij te bekijken. Bijzonder vriendelijke mensen die erg eerlijk waren over de bedrijfsproblematiek, die in feite een perfecte illustratie was van dat groene gras aan de overkant.  Erg wild werd ik er niet van, van de landschapskantoren en van het verloop van jonge wolven die daar eigenlijk enkel voor de hoge verloning zaten.  Om een lang verhaal kort te maken: diezelfde avond werd me verteld dat men bijzonder tevreden was over mijn input en inzicht en ik me zo snel mogelijk diende aan te bieden bij de HR om het contract te tekenen.

Waar een normale sterveling dolblij thuiskomt met het vooruitzicht op nieuwe uitdagingen, zat ik met een knagend gevoel en heb ik samen met mijn vriendin zowat de halve avond voordelen en nadelen zitten afwegen, om vervolgens slecht te slapen en bij het krieken van de ochtend een mail te sturen met de boodschap dat ik het voorstel vriendelijk afwees.  Ik kreeg nog een verbaasd telefoontje waarin me mij vroeg om toch nog te heroverwegen, maar de “gut feeling” zat niet goed. 

U kunt zich dat wellicht niet meteen inbeelden, maar ik stond op de bovenste verdieping van een ultramodern kantoorgebouw, uitkijkend over rivier en stad, een contract zo goed als op zak, me afvragende of ik nu elke dag pak en das moest dragen, toen er plots een vliegtuig voorbijvloog.  “Ah ja”, dacht ik bij mezelf, “dat is een Cessna Citation, wellicht van operator X die net opgestegen is van mijn vliegveld”. 

Toen viel mijn kwartje.  Dat is niets voor mij, dat wereldje buiten de vliegerij.  Toch niet meteen, tenzij het écht niet anders kan.  Ik ga nog even doorbijten en de kat uit de boom kijken.  Meer argumentatie had ik niet nodig.  Het is een roeping weet u?

Kompjoeter

De lente is traditioneel hét moment om grote schoonmaak te houden. Eens in de 10 jaar krijg ik mezelf zo ver om dat ook eens te proberen en de tijdelijke werkloosheid – waardoor ik tegenwoordig halftijds werk – heeft bij deze geweldig geholpen.

Waar ik bij mijn eerste verhuis slechts een paar keer met het eigen wagentje over en weer diende te rijden om alles ter plaatse te krijgen, evolueerde dat ondertussen van een kleine bestelwagen naar een gezonde vrachtwagen en dit komt dan vooral door de ettelijke dozen brol die ik van de ene naar de andere plaats heb meegesleurd wegens “misschien nog eens nodig hebben”. Hele dozen vol met oud computermateriaal en kabels zijn met veel plezier naar het containerpark gebracht, en dat inspireerde me meteen om ook eens virtuele schoonmaak te houden op mijn PC. Een “clean install” geeft immers veel voldoening.

Daar ik met dual-boot Linux/Windows werk, loopt er sowieso een en ander fout, waardoor ik dan uren bezig om een en ander terug aan het draaien te krijgen waarbij ik – o gruwel – allerhande wartaal in terminals/command prompt dien in te typen om er dan tegen tienen ‘s avonds de brui aan te geven en mezelf te beloven om het de volgende morgen allemaal in orde te brengen. Uiteraard kan ik mezelf niet tegenhouden om dan diezelfde avond nog op mijn telefoon te zitten tokkelen om oplossingen te vinden, wat deze keer nog gelukt is ook!

Het is deze uit de hand gelopen hobby die er voor gezorgd heeft dat ik op het werk – met zeer lange tanden mijnentwege – tot IT-manager-in-bijbaantje ben gebombardeerd. U kan zich – of niet – inbeelden welke arbeidsvreugde dit teweegbrengt (kuch). “Ik heb dat nooit echt gehad in school” is dan uiteraard het meest gehoorde excuus, maar zelf proberen en Google als goeie vriend nemen zit er meestal ook niet in bij deze mensen. Ik kan dan nog zo hard “plus est en vous” roepen en het ettelijke keren voordoen, maar dit brengt helaas weinig zoden aan de dijk.

Ik amuseer me dus vooral met het resetten van paswoorden (oei, de Caps-Lock stond nog op), het uitleggen hoe je van Qwerty-US naar Qwerty-UK overschakelt (ah ja, een internationale boîte en dan komt daar nog Azerty bij; nefast voor de paswoorden) en het deblokkeren van PC’s wanneer men toch stug blijft proberen om het paswoord in te geven met diezelfde Caps-Lock aan (en de Num-Lock uit). Dat laatste doet me dan weeral denken aan het brave meisje dat – in verre en vervlogen tijden – aan onze check-in werkte en wiers “nummers kapot waren”. Juist, u raadt het al.

Wanneer je dat moet combineren met een andere veeleisende baan kan u wellicht begrijpen dat ik wel eens cranky thuis kom. Helemaal te gek wordt het met de die-hard luddieten die menen dat het kantoorleven voor de komst van de computer veel beter was. Zo heb je bij ons Sylvain, die op een jaar van zijn pensioen staat. Sylvain was al behoorlijk boos toen de Blackberry – met toetsenbord – werd vervangen door, ik citeer, een “wrijftelefoontje”, en het heeft veel voeten in de aarde gehad om Sylvain de kneepjes van een touchscreen aan te leren. Sylvain is dan ook diegene die een reeks cijfers in een excel-werkblad bij elkaar telt met een rekenmachine in de hand (zo eentje van Texas Instruments). Ik heb toen niets gezegd. Dit ging zelfs mij te ver.

Ik mag er dan wel mee lachen – foei, empathie is niet mijn sterkste punt – maar ik heb bij deze wel respect voor de goedmenende zielen die de stiel van ICT-verantwoordelijke alledaags en fulltime beoefenen. Oh ja, zie het prentje onderaan: gouden tip!

FOMO

Fear Of Missing Out. Het hield me tegen om van mijn Facebookprofiel af te komen. Ik was er indertijd vroeg bij en op een bepaald moment had ik om en bij de duizend “vriendjes”. De opkomst van de smartphone maakte dat ook ik talloze uren heb verspild met het checken van mijn profiel.

Jaren geleden begon het mij echter te dagen dat die paar eenzame zielen zonder Facebookaccount wel eens gelijk konden hebben. Het constante checken van die updates werd een constant “ergeren”, waarbij de profielen die foto’s plaatsten van hun eten – en daar tig likes voor kregen – al gauw werden verwijderd, om nog maar te zwijgen van al die mensen die ik al jaren niet meer had gezien en wiens levens me eigenlijk geen barst meer konden schelen. Cru, maar ik ben er zeker van dat u het ook al gedaan heeft. Ettelijke profielen toegevoegd op fuifavonden in een ver verleden, die collega’s uit dat vroegere bedrijf en die buren uit de stad waar ik ooit woonde; allemaal verwijderd, omdat er toch niets meer te zeggen viel en we allen met onze levens verder gingen.

Bleven over: de inner circle en een aantal personen die daar net buiten vielen, maar desalniettemin interessant genoeg waren zodat de tally daalde tot zowat 200 vriendjes. Er dient wel gezegd te worden dat daar ook de complete fanfare van ons dorp tussen zat en ik daar niemand durfde te verwijderen omdat er daar mensen tussen zitten die dat onmiddellijk hebben gezien en dat als een vreselijk affront beschouwen. Er zaten er bijgevolg nog een heleboel tussen die foto’s van hun eten op hun wall plaatsen maar deze had ik dan maar op negeren gezet. Goede relaties onderhouden met de Heimat behoort nu eenmaal tot de prioriteiten.

Ik moet echter toegeven dat het mij in de eerste plaats niet ging om de Facebookloze Lonely Wolf uit te hangen, maar dat ik mij de laatste jaren wel bijzonder zorgen begon te maken in verband met de data die Facebook van ons verzamelt en die zomaar ergens op een server aan de andere kant van de oceaan rondslingert. Niet dat de CIA ooit geïnteresseerd kan zijn in het profiel van een kleine beroepscynicus uit Vlaanderen, maar het gemak waarmee we onze informatie rondstrooien is verontrustend. Meer nog, de coronacrisis toont aan dat veel burgers, met een grenzeloos vertrouwen in de overheid, hoegenaamd geen probleem hebben met maatregelen die op het randje van het ondemocratische balanceren – maatregelen beslist door de regering zonder meer en niet gelegitimeerd door het parlement – en voor je het weet kom je in een social credit-systeem terecht zoals dat nu in China geïmplementeerd wordt. Ik overdrijf misschien maar ik ben niet de enige die zich die bedenking maakt. Nog even en ook dit waait de oceaan over.

Niettegenstaande Facebook specifieke privacyinstellingen heeft zijn deze, naar mijn aanvoelen, hoegenaamd niet voldoende en deze gedachten waren nog niet koud of het volgende datalek annex schandaal kondigde zich reeds aan. Ik ben er alvast niet bij. Bovendien raad ik u ook aan om eens te kijken op haveibeenpwned.com om te zien of dat oude getrouwe e-mailadres van u ook niet ergens rondwaart op dat wereldwijde web.

Afin, ik heb stilletjes mijn exit gemaakt op Facebook, zonder fanfare (letterlijk) en door dit bericht te posten waarin schrijver Stephen King zijn voornemen bekend maakte om het sociale medium te verlaten en waarom u best hetzelfde doet. Dat werd door exact één (1) persoon opgemerkt. Een aantal mensen die ik contacteerde om even dubbel te checken of hun coördinaten nog klopten gaven aan dat ze het niet eens gezien hadden, waarbij ik dan denk dat er misschien een of ander algoritme bestaat dat dit soort posts uit zoveel mogelijk tijdlijnen houdt, maar ik zal weeral aan het overdrijven zijn. Het bevestigde alleszins dat vele profielen in mijn kringetje zo goed als slapende waren.

We zijn nu een aantal weken verder en achteraf gezien heb ik Facebook nog geen minuut gemist. De meeste conversaties met personen waar ik vaak contact mee heb verlopen tegenwoordig via Whatsapp (ook van Facebook! Overschakelen naar Signal jandorie!) en dan stelt er zich enkel nog de vraag wanneer ik Instagram (van Facebook!) verlaat, gezien ik daar nog niet meteen een alternatief voor gevonden heb. Misschien heb ik niet eens een alternatief nodig? Ik kan wel een paar redenen bedenken, en eentje daarvan is dat Zuckerberg een robot is. Kom achteraf niet klagen dat ik het u niet gezegd heb!

Koffie

Ondertussen zijn we een jaar verder. Nog steeds wat knarsetandend over de trip die ik toen noodgedwongen moest afbreken en waar u hier – iets verder naar beneden – over lezen kan. Net zoals u heb ik er het beste van gemaakt en probeer ik te wennen aan “thuiswerken”, wat in mijn functie(s) niet altijd vanzelfsprekend is. Het gebrek aan uitgebreide sociale contacten zal echter nooit wennen en het blijft ongeduldig wachten tot de junta toestemming tot heropening geeft aan mijn plaatselijke watering hole. Het staat reeds vast dat we die dag niet gauw zullen vergeten

Ik stel vast dat velen mensen het moeilijk krijgen, en dat anderen het zich wel laten gevallen en vanwege een gegarandeerd inkomen gerust een tandje lager kunnen schakelen. Dat het dan allemaal (flink) wat trager loopt – of zelfs niet uitgevoerd raakt – wordt toegeschreven aan Corona. De pandemie draagt in deze bij tot de versnelde wallonisering van Vlaanderen en we zullen het niet geweten hebben.

Stuitend ook, om vast te stellen dat een groot deel van onze bevolking wegkijkt bij het affreuze amateurisme van de overheid en de daarmee verweven particratie, en verwacht dat er van die zijde nog oplossingen zullen komen. Nu, we geraken er uiteindelijk wel uit, maar dat zal alvast niet toe te schrijven zijn aan beroepspolitici en wereldvreemde virologen.

Ondertussen heb ik deze blog eens flink onder handen genomen. Ik heb de zowat 200 berichten – voornamelijk geschreven in mijn anni horribiles 2011 en 2012 – nog eens gelezen en besloten deze, op wat reisverhalen na, terzijde te schuiven in de niet-publieke archieven gezien ze niet meer relevant zijn. Het is immers ondertussen – per aspera ad astra – enkel de goede richting uitgegaan. Misschien krijg ik wel de goesting om hier met enige regelmaat terug wat schrijfsels achter te laten.

Maar ondertussen zitten we nog steeds in een pandemie en zorgt de lockdown voor van die kleine specifieke probleempjes. Zo was een “koffie om mee te nemen” vroeger nog letterlijk on-the-go, waar ik nu vaak, voor het koffiehuisje om de hoek, in een lange sliert sta aan te schuiven gezien de burger met zichzelf geen blijf weet door de sluiting van de horeca en de bijhorende terrassen. Eens aan de bar aangekomen zie je ze verwonderd kijken naar het uithangbord met de -tig soorten latte’s, koffiebereidingen allerhande en andere onzin, om na minutenlang “efkes kiezen” apetrots “ne koffie!” te bestellen. Ik zucht vanachter mijn mondmasker en denk dat deze pandemie voor iedereen te lang duurt. Weldra zitten we terug op een terras. Met iets sterker dan een koffie in een kartonnen potteke met een slecht passend deksel. Ge moogt gerust zijn.

Merci Chauffeur!

Tussen de huiselijke kantoorwerkzaamheden door ben ik nog steeds aan het pruilen over mijn jongste reis die, zoals u weet, abrupt werd afgebroken. Bijgevolg was ik al hier en daar aan het rondkijken naar een reisje ergens begin volgend jaar, wellicht richting Zuidoost-Azië. Maar ik begin me zorgen te maken. Gezien ik in de luchtvaartbranche werk en op de eerste rij zit vrees ik dat we niet meteen aan onze nieuwe patatten zijn. Integendeel zelfs.  Het zal nog even duren vooraleer er überhaupt gereisd kan worden.

Waar wij vroeger flink moesten lachen met die hypochondrische Aziaten met hun mondmaskertjes, is het zo goed als zeker dat dit het nieuwe normaal wordt op een luchthaven en mogelijk totdat er een vaccin gevonden wordt. Vele luchtvaartmaatschappijen zijn inmiddels ook bezig met hun exitstrategie en de maatregelen gaan van het dragen van mondmaskers en het controleren van de temperatuur tot een vingerprik en on-site coronatest. De middelste rijen stoelen zullen vrij blijven om toch iets of wat “distancing” te creëren, maar dat betekent ook dat er een derde van het toestel niet bezet is en er een pak minder inkomsten gaan zijn, met gevolg dat de ticketprijzen onherroepelijk gaan stijgen. Ergo, het hele low-cost model komt onder druk te staan – u kan daar blij om zijn of niet – tenzij innovatieve oplossingen zoals onderaan geïllustreerd snel ingang vinden.

Avitrader
https://www.avitrader.com/2020/04/22/italian-manufacturer-aviointeriors-develops-corona-seating-concept/

Van low-cost gesproken: ik herinner me de eerste keer dat ik met Ryanair vloog. Nog vanop de oude vooroorlogse luchthaven van Charleroi, waar ik met mijn toenmalige vriendin ergens naar het Zuiden vloog. Dat waren de tijden toen lagekostenmaatschappijen zoals Ryanair voor een ware democratisering van het luchtverkeer zorgden en de hele terminal afgeladen vol zat met zichtbaar nerveuze mensen in hun beste trainingspakken (de nationale klederdracht van Charleroi) die zich aan hun eerste vlucht ooit gingen wagen.

De moed zonk me in de schoenen, niet zo zeer vanwege de volle terminal, maar eerder vanwege de “free seat choice” toendertijd, waarbij diegenen die het kortste bij de gate stonden – en daar “en masse” aanwezig waren – dan ook de beste plaatsen hadden. Ik keek dus niet bepaald met volle goesting uit naar een paar uur met mijn knieën naast mijn oren op die veel te kleine gele zeteltjes, terwijl ik nog zo gehoopt had om de spurt naar de “overwing emergency exit seats” te winnen.

Groot was mijn verbazing toen ik eindelijk aan boord kwam en al die trainingspakken zich achteraan in het vliegtuig bevonden. Zoals in de autocar weet u? Ik verwachtte mij enkel nog aan een luid gezongen “Merci Chauffeur!” bij de landing maar ze hielden het – uiteraard – bij een nerveus applausje en een hoorbare zucht van opluchting.

Ik mag hopen dat we snel terug vliegen mogen, met of zonder trainingspakken!

Halsoverkop

Niettegenstaande ik lange tijd afwezig ben geweest op dit medium, volg ik nog steeds een aantal bloggers die het in al die jaren zijn blijven volhouden. Ik was dan ook bijzonder verbaasd om plots een aantal oude blogs in mijn rss reader te zien verrijzen uit de vergetelheid, maar het spreekt dan ook voor zich dat het coronabeestje en de quarantaine daar voor een en ander tussen zitten.

Zo dacht ik reeds een tijdje geleden om eens terug een reisverslag op deze blog te schrijven. Wat ooit begon als een uit de hand gelopen cafétrip om een museum in Cambridge te bezoeken, is ondertussen geëvolueerd naar halve expedities aan de andere kant van de wereld. Deze keer had ik een reis naar Patagonië op poten gezet, en gezien ik enorm veel gehad heb aan bloggers wereldwijd qua planning en organisatie van deze trip, dacht ik om mijn ervaringen ter zake hier neer te schrijven en zodanig ook andere potentiële reizigers een paar stappen verder te helpen.

“Maar waarom zijt gij dan nog vertrokken?” krijg nu ik vaak te horen. Alsof al deze mensen over kristallen bollen beschikken die de huidige crisis konden voorspellen. Via een aantal OSINT accounts die ik volg op Twitter was ik reeds tot de vaststelling gekomen dat er een of andere Chinees een vleermuis had opgegeten die over datum was, en dat de bijhorende ziekte wellicht ging ontwikkelen tot een tweede SARS- of MERS-crisis. Dat was ergens begin januari, en ik prees mezelf gelukkig dat ik afgezien had van de originele plannen om naar Japan of Zuid-Korea te trekken. Op dat moment werd in onze pers amper gesproken over dit fenomeen en had ik ondertussen vliegtickets en verblijfplaatsen geboekt. Tegen eind januari bleek er toch iets meer aan de hand te zijn, doch hier was het nog steeds business as usual. De prepper in mezelf, die sowieso beschikt over een maandvoorraad (droge) voeding, dacht bij deze dat het wellicht geen kwaad kon om naar het diepe zuiden van Argentinië en Chili te reizen (er gebeurt daar toch niks) maar dat ik me bij terugkomst wel aan een aantal veranderingen kon verwachten. Een economische malaise of zo. Het tijdelijk stopzetten van de handel met Azië en daardoor een hoop miserie alhier omdat het gros van onze producten ginder geproduceerd worden. Of mainstream media die sensatie verkopen en klootjesvolk dat begint te hamsteren, zoals ten tijde van de Golfoorlog. Maar ook niet meer dan dat. Ik had bovendien nog zeker 2 pakken wc-papier.

IMG_20200327_094524Wanneer dan ook onze nationale griepcommissaris vertelt dat er niets aan de hand is en iedereen gerust mag gaan skiën, zag ik niet in waarom ik niet naar een land mocht reizen waar er überhaupt niets aan de hand was. Onze Italiaanse afdeling in Milaan beweerde dat alles onder controle was en we ons ook niet al teveel zorgen dienden te maken. Het was maar een soort griep weet u. Ik had er beter aan gedaan om de steeds duister wordende tweets van bovenstaande OSINT-kanalen ernstiger te nemen dan de mainstream media, maar ondertussen zat ik op het vliegtuig naar Argentinië.

Air Europa sucks, en dan vanwege het zure gezicht van de stewardessen en het beetje eten dat je kwijt kan in een holle tand, maar de Boeing 787 was best comfortabel. Ik had beter wat meer betaald om met Iberia te vliegen maar je probeert steevast hier en daar wat af te pingelen. Toen wist ik echter nog niet dat ik al snel met datzelfde Iberia zou terug vliegen. Zonder probleem in Argentinië aangekomen, en bijzonder vlot onze connectie gemaakt naar El Calafate in Patagonië, waar er nergens iets te merken was van de Covid-scare die zich ondertussen op andere plaatsen in de wereld begon af te spelen. We bezochten de Perito Moreno gletsjer onder perfecte omstandigheden en een dag later waren we onderweg naar El Chalten, alwaar we de iconische Fitz Roy trek gingen ondernemen. Een dubbeltje op zijn kant als we naar de laatste weerberichten keken, maar op de dag zelve zijn we onder schitterende omstandigheden dit stukje Andes gaan beklimmen en dit kunnen ze ons alvast niet meer afnemen.

2020-03-13_12-29-03

Het was tijdens de afdaling dat me een en ander begon te dagen. Ik kwam in gesprek met een aantal lokale begeleiders van groepen die wisten me te vertellen dat het “gerucht” de ronde deed dat Argentinië en Chili hun grenzen gingen sluiten. Nu ja, geruchten, tot we terug in het dorp kwamen en eindelijk wifi hadden. Het nieuws werd bevestigd door een aantal kranten en door de eigenaar van ons hostel, doch het leek in de eerste plaats een soort van paniekreactie te zijn waar niemand eigenlijk wist hoe het verder moest. Mijn reisgenoot was iets of wat de kluts kwijt en wist niet meteen wat er nu diende te gebeuren, doch vanwege de onheilstijdingen die uit Europa kwamen had ik ondertussen dan maar zelf de harde beslissing genomen om te kappen met de reis, zeker toen we dat andere gerucht hoorden waar Chili zijn landgrenzen sloot.

De volgende ochtend werd er officieel bevestigd dat deze landgrenzen inderdaad sloten, en dat ook alle nationale parken off limits waren. Bij deze had het dus ook officieel geen zin meer om nog te proberen de reis verder te zetten. Ik heb – gelukkig – de gewoonte om nooit accommodatie te boeken die ik niet minstens 24 uur op voorhand kan annuleren en dat geldt ook voor huurauto’s. Het opzeggen van al deze afspraken was dus zonder schade gebeurd, doch nu stelt zich de vraag wat we moesten aanvangen. “Stoemmelings” terug vliegen naar België of wachten tot onze normale terugkeerdatum? Ik had reeds onze ambassade gecontacteerd, maar ook daar was men even het noorden kwijt en probeerde men vooral in kaart te brengen hoeveel landgenoten zich waar bevonden. Ik kreeg het advies om zo snel mogelijk terug te reizen, gezien men niet zeker was hoe lang het Argentijnse luchtruim nog ging open blijven. Ondertussen stond zowat gans ons hostel op stelten en zag je enkel nog backpackers die druk bezig waren op de smartphone; deze keer niet om hun foto’s op Instagram te posten maar om zo snel mogelijk een ticket naar huis te bemachtigen.

Een ronduit onwerkelijke sfeer, die nog onwerkelijker werd, toen we door de plaatselijke Policia en Bomberos in quarantaine op onze kamer werden gezet. Veertien dagen. Punt. Wellicht op straffe van executie of zo. Onze kamers bevonden zich rond een binnenpleintje waar we dan door het raam en de open deur (dat mocht wel) met de andere backpackers konden communiceren. Zo werd het snel duidelijk dat we onze cel mochten verlaten van zodra we in het bezit waren van een ticket dat ons zo snel mogelijk huiswaarts kon brengen. Ondertussen hadden de meeste luchtvaartmaatschappijen hun vluchten ook gecanceld met enkel een voucher als compensatie. Het was ook onmogelijk om een helpdesk te bereiken en aldus was het snel beslist om kost wat kost te maken dat we daar weg kwamen. Via de smartphone had ik tickets gekocht naar Buenos Aires en verder naar Sao Paulo met Aerolineas Argentinas, gezien – weeral- het gerucht de ronde deed dat enkel Aerolineas nog binnenlandse en regionale vluchten mocht uitvoeren. Sao Paulo of Rio bleek dan de enige optie om snel in Europa te geraken daar plots het merendeel van de internationale vluchten van en naar Buenos Aires geschrapt waren of overvol zaten.

Dat heeft ons uiteraard een smak geld gekost, zeker wanneer je weet dat de Iberia-vlucht van Sao Paulo naar Amsterdam via Madrid evenveel kostte als de twee vorige segmenten. Duizend ballen in totaal, maar het kon me op dat moment weinig schelen gezien ik nu écht wel wou maken dat ik daar weg was. Na een kort onderzoek door een lokale dokter kregen we een certificaat dat ons toeliet om de reis te maken, en uiteraard werd er nergens naar ditzelfde certificaat gevraagd; niet door de policia, niet door de gendarmeria … We kwamen zonder verdere incidenten aan in Buenos Aires, waar er ondertussen reeds heel wat toeristen – die aan quarantaine ontsnapt waren – op de luchthaven rondliepen en die ter plaatse nog (perperdure) tickets probeerden te bemachtigen. Zo was het ondertussen onze beurt geworden om in te checken voor de vlucht naar Brazilië.

“You can’t fly to Brazil mister. They will stop you at the border and we will get in trouble for allowing you on the flight” zei de baliebeambte tegen me. Qué? Dat bleek dus later ook een gerucht te zijn dat de ronde deed onder het personeel van de luchthaven. Naast ons twee Nederlanders die in een Franse colère schoten omdat ze hetzelfde te horen kregen. Op zo’n moment is het uiteraard handig om in de luchtvaart te werken en een scan van je personeelsbadge mee te hebben. Ik maakte de bediende van Aerolineas aldus diets dat ik operationeel manager ben bij een zeer grote luchtvaartmultinational, dat hij ons niet kon weigeren gezien we over legale papieren beschikten, een geldig ticket en er van visa geen sprake was. Dat er bovendien niets in de “Notice to Airmen” stond vermeld over eventuele sanitaire beperkingen op Sao Paulo Airport. Dat ik zijn luchtvaartmaatschappij ging later overkopen door mijn multinational en dat hij vervolgens ging gedegradeerd worden tot toiletkorvee en op zijn minst de Gestapo aan zijn deur kon verwachten als hij ons niet meteen kon inchecken.

Dat laatste is uiteraard niet helemaal waar, maar ik heb vervolgens met de Supervisor gesproken en na een parlé van een kwartiertje werden we ingechecked. Wellicht heeft de man dan maar toch even gebeld met zijn Operations Control Centre in plaats van onnozele geruchten achterna te lopen. Ik was eventjes een zenuwtoeval nabij (stel je voor dat we daar vastzaten en toch weer 14 dagen in quarantaine moesten?) maar een tijdje later zaten we op het vliegtuig naar Sao Paulo en hadden we in de twee Nederlanders nog toffe lotgenoten gevonden ook. Zo hebben we toch even een voet buiten de luchthaven van Sao Paulo gezet om vast te stellen dat we inderdaad geen tijd hadden om deze wellicht razend interessante stad te bezoeken (en al zeker niet omdat Corona ook daar aanwezig bleek te zijn) en na met ons vieren de voormiddag doorgebracht te hebben op de luchthaven, waar de (échte) Caipirinha’s goedkoper zijn dan bij ons op café, zaten we eindelijk op het vliegtuig naar Madrid. Terug naar Europa.

Het boordpersoneel droeg mondmaskers en latex-handschoenen en wie durfde hoesten (al was het maar een klein kuchje) kreeg meteen het boze oog van de 300 andere passagiers en riskeerde om overboord gegooid te worden. Ook ik had mijn masker op. Toen ik vertrok was er sprake van een aantal Covid-gevallen rond Madrid en ik meende dat het misschien een goed idee om deze maskers mee te nemen net zoals Aziatische reizigers dat doen. Je weet maar nooit dat het daar een probleem wordt daar in Madrid, maar in België zal het wel zo’n vaart niet lopen, laat staan in Patagonië. Het is immers een lelijk griepje en niet meer. Right? Zonde ook om halsoverkop uit Zuid Amerika te vertrekken en onder prachtige weersomstandigheden boven het uitgestrekte Brazilië te vliegen zonder de kans te krijgen om dit land te bezoeken. Afin, een nachtje vliegen en we stonden aan de grond in Madrid, alwaar ik er in geslaagd ben om quasi niets – quasi niets (!) – aan te raken op die twee uur dat ik er diende te wachten op mijn connectie naar Amsterdam. Ik heb er ook zeker twintig keer mijn handen gewassen.

In dit soort crisistijden wordt het kaf ook onmiddellijk van het koren gescheiden en kom je tot de vaststelling dat er een flink aantal idioten rondlopen op deze aardkloot. Zo kwamen we aan in de internationale terminal en dien je een treintje te nemen naar de Europese terminal, waarbij het gros van de transitpassagiers zichzelf op een grote hoop in dat treintje wurmen, uit angst dat de volgende vlucht zonder hen zou vertrekken. Zelf bleven we met een aantal anderen wachten tot de volgende trein alwaar we – zoals gevraagd door de luchthaven – de regels van social distancing konden respecteren. Op het vliegtuig naar Amsterdam werden we zoveel mogelijk uit elkaar gezet om vervolgens in Nederland aan te komen, waar er op Schiphol niets aan de hand leek. Het was dan ook onwezenlijk om alleen op de trein naar België te zitten en thuis aan te komen om mezelf af te vragen wat ik nu eigenlijk allemaal had gedaan in die laatste 48 uur.

Dat wou ik nu eens even kwijt.

Bucket List

gullfossPenelope en ik trekken op het einde van de maand Mei naar Ijsland, want dat had ik u nog niet verteld. Ijsland potjandorie! Het land van vikings, trollen en elfen, alsook het eiland waar Tolkien de mosterd haalde voor zijn meesterwerken. U had misschien gedacht dat dit Nieuw-Zeeland was, maar dat is enkel te danken aan de geniale regisseur van de LOTR-films. De sagen van Ijsland vertonen dan ook niet toevallig sterke gelijkenissen met de verhalen uit Midden-Aarde.

Nu ik het toch over Ijsland en Nieuw-Zeeland heb: het eerste kan dus binnenkort van de bucket list geschrapt worden en het tweede werd reeds tien jaar geleden doorstreept Het werd aldus zo stilaan tijd om de draad van het reizen weer op te pakken, na jaren van te-renoveren-bakstenen en andere mishaps die een mens geen andere keuze laten dan in zijn kot te blijven.

Staan voorlopig nog te blinken op de bucket list: de Himalaya, Patagonië en de Kilimanjaro, alsook iets minder spectaculaire dingen zoals New England en de Azoren, tot ronduit “exotische” bestemmingen – althans voor mij toch – zoals Antarctica en Noord-Korea, en waar ik niet geheel zeker ben, vooral van dat laatste dan, of ik daar überhaupt ga komen of zelfs binnen mag.

Afin, wat Ijsland betreft zal ik u uiteraard op de hoogte houden van de voorbereidingen – het wordt een kampeertrip (!) – gezien ook ik reeds een schat informatie uit blogs heb gehaald en ik graag mijn ervaringen deel met diegenen die na mij komen.

Ik zie slechts één probleem. Overal waar ik geweest ben wil ik terugkomen en ik vrees dat dit deze keer niet anders zal zijn. Een mens zou twee levens moeten hebben …

PS: ik hoop u al even mooie foto’s mee te brengen 🙂

Teloorgang

geslotenHet was alweer een jaar geleden dat ik de fiets nog eens van onder het stof had gehaald. Toen kwamen we – een aantal kameraden van weleer uit het dorp – op het lumineuze idee om een “staminee-toer” per fiets te organiseren, en dan meer bepaald een ritje langs de adressen waar we als jong geweld de toog onveilig maakten. Gezien we verleden jaar tijdens de zomermaanden afgesproken hadden en als dusdanig voor een aantal cafés met bordje “gesloten wegens jaarlijks verlof” kwamen te staan werd voor de maand juni geopteerd met het idee dat we dan tenminste niet voor gesloten deuren zouden staan.

Het werd, zoals verleden jaar, een tour-de-nostalgie waarbij we hoopten om nog even de sfeer van vroeger te kunnen opsnuiven. De goeie (?) oude tijd waarin we steevast, per fiets of te voet, een aantal kroegen afschuimden, in ons dorp en de parochies daarrond, om pas tegen twaalven – en reeds goed “geladen” – op het eindpunt van de avond aan te komen wat dan meestal een of andere fuif van een jeugdvereniging was, waar je dan vaak geen ingang meer moest betalen.

Het was ons daarentegen – en wellicht uzelve – reeds opgevallen dat meer en meer cafés de deuren sluiten, en dat op nog geen twintig jaar tijd, en zodus wordt het tegenwoordig even zoeken en plannen in functie van de etablissementen die nog open zijn.

Had het te maken met de voetbalmatch van dit weekend? Veel cafés waren gewoonweg gesloten, en in de paar plaatsen waar het licht nog brandde, kon je de stamgasten op de vingers van twee handen tellen. Een waard wist ons te vertellen dat het tegenwoordig niet veel soeps meer is op zaterdagavond en het dus niet specifiek aan het voetbal lag; integendeel, dat was vroeger net een reden om naar de kroeg te versassen. Meer nog, rond elven zijn de deuren meestal gesloten, wegens te weinig volk op de straat. Een zwaar contrast met twintig jaar geleden, toen je op een doorsnee zaterdagavond, ergens ten velde in het centrum van de parochie, meestal drukbeklante cafés trof waar iedereen, van jonge snotneus tot ouwe grijsaard in een gezellige sfeer “een pint ging pakken”.

Schijnbaar ligt het aan de prijs van het bier, waardoor iedereen thuis drinkt, de rookwet (tja) en de veranderde mentaliteit – laat ik het maar de voortschrijdende individualisering noemen – die maken dat de meeste mensen het dorpscafé links laten liggen. En dat voor een bierland… Misschien moet er maar eerst iets gebeuren aan de bierprijzen, en misschien moet er nog eens een “jaar van het dorp” georganiseerd worden.

Ik vind het alleszins een zorgelijke evolutie, want verliest het dorp zijn ziel niet wanneer het laatste café gesloten is?

Winter

“Het gaat geen winter meer worden”, zei onze tuba-solo me, toen ik verleden weekend een “luchtje” ging scheppen tijdens het jaarlijkse teerfeest van onze fanfare (waar anders zou ik een tuba-solo tegenkomen?).

Volgens sommige onheilsprofeten ligt het aan de opwarming van de aarde, maar ik kan u vertellen dat ge de zachte winter enkel en alleen te danken hebt aan ondergetekende.

U herinnert zich wellicht de laatste twee winters, waarbij ondergetekede op de meest onchristelijke uren hele blizzards diende te doorstaan, door centimeters sneeuw diende te ploegen en zich, met de billen toegeknepen, op ware ijsbanen begaf, en dit alles zonder sneeuwbanden, omdat ik die toch wel wat te duur vond voor dat beetje sneeuw, althans zo redeneerde ik voor het begin van die winters. Ze zouden me niet liggen hebben dit jaar, en reeds begin december had ik een paar spiksplinternieuwe winterbanden onder mijn ijzeren ros hangen.

Het moest toch wel lukken dat Murphy, dat onzalige cynische creatuur, gezien had dat ik winterbanden had gekocht met de zachte winter als gevolg. ’t Is aldus graag gedaan, maar ik vraag me af wat er gaat gebeuren wanneer ik voor de komende zomer een tuinset met grote parasol koop. Slecht idee me dunkt?