It’s alive!

alive

Het is al meer dan een jaar geleden dat er hier nog een bericht is gepost! Ik geeft het toe, de zin om te schrijven was ver te zoeken. Druk uiteraard, zoals iedereen, en nog uiteraarder is dit geen excuus. Dat ik mij vaak met tegenzin door de dag sleep en ’s avonds liever in de zetel lig om sci-fi te bekijken is dan weeral een beter excuus.  Er is nochtans een heleboel gebeurd, waarbij ik mezelf steeds voornam om er een stuk over te schrijven, om het dan toch maar uit te stellen tot nooit.

Zo gooi ik ondertussen reeds vier jaar parels voor de zwijnen om den brode, en het bijzondere is dat dit nog steeds op dezelfde plaats is. Meer nog, ondertussen combineer ik daar drie (!) middenkaderfuncties – mijn visitekaartje ziet er ronduit idioot uit – en heeft men mij een jaar op de schoolbanken gezet om een functie in te vullen die de old boys zelf niet meer aankunnen. Met veel stroop en vooral lichte dwang werd ik als dusdanig gemanoeuvreerd om die taken op te vullen die te lastig en vervelend zijn. Zo ben ik tegenwoordig ook IT-manager, niettegenstaande ik slechts een bescheiden hobbyist ben, maar in vergelijking met de old boys en het gepeupel op de vloer ben ik schijnbaar een wizard, en aldus kreeg ik alle laptops, kabels en keyboards in mijn nek gedraaid. Nu nog een en ander over netwerken leren …

Ik probeer nog steeds uit die negorij te ontsnappen, maar heb het laatste jaar weinig passends gevonden. Ondertussen heb ik geleerd dat de leuke jobs, met veel perks en mogelijkheid tot delegeren, reeds lang verdeeld zijn onder de palladijnen van de junta die het op dat moment in een bedrijf te zeggen heeft.  Wat er dan wel als vacature gepubliceerd wordt blijkt meestal te mooi om waar te zijn.  En ja, ik merk dat – halfweg tram 4 – mijn leeftijd toch ook begint mee te spelen.

Toch lijkt er daar eindelijk een licht(je) aan het einde van de tunnel te schijnen. Een oude maat (en oude baas) is bezig met het opstarten van een nieuwe “boîte” in mijn branche.  Als de exploitatievergunning afgeleverd wordt – nog even tandenknarsen  – mag ik wellicht meespelen. Fingers crossed en misschien stof om alhier een en ander over te schrijven.

Oh ja, de jaarlijke vakantie van Penelope en mezelf bleef verder gaan op het Scandinavische thema en dit jaar deden we Noorwegen aan. De reis was dolletjes – uiteraard – en ik was van plan om, net zoals verleden jaar, een fors reisverslag te schrijven, gelardeerd met foto’s en anekdote’s, maar ook daar werd de goesting ingehaald door de procrastinatie.  Nu ja, als je eenmaal in Ijsland bent geweest lijkt Noorwegen plots iets minder spectaculair.  Voor volgend jaar denken we dan weeral aan de Azoren. Ook daar weeral stof tot blog-inspiratie.

Afin, om het over alles en niets gehad te hebben in deze post, sluit ik bij deze af, en geef ik u een teken van leven. Er volgt (hopelijk) meer!

Bucket List

gullfossPenelope en ik trekken op het einde van de maand Mei naar Ijsland, want dat had ik u nog niet verteld. Ijsland potjandorie! Het land van vikings, trollen en elfen, alsook het eiland waar Tolkien de mosterd haalde voor zijn meesterwerken. U had misschien gedacht dat dit Nieuw-Zeeland was, maar dat is enkel te danken aan de geniale regisseur van de LOTR-films. De sagen van Ijsland vertonen dan ook niet toevallig sterke gelijkenissen met de verhalen uit Midden-Aarde.

Nu ik het toch over Ijsland en Nieuw-Zeeland heb: het eerste kan dus binnenkort van de bucket list geschrapt worden en het tweede werd reeds tien jaar geleden doorstreept Het werd aldus zo stilaan tijd om de draad van het reizen weer op te pakken, na jaren van te-renoveren-bakstenen en andere mishaps die een mens geen andere keuze laten dan in zijn kot te blijven.

Staan voorlopig nog te blinken op de bucket list: de Himalaya, Patagonië en de Kilimanjaro, alsook iets minder spectaculaire dingen zoals New England en de Azoren, tot ronduit “exotische” bestemmingen – althans voor mij toch – zoals Antarctica en Noord-Korea, en waar ik niet geheel zeker ben, vooral van dat laatste dan, of ik daar überhaupt ga komen of zelfs binnen mag.

Afin, wat Ijsland betreft zal ik u uiteraard op de hoogte houden van de voorbereidingen – het wordt een kampeertrip (!) – gezien ook ik reeds een schat informatie uit blogs heb gehaald en ik graag mijn ervaringen deel met diegenen die na mij komen.

Ik zie slechts één probleem. Overal waar ik geweest ben wil ik terugkomen en ik vrees dat dit deze keer niet anders zal zijn. Een mens zou twee levens moeten hebben …

PS: ik hoop u al even mooie foto’s mee te brengen 🙂

Moe

Tot mijn grote spijt zie ik rondom mij de ene na de andere blog uitdoven, en kom ik tot de vaststelling dat er ook hier al in geen maanden geen letter is neergepend. De goesting is er zelden, en wanneer ze er toch is verwaait ze snel, omdat ik het na ettelijke uren voor een computerscherm niet meer kan opbrengen om nog even wat creatief met letters te wezen. D’ailleurs, mijn creativiteit is sowieso opgebruikt na another day in paradise.

Ik zou hier gezeurd en gezaagd hebben, over de dagelijkse – steeds weerkerende – calvarie, mijn gevechten met windmolens en mijn parels die steevast voor de zwijnen zijn, maar dat wens ik mijn medemens in geen geval aan te doen. Een blog behoort in de eerste plaats plezant of informatief te zijn, of beter nog een combinatie van beide, waarmee ik niet wil zeggen dat er geen plaats is voor wat miserie now and then. Een mens heeft zo al eens behoefte om te kanaliseren, en zo durf ik u nu te vertellen dat zelfs onze bedrijfsarts – en daarna mijn huisdokter – mij met aandrang tot enige voorzichtigheid hebben aangemaand betreffende bovenstaande windmolens, parels en zwijnen.

Waar ik tot voor kort steevast zo naïef was om te geloven dat het allemaal wel beter zou worden en het misschien allemaal aan mezelf zou kunnen liggen, ben ik tot de vaststelling gekomen dat ik nu écht wel opgebrand aan het raken ben en de oorzaken daaromtrent eerder bij het systeem te zoeken zijn. Een aantal recente gesprekken met oud-collega’s – die allen in dezelfde situatie zijn terechtgekomen – deden mij beseffen dat het zo stilaan tijd wordt om met de ratrace te kappen en mezelf geen blazen meer wijs te maken.

Toen ik zeven jaar geleden hoorde dat de firma – waar ik toen, in wel en wee, 11 jaar gewerkt had – op het punt stond om verkocht te worden, dacht ik bij mezelf dat het toch wel tijd werd om plus-est-en-vous-gewijs mezelf te “vervolmaken” en meer “verantwoordelijkheid” te nemen. Zo’n takeover levert trouwens vaak een meedogenloos bloedbad op en met mijn hypotheek in gedachten leek het me veiliger – en leerzamer – om andere horizonten op te zoeken. Ik meende het nog ook, zo helemaal vol van “zingeving” en “dienst aan de samenleving” en goddomme iets opbouwen waar ik later met grote fierheid op zou kunnen terugkijken en de mensen misschien zelfs “merci” gingen zeggen. Ik kan u daarentegen vertellen dat ik, in die zeven voorbije jaren, geen enkele keer met volle goesting naar het werk ben geweest, en waar dat voorheen-  als ik nu terugkijk en vergelijk –  eigenlijk helemaal anders was. Het hielp niet om drie keer van werk te veranderen, en momenteel kan ik deze jaren vooral typeren als zijnde “80% van mijn tijd andermans, en door anderen (moedwillig) veroorzaakte problemen oplossen met een acuut gebrek aan (competente) mensen en middelen”.

De hel van het middenmanagement blijkt dus zeer reëel en niettegenstaande mijn branche te kampen heeft met een moordende concurrentie, lijkt veel te herleiden tot een door en door verrotte bedrijfscultuur waar de belangen van kleine groepjes en/of individuen op de eerste plaats staan. Ik vraag mezelf af waar ik ooit de energie vandaan haalde om deel te nemen aan ellenlange assessments (saai, waardeloos en enkel en alleen om psychologen aan een job te helpen) waar ik reeds wist dat de begeerde job al intern toegewezen was, en ik meende dat ik een echte kans maakte, want met een CV zoals het mijne moést ik wel uitverkoren zijn – U weet wel, the right man on the right place en andere zinsverbijstering. Ondertussen heb ik echter geleerd dat de “leuke” banen, met veel bevoegdheden, veel armslag, veel delegeringsmogelijkheid and lots of businesstravel worden verdeeld onder de “old boys” en hun paladijnen, en de “moeilijke” jobs, die niemand wil wegens te lastig, teveel ellende en teveel “echte” verantwoordelijkheid, worden aangeprezen aan buitenstaanders als zijnde “ the opportunity of a lifetime”. Het is dan ook nooit echt de bedoeling dat je iets verandert; een – beschonken – topman van een gekend bedrijf vertrouwde me ooit toe dat bepaalde middenmanagementjobs in de sector een groot verloop kennen omdat de kandidaten steevast stuk lopen op dat knagende en gekende gebrek aan mensen, middelen en samenwerking, maar dat dit ook geen probleem is gezien men enkele continuïteit verwacht en dit aan een zo laag mogelijke kost (lees: als de ene onnozelaar niet meer kan, nemen we gewoon een andere naïeve onnozelaar in dienst, en die moet ons nog dankbaar zijn ook).

Dit soort van mentaliteit is trouwens typerend voor de zogenaamde bedrijfspsychopaten en -sociopaten die, afhankelijk van de gebruikte parameters, tot 4% kunnen uitmaken van het leidinggevend personeel binnen een bedrijf. De ene heeft dit soort trekjes al wat meer dan de andere. Soms lijkt het wel dat in mijn sector die getallen nog iets hoger liggen – waarom kwam ik er al zoveel tegen? –  en wellicht heeft de inherente glamour en glitter van mijn branche, althans zo ziet de buitenstaander dat, hier een en ander mee te maken.

Vaak zie ik mensen, die zich in weinig bijzonders onderscheiden, binnen de kortste keren oprukken naar de hogere rangen alwaar zij snel enorme schade aanrichten. Vaak wordt er dan achteraf bespaard bij de lagere echelons en is het aan ondergetekende en lotgenoten om de schade te beperken en/of grote schoonmaak door te voeren. Daar word ik trouwens, door bovenstaande creaturen, geloof het of niet, vaak om geprezen: ik heb niet alleen de vakkennis maar ben tevens iemand die de boel aan het draaien houdt, en het is uiteraard bijzonder handig om dat soort volk in dienst te hebben. Dat ik – en andere ervaringsdeskundigen – stilaan onder de moordende werkdruk bezwijken zal hun worst wezen. Er is steeds iemand anders die in de val trapt en misschien is die persoon zelfs goedkoper!

Dat ik nooit zelf deze weg ben opgegaan heeft alles te maken – en hier ga ik weer de goedgelovige toer op – met “eergevoel” en “’s avonds nog in de spiegel kunnen kijken”. Ik ga dus nooit, ook niet met mijn achtergrond, ervaring en competenties, deel uitmaken van een directie, en ik ben daar ook absoluut niet meer rouwig om. Met integriteit en vakkennis ben je immers een grote bedreiging voor de gevestigde waarden en ik mag dus al blij zijn dat ik momenteel een job heb.

Zoals ik stelde heb ik voor mezelf beslist om toch (deels) uit deze ratrace te stappen, in de eerste plaats voor mijn gezondheid, maar ook al omdat ik het simpelweg beu ben om aan de grillen van een giftige bedrijfscultuur te voldoen. Ik ben dan ook al een tijdje op zoek – ik blijf me uiteraard voor de volle 100% geven; eergevoel weet u wel – naar een andere baan. Weliswaar in mijn bedrijfstak gezien dit steeds mijn “lange leven” zal blijven, maar ik neem zonder probleem een stap terug, lever zonder schroom wat salaris in en zoek terug iets in de “eerstelijnszorg”, wat ik vroeger deed, en eigenlijk met plezier, en waar ik met graagte de problemen zal oplossen die zich door force majeure stellen en niet door een of andere (moedwillige) nalatigheid. Of geef mij een project met veel cijfers waar ik mij nerdsgewijs in kan uitleven, en waar ik helemaal alleen voor verantwoordelijk ben, en ik zal wellicht een stuk gelukkiger zijn. Ook daar hang ik aan een puppeteer vast, maar ik zal er tenminste minder last van hebben.

Toch kan ik u ook goede tijdingen vertellen: Penelope en ik gaan nog eens op vakantie, en dat over de wijde plas en zelfs – voor het eerst in jaren – langer dan één week. Ik stel voor dat ik u de volgende keer over dat schone vooruitzicht schrijf!

De eindejaarsvragen!

In een poging om deze – in slaapmodus vertoevende blog – wat nieuw leven in te blazen, ga ik mij, traditiegewijs, nog eens wagen aan de eindejaarsvragen. Het is ondertussen al van september geleden dat ik hier nog een woord heb neergepend, en dat is enkel en alleen te wijten aan lichte aversie van beeldschermen, daar waar ik hele dagen achter zo’n zelfde lichtbak zit en tegelijkertijd de parels oppoets die toch maar voor de zwijnen zijn bestemd. Daar waar ik u al het beste voor het nieuwe jaar toewens, wens ik mezelf dus vooral een frisse dagdagelijkse bezigheid toe, die maakt dat ik met plezier de dagelijkse boterham ga verdienen.

Maar laten we maar meteen van wal steken met de eindejaarsvragen!

Wat vindt u de belangrijkste gebeurtenis, evolutie of trend van het voorbije jaar?

Persoonlijk: mijn stamcafé dat definitief de deuren sloot! De laatste échte bruine kroeg van deze stad, waar zowel de “kostuums” als de brave arbeider broederlijk aan de toog zaten, waar er nog gemoedelijk kon gepraat worden bij klassieke- of filmmuziek zonder uzelf schor te schreeuwen, waar het stof, de oude gazetten en de plakkerige toog werden goedgemaakt door de keuze aan 600+ biermerken,… het is niet meer… Daarentegen komt er met wat geluk een doorstart op een andere locatie en het zal nodig zijn. Wij – de toogfilosofen van dienst – lopen helemaal verloren….

Algemeen: dat zelfbenoemde progressieven steeds driester worden in hun bedreigingen tegenover iedereen die het niet met hun eens is of er een andere mening op nahoudt. Meer nog, dat het begrip “democratie” voor sommigen enkel telt wanneer hun standpunten uitgevoerd worden en dat alle middelen goed zijn om de boel te saboteren wanneer men zijn zinnetje niet krijgt.

Wat vindt u het beste en wat het slechtste radio- en /of tv-programma van 2014?

Radio: nog steeds een hevige blootstelling aan Q-music. Ik overweeg klacht in te dienen bij het internationaal strafhof. Hautekiet des ochtends op de heenweg naar het werk, en Klara of StuBru op de terugweg, kunnen daarentegen op mijn volledige goedkeuring rekenen.

TV: Game of Thrones blijft goed en ik ben een fan geworden van “The Big Bang Theory”. ’t Is maar dat u het weet. Voor de rest is er niets blijven plakken van de vaderlandsche TV.

Wat is het beste boek dat u in 2014 gelezen hebt, wat is de beste film die u hebt gezien, wat het beste toneelstuk en/of concert, en wat is uw favoriete cd van dit jaar?

Boek: vooral veel herlezen uit oude en vervlogen tijden, waaronder Timmermans, Claes en Van der Hallen, maar momenteel bezig in een puike bio van Churchill. De nieuwe vertaling en herziene uitgave van “Oorlog en vrede” ligt ondertussen nog steeds te wachten op tijd (en goesting).

Beste Strip: de nieuwe van Blake en Mortimer uiteraard; “De Staf van Plutarchus”

Film: zeer genoten van “Her” waarin Scarlett Johansson met verve de stem van een Operating System vertolkt. Deze dame was trouwens ook best te pruimen in “Lucy” en “Under the skin” (aanradertjes!) daar waar ik vroeger dat dit een zoveelste blonde bimbo was. Ik heb me deerlijk vergist. Ook een aanrader: “Calvary” (het moet niet altijd om te lachen zijn)

Toneel: de vakbondsafgevaardigde in ons bedrijf, die net “ziek” wordt wanneer er een stakingspiket – in de bijtende kou – dient opgezet te worden.

Concert: mijn dorpsfanfare uiteraard, ook al omdat ik geen andere concertzalen van binnenuit heb gezien 🙂

Muziek: Hm. Ik herinner mij een paar nieuwe nummers van The Foo Fighters en onze eigenste “Intergalactic Lovers” maar voor de rest toch niet echt iets wereldschokkend gehoord.

Wie wenst u wat toe voor 2015 (ten goede of ten kwade)?

Aan diegenen van slechte wil vooral veel jeuk op moeilijk bereikbare plaatsen, navelverzakkingen en schubbengroei, maar de talrijke mensen van goeie wil – die zijn er nog – wens ik vooral veel plezier en geluk toe, en dan zo van het soort dat op iedereen afstraalt. Beter kan je het niet hebben! 🙂

Surplacen

CharlesBukowskiFactotumSeezesmarante! – om eens een geweldig oudbakken bastaardvloek te gebruiken – waar hebt gij gezeten Middernachtsdromer? Zijt gij verzopen in deze verzopen zomer of hebt gij u teruggetrokken in een of andere afgelegen boshut?

Geen van beide beste lezer (of althans diegenen die overblijven). Ik ben gewoon … bezig geweest met mijn dagdagelijkse noeste arbeid en maar ook met contemplatie over hoe het met die noeste arbeid verder moet. Waar ik – na twee jaar – tot de vaststelling kom dat mijn inspanningen ter zake slechts parels voor de zwijnen zijn en mijn directe leidinggevende er zelf ook al de brui aan heeft gegeven voor dezelfde reden, ben ik zo stilaan aan het uitkijken naar andere oorden en frisse ideeën.

Eén sollicitatie, waar ik nochtans veel van verwachtte en me op het lijf geschreven stond, bleek op niks uit te draaien omdat de open positie ronduit bogus bleek (men had a lang een intern iemand voorzien, maar voor de vorm mag je toch even langskomen), en dus blijft het nog even verder neuzelen. Niet dat de jobs in mijn – zeer gespecialiseerde sector – dik gezaaid zijn, maar ik kan het nog wel even verder uithouden tot de juiste gelegenheid zich voordoet.

Daarentegen ben ik er tot nu toe steevast in geslaagd om, bij het zoeken naar een nieuwe job, op zijn minst één bron van ergernis weg te werken. Met het aansturen van grote(re) groepen mensen – die in feite een broertje dood hebben aan werken an sich – heb ik het wel even gehad. Als ik opvoeder wou worden had ik vroeger wel een andere richting gekozen. Afin, ik heb wel zo’n paar ideeën waar het naartoe moet en de lobbymachine begint stilaan op volle toeren te komen.

Het is dus eventjes surplacen en nog even doorbijten, maar we komen er wel!

Teloorgang

geslotenHet was alweer een jaar geleden dat ik de fiets nog eens van onder het stof had gehaald. Toen kwamen we – een aantal kameraden van weleer uit het dorp – op het lumineuze idee om een “staminee-toer” per fiets te organiseren, en dan meer bepaald een ritje langs de adressen waar we als jong geweld de toog onveilig maakten. Gezien we verleden jaar tijdens de zomermaanden afgesproken hadden en als dusdanig voor een aantal cafés met bordje “gesloten wegens jaarlijks verlof” kwamen te staan werd voor de maand juni geopteerd met het idee dat we dan tenminste niet voor gesloten deuren zouden staan.

Het werd, zoals verleden jaar, een tour-de-nostalgie waarbij we hoopten om nog even de sfeer van vroeger te kunnen opsnuiven. De goeie (?) oude tijd waarin we steevast, per fiets of te voet, een aantal kroegen afschuimden, in ons dorp en de parochies daarrond, om pas tegen twaalven – en reeds goed “geladen” – op het eindpunt van de avond aan te komen wat dan meestal een of andere fuif van een jeugdvereniging was, waar je dan vaak geen ingang meer moest betalen.

Het was ons daarentegen – en wellicht uzelve – reeds opgevallen dat meer en meer cafés de deuren sluiten, en dat op nog geen twintig jaar tijd, en zodus wordt het tegenwoordig even zoeken en plannen in functie van de etablissementen die nog open zijn.

Had het te maken met de voetbalmatch van dit weekend? Veel cafés waren gewoonweg gesloten, en in de paar plaatsen waar het licht nog brandde, kon je de stamgasten op de vingers van twee handen tellen. Een waard wist ons te vertellen dat het tegenwoordig niet veel soeps meer is op zaterdagavond en het dus niet specifiek aan het voetbal lag; integendeel, dat was vroeger net een reden om naar de kroeg te versassen. Meer nog, rond elven zijn de deuren meestal gesloten, wegens te weinig volk op de straat. Een zwaar contrast met twintig jaar geleden, toen je op een doorsnee zaterdagavond, ergens ten velde in het centrum van de parochie, meestal drukbeklante cafés trof waar iedereen, van jonge snotneus tot ouwe grijsaard in een gezellige sfeer “op zijn pinten ging”.

Schijnbaar ligt het aan de prijs van het bier, waardoor iedereen thuis drinkt, de rookwet (tja) en de veranderde mentaliteit – laat ik het maar de voortschrijdende individualisering noemen – die maken dat de meeste mensen het dorpscafé links laten liggen. En dat voor een bierland… Misschien moet er maar eerst iets gebeuren aan de bierprijzen, en misschien moet er nog eens een “jaar van het dorp” georganiseerd worden.

Ik vind het alleszins een zorgelijke evolutie, want verliest het dorp zijn ziel niet wanneer het laatste café gesloten is?

Bollekenskermis

winston-churchill-socialismWie bij ons, in de Dijlestad (die andere Dijlestad), voor de organisatie tekende van de stembureaus had wellicht nog een serieus stuk in zijn kraag van de avond daarvoor. Bloedheet was het in die sporthal, en iedereen stond daar maar kriskras door elkaar naar het begin van zijn/haar rij te zoeken. Al rondvragende of “dit wel de juiste rij was” kwam ik in gesprek met twee wildvreemde mensen die me achteraf – nog even wildvreemd zijnde – uitnodigden om koffie te gaan drinken op de Grote Markt. Sociaal-misantroop zijnde moet ik toegeven dat dit soort lichtpunten maken dat zelfs ik nog enige hoop in de mensheid heb. Het was daarentegen markant om het beleid van de laatste jaren in actie te zien, waarbij een aantal totaal Nederlandsonkundige mensen ook een poging kwamen doen om hun vaderlandse (?) plicht te vervullen. Niet alleen de grondwet is een vodje papier, maar het paspoort schijnbaar ook. Ik stemde dan ook met de vaste overtuiging dat – onder andere – dit soort van exploten eens flink aangevezen wordt, maar dit wordt, gezien de uitslag, nog even koffiedik kijken.

Het was alleszins te verwachten dat – de traditie indachtig – zelfs de verliezers zichzelf tot winnaar zouden uitroepen. Meer nog, het was haast om van uw stoel te vallen dat de roden reeds aan initiatiefrecht dachten omdat ze nog steeds “de grootste politieke familie” zijn. Il faut le faire, gezien – in absolute stemmenaantallen en aldus “one-man-one-vote” gerekend – de N-VA een stuk groter is dan zowel de PS als de PS-Flandre tesamen, maar het kromme systeem D’Hondt, in tegenstelling tot het Nederlandse kiessysteem (evenredige vertegenwoordiging), zorgt er voor dat de regimepartijen nog steeds een reddingslijn hebben. Zo is het dat in dit land, een Waalse zetel nog steeds minder stemmen nodig heeft dan een Vlaamse zetel, maar buiten dit fait divers zijn we uiteraard eendrachtig.10338386_10154278772180227_5062788704247483937_o

Wellicht zijn er nog ergens een paar verdwaalde geitenwollensokken te vinden die menen dat de politiek om de mensen draait, maar de aandachtige toeschouwer zal reeds lang begrepen hebben dat dit land geen democratie is maar eerder een particratie, waar belangengroepen, en meer bepaald de traditionele zuilen, er alles aan zullen doen om de machtsverhoudingen en daaruit vloeiende inkomsten, zoals die van oudsher bestaan, onder geen beding kwijt te spelen. Meer nog, het draait vooral om het voortbestaan van het systeem an sich, en dat wordt almaar meer en meer en vooral pijnlijk duidelijk.

Zoals er het er nu uitziet heb ik geen al te optimistische verwachtingen in verband met de regeringsvorming. Ik vrees dat het systeem zichzelf, kost wat kost, zal heruitvinden, en dat Jan met de pet, wederom 5 jaar van groot staatsmanschap zal slikken om vervolgens in het “Griekenland aan de Noordzee” wakker te worden. In een normaal land zou het negeren van de grondstroom uitmonden in regelrechte rebellie, volksopstanden en zelfs revoluties, doch in dit land lijkt het makke volk vooral gedwee het hoofd te buigen. Zelfs Lamme Goedzak had meer ruggengraat. Aan mijn stemgedrag zal het alleszins niet liggen. We gaan alleszins nog boeiende weken tegemoet.

Nu u me toch heeft toegestaan om even mijn gal te spuien, kan ik u toch vermelden dat ik het – op de dag van de kiezing zelve- niet echt aan mijn hart heb laten komen. Het was namelijk de verjaardag van Penelope, en ondanks het verkiezingsinterludium hebben we er toch een bijzonder fijne dag van gemaakt, met de komende vakantie in het achterhoofd. Hét perfecte recept om voor een keer niet in totaal cynisme te vervallen. Er zijn tenminste nog zekerheden in het leven!