Moe

Tot mijn grote spijt zie ik rondom mij de ene na de andere blog uitdoven, en kom ik tot de vaststelling dat er ook hier al in geen maanden geen letter is neergepend. De goesting is er zelden, en wanneer ze er toch is verwaait ze snel, omdat ik het na ettelijke uren voor een computerscherm niet meer kan opbrengen om nog even wat creatief met letters te wezen. D’ailleurs, mijn creativiteit is sowieso opgebruikt na another day in paradise.

Ik zou hier gezeurd en gezaagd hebben, over de dagelijkse – steeds weerkerende – calvarie, mijn gevechten met windmolens en mijn parels die steevast voor de zwijnen zijn, maar dat wens ik mijn medemens in geen geval aan te doen. Een blog behoort in de eerste plaats plezant of informatief te zijn, of beter nog een combinatie van beide, waarmee ik niet wil zeggen dat er geen plaats is voor wat miserie now and then. Een mens heeft zo al eens behoefte om te kanaliseren, en zo durf ik u nu te vertellen dat zelfs onze bedrijfsarts – en daarna mijn huisdokter – mij met aandrang tot enige voorzichtigheid hebben aangemaand betreffende bovenstaande windmolens, parels en zwijnen.

Waar ik tot voor kort steevast zo naïef was om te geloven dat het allemaal wel beter zou worden en het misschien allemaal aan mezelf zou kunnen liggen, ben ik tot de vaststelling gekomen dat ik nu écht wel opgebrand aan het raken ben en de oorzaken daaromtrent eerder bij het systeem te zoeken zijn. Een aantal recente gesprekken met oud-collega’s – die allen in dezelfde situatie zijn terechtgekomen – deden mij beseffen dat het zo stilaan tijd wordt om met de ratrace te kappen en mezelf geen blazen meer wijs te maken.

Toen ik zeven jaar geleden hoorde dat de firma – waar ik toen, in wel en wee, 11 jaar gewerkt had – op het punt stond om verkocht te worden, dacht ik bij mezelf dat het toch wel tijd werd om plus-est-en-vous-gewijs mezelf te “vervolmaken” en meer “verantwoordelijkheid” te nemen. Zo’n takeover levert trouwens vaak een meedogenloos bloedbad op en met mijn hypotheek in gedachten leek het me veiliger – en leerzamer – om andere horizonten op te zoeken. Ik meende het nog ook, zo helemaal vol van “zingeving” en “dienst aan de samenleving” en goddomme iets opbouwen waar ik later met grote fierheid op zou kunnen terugkijken en de mensen misschien zelfs “merci” gingen zeggen. Ik kan u daarentegen vertellen dat ik, in die zeven voorbije jaren, geen enkele keer met volle goesting naar het werk ben geweest, en waar dat voorheen-  als ik nu terugkijk en vergelijk –  eigenlijk helemaal anders was. Het hielp niet om drie keer van werk te veranderen, en momenteel kan ik deze jaren vooral typeren als zijnde “80% van mijn tijd andermans, en door anderen (moedwillig) veroorzaakte problemen oplossen met een acuut gebrek aan (competente) mensen en middelen”.

De hel van het middenmanagement blijkt dus zeer reëel en niettegenstaande mijn branche te kampen heeft met een moordende concurrentie, lijkt veel te herleiden tot een door en door verrotte bedrijfscultuur waar de belangen van kleine groepjes en/of individuen op de eerste plaats staan. Ik vraag mezelf af waar ik ooit de energie vandaan haalde om deel te nemen aan ellenlange assessments (saai, waardeloos en enkel en alleen om psychologen aan een job te helpen) waar ik reeds wist dat de begeerde job al intern toegewezen was, en ik meende dat ik een echte kans maakte, want met een CV zoals het mijne moést ik wel uitverkoren zijn – U weet wel, the right man on the right place en andere zinsverbijstering. Ondertussen heb ik echter geleerd dat de “leuke” banen, met veel bevoegdheden, veel armslag, veel delegeringsmogelijkheid and lots of businesstravel worden verdeeld onder de “old boys” en hun paladijnen, en de “moeilijke” jobs, die niemand wil wegens te lastig, teveel ellende en teveel “echte” verantwoordelijkheid, worden aangeprezen aan buitenstaanders als zijnde “ the opportunity of a lifetime”. Het is dan ook nooit echt de bedoeling dat je iets verandert; een – beschonken – topman van een gekend bedrijf vertrouwde me ooit toe dat bepaalde middenmanagementjobs in de sector een groot verloop kennen omdat de kandidaten steevast stuk lopen op dat knagende en gekende gebrek aan mensen, middelen en samenwerking, maar dat dit ook geen probleem is gezien men enkele continuïteit verwacht en dit aan een zo laag mogelijke kost (lees: als de ene onnozelaar niet meer kan, nemen we gewoon een andere naïeve onnozelaar in dienst, en die moet ons nog dankbaar zijn ook).

Dit soort van mentaliteit is trouwens typerend voor de zogenaamde bedrijfspsychopaten en -sociopaten die, afhankelijk van de gebruikte parameters, tot 4% kunnen uitmaken van het leidinggevend personeel binnen een bedrijf. De ene heeft dit soort trekjes al wat meer dan de andere. Soms lijkt het wel dat in mijn sector die getallen nog iets hoger liggen – waarom kwam ik er al zoveel tegen? –  en wellicht heeft de inherente glamour en glitter van mijn branche, althans zo ziet de buitenstaander dat, hier een en ander mee te maken.

Vaak zie ik mensen, die zich in weinig bijzonders onderscheiden, binnen de kortste keren oprukken naar de hogere rangen alwaar zij snel enorme schade aanrichten. Vaak wordt er dan achteraf bespaard bij de lagere echelons en is het aan ondergetekende en lotgenoten om de schade te beperken en/of grote schoonmaak door te voeren. Daar word ik trouwens, door bovenstaande creaturen, geloof het of niet, vaak om geprezen: ik heb niet alleen de vakkennis maar ben tevens iemand die de boel aan het draaien houdt, en het is uiteraard bijzonder handig om dat soort volk in dienst te hebben. Dat ik – en andere ervaringsdeskundigen – stilaan onder de moordende werkdruk bezwijken zal hun worst wezen. Er is steeds iemand anders die in de val trapt en misschien is die persoon zelfs goedkoper!

Dat ik nooit zelf deze weg ben opgegaan heeft alles te maken – en hier ga ik weer de goedgelovige toer op – met “eergevoel” en “’s avonds nog in de spiegel kunnen kijken”. Ik ga dus nooit, ook niet met mijn achtergrond, ervaring en competenties, deel uitmaken van een directie, en ik ben daar ook absoluut niet meer rouwig om. Met integriteit en vakkennis ben je immers een grote bedreiging voor de gevestigde waarden en ik mag dus al blij zijn dat ik momenteel een job heb.

Zoals ik stelde heb ik voor mezelf beslist om toch (deels) uit deze ratrace te stappen, in de eerste plaats voor mijn gezondheid, maar ook al omdat ik het simpelweg beu ben om aan de grillen van een giftige bedrijfscultuur te voldoen. Ik ben dan ook al een tijdje op zoek – ik blijf me uiteraard voor de volle 100% geven; eergevoel weet u wel – naar een andere baan. Weliswaar in mijn bedrijfstak gezien dit steeds mijn “lange leven” zal blijven, maar ik neem zonder probleem een stap terug, lever zonder schroom wat salaris in en zoek terug iets in de “eerstelijnszorg”, wat ik vroeger deed, en eigenlijk met plezier, en waar ik met graagte de problemen zal oplossen die zich door force majeure stellen en niet door een of andere (moedwillige) nalatigheid. Of geef mij een project met veel cijfers waar ik mij nerdsgewijs in kan uitleven, en waar ik helemaal alleen voor verantwoordelijk ben, en ik zal wellicht een stuk gelukkiger zijn. Ook daar hang ik aan een puppeteer vast, maar ik zal er tenminste minder last van hebben.

Toch kan ik u ook goede tijdingen vertellen: Penelope en ik gaan nog eens op vakantie, en dat over de wijde plas en zelfs – voor het eerst in jaren – langer dan één week. Ik stel voor dat ik u de volgende keer over dat schone vooruitzicht schrijf!

At last!

Ja, het niveau is toch een stuk hoger en het werk ietwat uitdagender, maar voor de rest is het nog steevast dezelfde historie van inertie en veel verantwoordelijkheden zonder noemenswaardige bevoegdheden. Het is welletjes geweest. Ik kan u dan ook met veel plezier melden dat ik mijn huidige boîte verlaat en spoedig elders begin! Dat het verdomme snel ging en ik ondertussen de lippen stevig op elkaar gekneld hield om het slechte karma op afstand te houden en teleurstellingen zoals voor de zomer te vermijden.

Nog geen twee weken geleden stond er een leuke jobadvertentie te blinken op de website van de luchthaven waarvan ik dacht dat het de moeite zou zijn om toch maar mee te dingen, ware het niet dat ik vreesde om een hele horde concurrentie op mijn pad tegen te komen. Het eerste gesprek, dat al fluks kwam liet zowel bij mij als de nieuwe werkgever een goeie indruk achter, en deze week heb ik – tussen de soep en de patatten – nog twee assessments afgewerkt, om dan gisteren het blije nieuws te horen en vandaag mijn krabbel op het contract te plaatsen. Mijn licht anarchistische dark side houdt helemaal niet van selectiecentra en arbeidspsychologen, laat staan van psychologische vragenlijsten en postbakoefeningen, maar deze keer werden we tevens, met overgebleven, kandidaten in een soort van debat tegen elkaar uitgespeeld onder de aandachtige blikken van de toekomstige directie. Nog nooit meegemaakt, maar ik stel vast dat het vele tooghangen en onderwijl al dan niet verhitte discussies voeren dan toch nog zijn nut bewezen heeft.

Ik hoor zodus terug tot het kader, en uw dienaar zal in zijn nieuwe hoedanigheid de aanvoer van onderdelen en wisselstukken voor het onderhoud van Boeings, Airbussen en ander vliegend tuig coördineren. Ge kunt niet geloven hoe goed het aanvoelde om deze ochtend weer voor zo’n bakbeest te staan en de geur van kerosine en olie op te snuiven. Beter dan een kop sterke koffie! Ik heb het vliegtuig dan ook een lief aaitje gegeven, want ik denk dat ik terug op mijn plaats zit. De zon schijnt vandaag en het is inderdaad een schone dag!

In den vreemde

Hieronder een oprisping van een Feesboekvriendje uit den vreemde (vrij vertaald want ’t was in tengels)

“…(Desk)jobs suck.  Je komt terecht tussen een aantal puiten die zich continu moeten bewijzen en jou –  in al hun schijnheiligheid –  in dat infantiele spelletje willen betrekken. Je krijgt bovendien veel verantwoordelijkheid en weinig bevoegdheden waardoor je creativiteit en ondernemingszin worden onderdrukt.  Dat alles voor een onnozel loon in een rigide systeem dat gedirigeerd wordt door een prikklok die er geen fuck om geeft dat je veel te lange dagen presteert…”

Zo ziet ge maar, ’t is overal wat en dus ook in den vreemde, maar het deed me wel terugdenken aan een prima artikel in de Sossengazet van het voorbije weekend, waarin een zekere Frank Van Massenhove zijn ideeën omtrent “arbeidsvreugde” uit de doeken deed en hij “mensen de regie over hun leven teruggeeft”.  Niet meer terug te vinden op het internet (’t stond in de katern “de verdieping”), maar dit interview is gelijkaardig. Bovendien heeft diezelfde Frank zijn visie kunnen ontplooien bij een ministerie (godbetert!), en lijkt zijn verfrissende aanpak vruchten af te werpen.  Een waar visionair die man!

Nu onze directie nog overtuigen… 🙂

Pffff

Het is me opgevallen dat er meerdere mensen uit blogland op een of andere manier een wending willen geven aan hun leven en dan in het bijzonder aan het aspect “arbeidsvreugde”.

Ik had het u al eerder verteld, dat ik met nog maar weinig goesting aan de dagtaak begin. Hoe langer hoe meer, en aldus hoog tijd om actie te ondernemen. ’t Is niet dat ik het bedrijf perse een kwaad hart toedraag, gezien het met de collega’s en zelfs met de directie nogal meevalt, in die zin dat ze allemaal best wel sympathieke mensen zijn. De alomtegenwoordige lethargie daarentegen een overblijfsel uit de tijd dat deze boîte nog een staatsbedrijf was valt me zwaar. Iedere dag opstaan om half vijf, of soms nog vroeger, om dan steeds een hoop gezeur te moeten aanhoren over onderbemanning, en ondertussen een hoop ongeleide projectielen die best wel in een afstompende en fysiek zware job zitten – proberen gemotiveerd te houden, omvat zowat mijn dagelijkse agenda. Niet wat ik verwacht had en me verteld werd qua jobinhoud, en ik voel me toch wel wat in ’t zak gezet.

Uiteraard is er onderbemanning, en het is godgeklaagd dat tegenwoordig zowat ieder bedrijf het hoofd boven water probeert te houden (lees: de aandeelhouders tevreden houden) door met de helft van het benodigde personeel het steeds toenemende werk te proberen te verzetten.

Ook ik mag hier dagelijks van meegenieten, gezien het absenteïsme (dat niet altijd aan onderbezetting te wijten is), en heb geen andere keuze dan mee te draaien op de vloer en heavy loads manueel te versleuren, zodat ik op het einde van de dag weeral weet waar bepaalde rug- en schouderspieren zich bevinden. Mijn chiropractor is de enige die hierover verheugd is.

Tijd voor actie dus, en ik ben ondertussen volop aan het zoeken op de jobsites, niettegenstaande ik een wel erg gespecialiseerde ervaring heb (de luchtvaart weet u).

Groot was aldus mijn vreugde toen ik, een tweetal weken geleden, een job ontdekte die me volledig op het lijf geschreven staat. Ik heb uiteraard – gesolliciteerd, en duidelijk laten blijken dat ze niet veel verder moeten zoeken gezien de ideale kandidaat zich aangeboden heeft, of toch zoiets, en ik ben dus in blijde verwachting van een eerste sollicitatiegesprek. Toch voel ik de bui reeds hangen, gezien mijn interne contacten binnen bedrijf X me lieten weten dat er op deze vacature reeds intern op gesolliciteerd wordt, en ik stilaan vermoed dat de advertentie slechts geplaatst werd omdat het wettelijk zo moet. Dat zou uiteraard bagger zijn, maar goed, laten we maar even wachten wat het wordt.

Misschien moet ik mijn militant atheïsme maar eens laten varen en beginnen met kaarsen branden