Mond-en-klauwzeer

Terwijl de coronacijfers weeral hun piek bereikt lijken te hebben (en dan hebben we het niet eens over Omikron) is ondergetekende de 6e dag van zijn isolatie aan het uitzitten, want ook ik heb prijs. Waar ik het opgeraapt heb? Geen idee, maar gezien we op het werk met 5 gevallen zitten en 4 daarvan management zijn, lijkt het logisch dat ik ergens door een kwalijk miasma ben gelopen bij mijn wekelijks bezoek aan kantoor. Daarentegen heeft mijn kroegbaas het ook zitten, en is het best mogelijk dat de snoodaard, over de toog, in onze richting heeft geademd (grrrr, met zijn ademen ook altijd)

Waar het vandaan komt maakt eigenlijk niets uit; we kunnen er toch niets aan veranderen. Ook Penelope is ziek en gezien we op aparte adressen wonen is het dus minder prettig om op afstand te moeten uitzieken. Onze reis naar Venetië is uiteraard ook in het water gevallen en dat is dus flink balen. Gelukkig konden we het hotel zonder kosten annuleren, maar de vlucht zijn we helaas kwijt en met de stijgende cijfers overal in Europa hebben we geen flauw idee wanneer we opnieuw kunnen boeken.

An sich viel het wel mee; daar ik gevaccineerd ben met het vaccin van denaldi (J & J) had ik de eerste dagen een zware verkoudheid die nu achter de rug lijkt te zijn. Er is alleen nog die vermoeidheid en het verlies van smaak/geur.

Mond-en-klauwzeer zal wel erger zijn vermoed ik?

Merci Chauffeur!

Tussen de huiselijke kantoorwerkzaamheden door ben ik nog steeds aan het pruilen over mijn jongste reis die, zoals u weet, abrupt werd afgebroken. Bijgevolg was ik al hier en daar aan het rondkijken naar een reisje ergens begin volgend jaar, wellicht richting Zuidoost-Azië. Maar ik begin me zorgen te maken. Gezien ik in de luchtvaartbranche werk en op de eerste rij zit vrees ik dat we niet meteen aan onze nieuwe patatten zijn. Integendeel zelfs.  Het zal nog even duren vooraleer er überhaupt gereisd kan worden.

Waar wij vroeger flink moesten lachen met die hypochondrische Aziaten met hun mondmaskertjes, is het zo goed als zeker dat dit het nieuwe normaal wordt op een luchthaven en mogelijk totdat er een vaccin gevonden wordt. Vele luchtvaartmaatschappijen zijn inmiddels ook bezig met hun exitstrategie en de maatregelen gaan van het dragen van mondmaskers en het controleren van de temperatuur tot een vingerprik en on-site coronatest. De middelste rijen stoelen zullen vrij blijven om toch iets of wat “distancing” te creëren, maar dat betekent ook dat er een derde van het toestel niet bezet is en er een pak minder inkomsten gaan zijn, met gevolg dat de ticketprijzen onherroepelijk gaan stijgen. Ergo, het hele low-cost model komt onder druk te staan – u kan daar blij om zijn of niet – tenzij innovatieve oplossingen zoals onderaan geïllustreerd snel ingang vinden.

Avitrader
https://www.avitrader.com/2020/04/22/italian-manufacturer-aviointeriors-develops-corona-seating-concept/

Van low-cost gesproken: ik herinner me de eerste keer dat ik met Ryanair vloog. Nog vanop de oude vooroorlogse luchthaven van Charleroi, waar ik met mijn toenmalige vriendin ergens naar het Zuiden vloog. Dat waren de tijden toen lagekostenmaatschappijen zoals Ryanair voor een ware democratisering van het luchtverkeer zorgden en de hele terminal afgeladen vol zat met zichtbaar nerveuze mensen in hun beste trainingspakken (de nationale klederdracht van Charleroi) die zich aan hun eerste vlucht ooit gingen wagen.

De moed zonk me in de schoenen, niet zo zeer vanwege de volle terminal, maar eerder vanwege de “free seat choice” toendertijd, waarbij diegenen die het kortste bij de gate stonden – en daar “en masse” aanwezig waren – dan ook de beste plaatsen hadden. Ik keek dus niet bepaald met volle goesting uit naar een paar uur met mijn knieën naast mijn oren op die veel te kleine gele zeteltjes, terwijl ik nog zo gehoopt had om de spurt naar de “overwing emergency exit seats” te winnen.

Groot was mijn verbazing toen ik eindelijk aan boord kwam en al die trainingspakken zich achteraan in het vliegtuig bevonden. Zoals in de autocar weet u? Ik verwachtte mij enkel nog aan een luid gezongen “Merci Chauffeur!” bij de landing maar ze hielden het – uiteraard – bij een nerveus applausje en een hoorbare zucht van opluchting.

Ik mag hopen dat we snel terug vliegen mogen, met of zonder trainingspakken!

Halsoverkop

Niettegenstaande ik lange tijd afwezig ben geweest op dit medium, volg ik nog steeds een aantal bloggers die het in al die jaren zijn blijven volhouden. Ik was dan ook bijzonder verbaasd om plots een aantal oude blogs in mijn rss reader te zien verrijzen uit de vergetelheid, maar het spreekt dan ook voor zich dat het coronabeestje en de quarantaine daar voor een en ander tussen zitten.

Zo dacht ik reeds een tijdje geleden om eens terug een reisverslag op deze blog te schrijven. Wat ooit begon als een uit de hand gelopen cafétrip om een museum in Cambridge te bezoeken, is ondertussen geëvolueerd naar halve expedities aan de andere kant van de wereld. Deze keer had ik een reis naar Patagonië op poten gezet, en gezien ik enorm veel gehad heb aan bloggers wereldwijd qua planning en organisatie van deze trip, dacht ik om mijn ervaringen ter zake hier neer te schrijven en zodanig ook andere potentiële reizigers een paar stappen verder te helpen.

“Maar waarom zijt gij dan nog vertrokken?” krijg nu ik vaak te horen. Alsof al deze mensen over kristallen bollen beschikken die de huidige crisis konden voorspellen. Via een aantal OSINT accounts die ik volg op Twitter was ik reeds tot de vaststelling gekomen dat er een of andere Chinees een vleermuis had opgegeten die over datum was, en dat de bijhorende ziekte wellicht ging ontwikkelen tot een tweede SARS- of MERS-crisis. Dat was ergens begin januari, en ik prees mezelf gelukkig dat ik afgezien had van de originele plannen om naar Japan of Zuid-Korea te trekken. Op dat moment werd in onze pers amper gesproken over dit fenomeen en had ik ondertussen vliegtickets en verblijfplaatsen geboekt. Tegen eind januari bleek er toch iets meer aan de hand te zijn, doch hier was het nog steeds business as usual. De prepper in mezelf, die sowieso beschikt over een maandvoorraad (droge) voeding, dacht bij deze dat het wellicht geen kwaad kon om naar het diepe zuiden van Argentinië en Chili te reizen (er gebeurt daar toch niks) maar dat ik me bij terugkomst wel aan een aantal veranderingen kon verwachten. Een economische malaise of zo. Het tijdelijk stopzetten van de handel met Azië en daardoor een hoop miserie alhier omdat het gros van onze producten ginder geproduceerd worden. Of mainstream media die sensatie verkopen en klootjesvolk dat begint te hamsteren, zoals ten tijde van de Golfoorlog. Maar ook niet meer dan dat. Ik had bovendien nog zeker 2 pakken wc-papier.

IMG_20200327_094524Wanneer dan ook onze nationale griepcommissaris vertelt dat er niets aan de hand is en iedereen gerust mag gaan skiën, zag ik niet in waarom ik niet naar een land mocht reizen waar er überhaupt niets aan de hand was. Onze Italiaanse afdeling in Milaan beweerde dat alles onder controle was en we ons ook niet al teveel zorgen dienden te maken. Het was maar een soort griep weet u. Ik had er beter aan gedaan om de steeds duister wordende tweets van bovenstaande OSINT-kanalen ernstiger te nemen dan de mainstream media, maar ondertussen zat ik op het vliegtuig naar Argentinië.

Air Europa sucks, en dan vanwege het zure gezicht van de stewardessen en het beetje eten dat je kwijt kan in een holle tand, maar de Boeing 787 was best comfortabel. Ik had beter wat meer betaald om met Iberia te vliegen maar je probeert steevast hier en daar wat af te pingelen. Toen wist ik echter nog niet dat ik al snel met datzelfde Iberia zou terug vliegen. Zonder probleem in Argentinië aangekomen, en bijzonder vlot onze connectie gemaakt naar El Calafate in Patagonië, waar er nergens iets te merken was van de Covid-scare die zich ondertussen op andere plaatsen in de wereld begon af te spelen. We bezochten de Perito Moreno gletsjer onder perfecte omstandigheden en een dag later waren we onderweg naar El Chalten, alwaar we de iconische Fitz Roy trek gingen ondernemen. Een dubbeltje op zijn kant als we naar de laatste weerberichten keken, maar op de dag zelve zijn we onder schitterende omstandigheden dit stukje Andes gaan beklimmen en dit kunnen ze ons alvast niet meer afnemen.

2020-03-13_12-29-03

Het was tijdens de afdaling dat me een en ander begon te dagen. Ik kwam in gesprek met een aantal lokale begeleiders van groepen die wisten me te vertellen dat het “gerucht” de ronde deed dat Argentinië en Chili hun grenzen gingen sluiten. Nu ja, geruchten, tot we terug in het dorp kwamen en eindelijk wifi hadden. Het nieuws werd bevestigd door een aantal kranten en door de eigenaar van ons hostel, doch het leek in de eerste plaats een soort van paniekreactie te zijn waar niemand eigenlijk wist hoe het verder moest. Mijn reisgenoot was iets of wat de kluts kwijt en wist niet meteen wat er nu diende te gebeuren, doch vanwege de onheilstijdingen die uit Europa kwamen had ik ondertussen dan maar zelf de harde beslissing genomen om te kappen met de reis, zeker toen we dat andere gerucht hoorden waar Chili zijn landgrenzen sloot.

De volgende ochtend werd er officieel bevestigd dat deze landgrenzen inderdaad sloten, en dat ook alle nationale parken off limits waren. Bij deze had het dus ook officieel geen zin meer om nog te proberen de reis verder te zetten. Ik heb – gelukkig – de gewoonte om nooit accommodatie te boeken die ik niet minstens 24 uur op voorhand kan annuleren en dat geldt ook voor huurauto’s. Het opzeggen van al deze afspraken was dus zonder schade gebeurd, doch nu stelt zich de vraag wat we moesten aanvangen. “Stoemmelings” terug vliegen naar België of wachten tot onze normale terugkeerdatum? Ik had reeds onze ambassade gecontacteerd, maar ook daar was men even het noorden kwijt en probeerde men vooral in kaart te brengen hoeveel landgenoten zich waar bevonden. Ik kreeg het advies om zo snel mogelijk terug te reizen, gezien men niet zeker was hoe lang het Argentijnse luchtruim nog ging open blijven. Ondertussen stond zowat gans ons hostel op stelten en zag je enkel nog backpackers die druk bezig waren op de smartphone; deze keer niet om hun foto’s op Instagram te posten maar om zo snel mogelijk een ticket naar huis te bemachtigen.

Een ronduit onwerkelijke sfeer, die nog onwerkelijker werd, toen we door de plaatselijke Policia en Bomberos in quarantaine op onze kamer werden gezet. Veertien dagen. Punt. Wellicht op straffe van executie of zo. Onze kamers bevonden zich rond een binnenpleintje waar we dan door het raam en de open deur (dat mocht wel) met de andere backpackers konden communiceren. Zo werd het snel duidelijk dat we onze cel mochten verlaten van zodra we in het bezit waren van een ticket dat ons zo snel mogelijk huiswaarts kon brengen. Ondertussen hadden de meeste luchtvaartmaatschappijen hun vluchten ook gecanceld met enkel een voucher als compensatie. Het was ook onmogelijk om een helpdesk te bereiken en aldus was het snel beslist om kost wat kost te maken dat we daar weg kwamen. Via de smartphone had ik tickets gekocht naar Buenos Aires en verder naar Sao Paulo met Aerolineas Argentinas, gezien – weeral- het gerucht de ronde deed dat enkel Aerolineas nog binnenlandse en regionale vluchten mocht uitvoeren. Sao Paulo of Rio bleek dan de enige optie om snel in Europa te geraken daar plots het merendeel van de internationale vluchten van en naar Buenos Aires geschrapt waren of overvol zaten.

Dat heeft ons uiteraard een smak geld gekost, zeker wanneer je weet dat de Iberia-vlucht van Sao Paulo naar Amsterdam via Madrid evenveel kostte als de twee vorige segmenten. Duizend ballen in totaal, maar het kon me op dat moment weinig schelen gezien ik nu écht wel wou maken dat ik daar weg was. Na een kort onderzoek door een lokale dokter kregen we een certificaat dat ons toeliet om de reis te maken, en uiteraard werd er nergens naar ditzelfde certificaat gevraagd; niet door de policia, niet door de gendarmeria … We kwamen zonder verdere incidenten aan in Buenos Aires, waar er ondertussen reeds heel wat toeristen – die aan quarantaine ontsnapt waren – op de luchthaven rondliepen en die ter plaatse nog (perperdure) tickets probeerden te bemachtigen. Zo was het ondertussen onze beurt geworden om in te checken voor de vlucht naar Brazilië.

“You can’t fly to Brazil mister. They will stop you at the border and we will get in trouble for allowing you on the flight” zei de baliebeambte tegen me. Qué? Dat bleek dus later ook een gerucht te zijn dat de ronde deed onder het personeel van de luchthaven. Naast ons twee Nederlanders die in een Franse colère schoten omdat ze hetzelfde te horen kregen. Op zo’n moment is het uiteraard handig om in de luchtvaart te werken en een scan van je personeelsbadge mee te hebben. Ik maakte de bediende van Aerolineas aldus diets dat ik operationeel manager ben bij een zeer grote luchtvaartmultinational, dat hij ons niet kon weigeren gezien we over legale papieren beschikten, een geldig ticket en er van visa geen sprake was. Dat er bovendien niets in de “Notice to Airmen” stond vermeld over eventuele sanitaire beperkingen op Sao Paulo Airport. Dat ik zijn luchtvaartmaatschappij ging later overkopen door mijn multinational en dat hij vervolgens ging gedegradeerd worden tot toiletkorvee en op zijn minst de Gestapo aan zijn deur kon verwachten als hij ons niet meteen kon inchecken.

Dat laatste is uiteraard niet helemaal waar, maar ik heb vervolgens met de Supervisor gesproken en na een parlé van een kwartiertje werden we ingechecked. Wellicht heeft de man dan maar toch even gebeld met zijn Operations Control Centre in plaats van onnozele geruchten achterna te lopen. Ik was eventjes een zenuwtoeval nabij (stel je voor dat we daar vastzaten en toch weer 14 dagen in quarantaine moesten?) maar een tijdje later zaten we op het vliegtuig naar Sao Paulo en hadden we in de twee Nederlanders nog toffe lotgenoten gevonden ook. Zo hebben we toch even een voet buiten de luchthaven van Sao Paulo gezet om vast te stellen dat we inderdaad geen tijd hadden om deze wellicht razend interessante stad te bezoeken (en al zeker niet omdat Corona ook daar aanwezig bleek te zijn) en na met ons vieren de voormiddag doorgebracht te hebben op de luchthaven, waar de (échte) Caipirinha’s goedkoper zijn dan bij ons op café, zaten we eindelijk op het vliegtuig naar Madrid. Terug naar Europa.

Het boordpersoneel droeg mondmaskers en latex-handschoenen en wie durfde hoesten (al was het maar een klein kuchje) kreeg meteen het boze oog van de 300 andere passagiers en riskeerde om overboord gegooid te worden. Ook ik had mijn masker op. Toen ik vertrok was er sprake van een aantal Covid-gevallen rond Madrid en ik meende dat het misschien een goed idee om deze maskers mee te nemen net zoals Aziatische reizigers dat doen. Je weet maar nooit dat het daar een probleem wordt daar in Madrid, maar in België zal het wel zo’n vaart niet lopen, laat staan in Patagonië. Het is immers een lelijk griepje en niet meer. Right? Zonde ook om halsoverkop uit Zuid Amerika te vertrekken en onder prachtige weersomstandigheden boven het uitgestrekte Brazilië te vliegen zonder de kans te krijgen om dit land te bezoeken. Afin, een nachtje vliegen en we stonden aan de grond in Madrid, alwaar ik er in geslaagd ben om quasi niets – quasi niets (!) – aan te raken op die twee uur dat ik er diende te wachten op mijn connectie naar Amsterdam. Ik heb er ook zeker twintig keer mijn handen gewassen.

In dit soort crisistijden wordt het kaf ook onmiddellijk van het koren gescheiden en kom je tot de vaststelling dat er een flink aantal idioten rondlopen op deze aardkloot. Zo kwamen we aan in de internationale terminal en dien je een treintje te nemen naar de Europese terminal, waarbij het gros van de transitpassagiers zichzelf op een grote hoop in dat treintje wurmen, uit angst dat de volgende vlucht zonder hen zou vertrekken. Zelf bleven we met een aantal anderen wachten tot de volgende trein alwaar we – zoals gevraagd door de luchthaven – de regels van social distancing konden respecteren. Op het vliegtuig naar Amsterdam werden we zoveel mogelijk uit elkaar gezet om vervolgens in Nederland aan te komen, waar er op Schiphol niets aan de hand leek. Het was dan ook onwezenlijk om alleen op de trein naar België te zitten en thuis aan te komen om mezelf af te vragen wat ik nu eigenlijk allemaal had gedaan in die laatste 48 uur.

Dat wou ik nu eens even kwijt.