Er zal nog heel wat water door de Rijn stromen

Stel dat België een participeringsmaatschappij was, met 3 bedrijven in portefeuille: de NV Vlaanderen, de SA Wallonie en de SA Bruxsel NV.  Eigenlijk gaat het al jaren enorm slecht met de NV Belgica; niet alleen zijn de bedrijfsunits heel divers qua samenstelling, maar ze produceren ook totaal verschillende producten.  Bovendien zijn de SA Wallonie en de SA Bruxsel NV  reeds jaren verlieslatend en is het productieniveau bedenkelijk, om nog maar te zwijgen over de afgeleverde kwaliteit.  Gelukkig is er nog de NV Vlaanderen die zelf niet helemaal vrij is van de problemen, integendeel zelfs,  maar reeds decennialang voor de broodnodige inkomsten zorgt.  De NV Belgica houdt het hoofd alleen nog boven water door geld – via cosmetische boekhoudkundige operaties – over te pompen van de NV Vlaanderen naar de 2 andere units.  Ondertussen beseft men al langer dat het probleem ligt bij het management van de SA Wallonie en de SA Bruxsel NV.  Niettegenstaande de arbeiders van deze units best wel goeie werkkrachten zijn, is het beleid binnen deze firma enorm rigide, denkt men slechts op korte termijn en worden er slechts verouderde produkten vervaardigd die amper nog afnemers vinden.   Sommige kwatongen beweren dat het management enkel geïnteresseerd is in het  behoud van hun directeurszetels en de bijhorende vette salarissen, waar hun arbeiders – door gebrek aan dynamisme van bovenaf –   in een  lethargie ondergedompeld zijn.

In de realiteit zou er reeds lang een curator aangesteld zijn, of zou de NV Belgica op zijn minst de verlieslatende units verkocht hebben aan de meestbiedende.   Dat blijkt echter niet mogelijk omdat diezelfde slecht presterende managers bovendien nog eens in de raad van bestuur van België zitten en er de touwtjes stevig in handen houden.

Deze absurde vergelijking maak ik slechts om te illustreren (of een poging tot) in welk onontwarbaar en complex kluwen we allen zijn terechtgekomen.  Daar progressief (?) links (?), in hoofde van de PS (en aldus ook de SP-A) vasthouden aan een status-quo, en aldus kiezen voor een verderzetting van cliëntelisme en consumptiefederalisme zonder responsabilisering gaat mijn petje te boven.  Het spreekt voor zich dat de modale Waal (én Vlaming) door dit soort van asociale politiek niet worden vooruitgeholpen (vandaar de “?” bij “progressief” en “links”).  Of rechts met afdoende oplossingen (en dan liefst op langere termijn) voor de dag komt is ook maar de vraag, en durf ik zelfs gedeeltelijk te betwijfelen.  Bespaard zal er alleszins moeten worden, en de klassieke oplossing – meer belastingen – is niet enkel een pleister op een houten been, maar de brave gewone burger wordt er niet echt vrolijker op.

Een verdere staatshervorming is cruciaal, en kan voor mij niet ver genoeg gaan, maar tevens is het nodig dat een aantal politici – van welke strekking dan ook – de ballen krijgen om met een totaal nieuw project voor de dag te komen.  Een project met vooruitzichten op langere termijn, waar er gerust buiten de lijntjes van klassiek links of rechts mag gekleurd worden. Met alle (politieke) kleuren trouwens. Zelf heb ik wel een en ander in het achterhoofd zitten (meer in de richting van een gerevitaliseerd Rijnlandmodel), maar daar ga ik hier nu niet over uitweiden.

Of je nu voor of tégen Bart Dewever bent, of Dewever nu koudwatervrees heeft of niet, of men nu diezelfde vrees van Di Rupo eerder minimaliseert (staatsmanschap hoera!); Bart Dewever gaat tenminste voor een nieuw project in plaats van een status-quo, en dat is – mijn inziens – reeds een goed begin.

Advertenties