Stiff Upper Lip

Het valt best mee om eventjes terug in mijn dorp te wonen.  Ik blijf niet, da’s zo klaar als pompwater, maar maak er ondertussen het beste van.  Over dorpen gesproken: er is al veel gezegd en geschreven over “dorpsmentaliteit”, en dan zeker door diegenen die er niet (meer) willen wonen.  Ieder zijn meug uiteraard, en we hebben allemaal wel redenen om al dan niet voor dorp of stad te kiezen.

Stugheid en wantrouwen worden vaak genoemd, doch bij ons valt dat allemaal best mee.  Ik ben – als verloren zoon – alleszins prima ingehaald.  Ook al weet men dat ik zo gauw mogelijk terug naar de stad verhuis.  Waar ik het moeilijker mee heb is de typische, “vooroorlogse” emotieloze opvoeding die velen onder ons gekregen hebben.  Uiteraard ingegeven door het aloude katholieke schuldgevoel, en naar mijn aanvoelen nog dominanter aanwezig op het platteland dan in de stad.

Een volledige bloemlezing ga ik hier niet geven, maar volgende dooddoeners schieten me spontaan te binnen: “ledigheid is des duivels oorkussen” en emoties en affectie tonen is not done, tenzij dan voor wussies.  Zelf heb ik er iets minder mee te maken gehad, maar zelfs bepaalde exemplaren uit mijn familie hebben nog dergelijke “programmering” ondergaan. Minder doorgedreven maar toch.   Niet dat het gevoelloze wezens zijn, verre van, maar je merkt dat ze het nog steeds moeilijk hebben met emoties.  Zeker naar buiten toe.

Alla, neem nu die kerel die iedere week stomdronken op café zit.  Een brave gast, altijd geweest, maar tegenwoordig zit hij enkel nog zijn scheiding te verzuipen, en niettegenstaande het reeds een jaar geleden is, raakt hij er maar niet over.  De anderen staan er bij en kijken er naar.  Hulpeloos en gegeneerd.  Je  zag ze zo denken: “zomaar huilen op café, en dan nog bezopen ook, dat doe je toch niet?”

In een zeldzame vlaag van filantropie heb ik dan maar eens een praatje gemaakt met the poor guy, nadat ik er eerst een halve liter koffie had ingegoten.   Ik probeerde om voorzichtig aan te brengen dat hij zich misschien moet laten helpen.   “Een psycholoog”, zei ik, “om er niet helemaal onderdoor te gaan”.

“Misschien moet ik dat dan maar doen”, antwoordde hij.  “Maar wat gaan de mensen daar van denken?”

Wat gaan de mensen daar van denken?  Dju toch!  Dàt soort van dorpsmentaliteit kan me gestolen worden.  Zeker wanneer die steeds-schande-sprekende-mensen zelf gigantische balken in beide ogen hebben.