Nogmaals over ’t water

Wij waren eigenlijk totaal niet voorbereid op de wandelingen die ik voor ogen had. Voor zover ik wist waren het daar in Exmoor vooral gezellig glooiende heuvels, en het predikaat “difficult” wat ik op een aantal wandelwebsites vond deed ik af als ronduit “jeanetterij”.  Was dat even schrikken toen we tot de vaststelling kwamen dat we niet alleen met een serieuze hellingsgraad te maken kregen (+25% is daar heel normaal) en dat constante stijgen en dalen fel in de kuiten beet.  ’t Was dus toch niet helemaal gelogen van die moeilijkheidsgraad.  In feite was dit stukje van onze wandeling een eerste kennismaking met het wandelen in Engelse natuurparken en aldus een voorbereiding op de beruchte “Coast-to-Coast” die ik in de nabije toekomst achter de kiezen hoop te hebben.

Opdracht geslaagd, en bijzonder tevreden over de goed onderhouden en uitgestippelde paden in wonderlijk natuurschoon, alhoewel het gebruik van een stafkaart en een gps toch niet bepaald een luxe is. Dit is het land waar “rambling” een van de nationale sporten is en met zo’n keure aan natuurparken is dat alleszins niet verbazend. Dit smaakt wel degelijk naar meer!

Van smaken gesproken: gezien de Britten schijnbaar goed opgelet hebben tijdens de vloedgolf van kookprogramma’s van Jamies en andere Olivers, viel het eten al bij al – althans voor onze verwende Bourgondische magen – best mee.  Niet echt verfijnd, maar we waren niet naar ginder gekomen voor het eten (dan zouden we pas met meewarige blikken te maken gekregen hebben…)

Maar dan heb ik het nog niet gehad over de accomodatie.  Gezien hotels ook daar best prijzig zijn, opteerden we voor Bed-and-Breakfast-toestanden die goed meevielen qua prijs en bovendien een stuk gezelliger waren dan steriele hotels.  Dat ik des ochtends mijn tafel moest delen met wildvreemden, die dan bovendien allemaal een praatje willen maken, maakten dat dit – mysantroop zijnde – niet echt mijn favoriete onderdeel was, doch Penelope nam gelukkig een groot deel van de honneurs waar, zodat ik mijn aandacht vooral aan het Full English Breakfast kon wijden (ja, wij lusten dat).  Op en top vriendelijke en gedienstige landladies daar in de Engelse jungle, tenzij misschien dan de eerste, die nét een beetje teveel haar best deed, zodat ik al snel doorhad dat ze wellicht fakete, maar deze dame was dan ook afkomstig uit Londen.

Van Exmoor ging het naar Bath, gezien een stuk cultuur nooit geen kwaad kan, om nog maar te zwijgen van de kans tot shoppen, die achteraf gezien mij meer ten goede kwam dan Penelope (meestal is het andersom) en zo komt het dat ik helemaal naar Engeland moest om een paar goede jeans in de solden te kopen.  Het nuttige aan het aangename gepaard, en aangenaam was deze stad zeker.  Laten we zeggen dat dit stadje de allures heeft van een grootse metropool – inclusief kuddes wild fotograferende Japanners en Chinezen – maar bizar genoeg geen greintje gezelligheid heeft verloren.  Quite liveable dus. Lang zijn we niet gebleven en we hebben ook maar de highlights van deze stad meegenomen, doch ik mag zeggen dat ik aangenaam verrast was.

Laatste stop op deze reis  – na een ommetje via Avebury – waren het Royal Navy Museum in Portsmouth – de moeite, ook indien gij niet van zeilschepen houdt – en het Weald and Downland Open Air Museum, een soortement Bokrijk, maar dan eerder in de Tudorperiode gespecialiseerd, want de history buff in mezelf wou ook nog iets.  Gezien deze reis gemarineerd werd in stralende zonneschijn en dit mijn eerste “langere” reis was in het ravissante gezelschap van Penelope, kan ik u vertellen dat ik meer dan tevreden was over deze trip.

Toen ik – eilaas! – terug begon te werken heb ik bovendien nog een nieuw record gevestigd.  Daar waar ik bij vorige werkgevers binnen een tweetal uurtjes na terugkomst mijn vakantiegevoel kwijt was, duurde het dit keer slechts een kwartier alvorens ik hoopte om zo snel mogelijk terug op vakantie te mogen.  Maar dat is een ander verhaal 🙂

Advertenties

Over ’t water

Porlock4We zijn naar Engeland geweest.”

Wenkbrauwen fronsten, en ze meenden meteen dat ik een grapje maakte. Niet moeilijk in een bedrijf waar zowat de hele bende voor een tweetal weken Het Laatste Nieuws gaat lezen in een all-in in Torremolinos, maar we zijn er dus echt voor een weekje tussenuit geweest en dit naar een van de uithoeken van het fiere Albion.

Het leek er even op dat deze trip, waar ik – deerlijk overwerkt – lang naar uitgekeken heb, op het laatste nippertje gejinxt leek te worden. Het was een laatste hectische week voor de vakantie, waar ik, tussen soep en patatten, trachtte om een en ander in te pakken, de zaken te regelen op het werk voor mijn afwezigheid, en bovendien nog met de wagen naar de autokeuring moest om zo maar eens wat op te noemen. Laat ik nu net, op weg naar die keuring, een of andere zonderlinge motorstoring hebben, waardoor er onmiddellijk allerhande doemscenario’s door mijn kruin begonnen te spoken, en dat met een strak geregisseerd schema waarbij ik de volgende dag met diezelfde wagen op de autotrein diende te geraken.

Gelukkig zijn er nog garages waar ze u meteen proberen te helpen en toch al tenminste de boel eens uitlezen, om dan laconiek te horen te krijgen dat het wel een of andere glitch in de elektronica zou geweest kunnen zijn en ik in principe met gerust gemoed kon vertrekken gezien de wagen plots prima in orde leek. U kan begrijpen dat ik nadien met een klein hartje alsnog naar de keuring reed – met vlag en wimpel geslaagd – en de ochtend nadien, met een even ongemakkelijk gevoel in Calais aan de Eurotunnel arriveerde.

(of dat probleem met mijn wagen nog terugkomt zien we dan wel later. Ondertussen draait hij terug als een tierelier)

Dolletjes daar, aan Le Tunnel, alwaar nummerplaatherkenning er voor zorgt dat je als een fluitje van een cent kunt inchecken en je een uur later met je hele hebben en houden het kanaal “ondersteekt”. Ook daar was ik er niet helemaal gerust op, gezien ik eigenlijk niet echt wist wat ik aan de andere kant kon verwachten qua rijplezier (?). Ik heb reeds meermaals met een “linkse” wagen links gereden, maar met een “rechtse” wagen, en dan nog mijn eigen vehikel, mezelf tussen de Engelse Petrol Heads wagen leek me toch iets om met grote voorzichtigheid tegemoet te kijken. Gelukkig was er Penelope, die niet alleen de routeplannetjes en de GPS in het oog hield, maar me er vooral op wees om vooral links te houden.

Dat links rijden met een “rechtse” wagen bleek enorm goed mee te vallen en went snel, zeker op de motorways, maar ik moet toch kwijt dat ik me – op de gewone wegen – bijzonder diende te concentreren. Op het gebied van de staat van (snel)wegen hebben we alleszins niets te leren van de Engelsen; lapwerk allerhande en potholes galore maakten dat ik me snel thuisvoelde, ook al reed ik aan de verkeerde kant van de baan. Eenmaal de snelweg verlaten begon het pas helemaal interessant te worden met smalle verbindingswegen, afgezoomd met metershoge hagen, en waar amper twee postkoetsen naast elkaar kunnen passeren. No margin for error, en dan ben ik nog niets een begonnen over de ronde punten, waar ze u in de UK mee doodgooien. Die mensen hebben zelfs een rond punt op de overloop om van de slaapkamer naar het toilet te gaan. Best even opletten dus.

Zo kwamen we na een lange dag aan in Porlock, een negorij aan het Bristol Channel op een boogscheut van Wales, en de perfecte uitvalsbasis voor een paar stevige wandelingen in het Exmoor National Park. Een énig dorpje, Porlock2zouden de Nederlanders zeggen, en dit was inderdaad het prototype van het rustig ingeslapen Victoriaans dorpje met (alweer) erg smalle en bochtige wegeltjes, typische cotttages en braaf vriendelijk volk. Afin, “Merry Old Englandtout-court, ver weg van de overbevolkte en politiek correcte Britse steden, en aldus het soort van dorp waar Gromit (die van Wallace) in de schenen bijt van Postman Pat en die laatste dat – zich duizendmaal verontschuldigend – helemaal niet erg vindt. Bizar genoeg hebben we een hele week stralend weerPorlock1 gehad, en dat lijkt wel iedere keer het geval te zijn wanneer ik het kanaal oversteek. Ik lijk dus een goed effect te hebben op het Britse klimaat, doch wellicht maak ik mezelf dat maar gewoon wijs.

Hoe het verder gaat, en hoe onze B & B beviel, vertel ik u graag de volgende keer!