Feesten (2)

Het is verdorie goed meegevallen en er mag dit weekend ook eens een blessing van af. Ik heb het uiteraard over de aangekondigde trouwpartij, waarvan ik in mijn laatste bericht niet al te zeker was of ik dat wel graag zou beleven, gezien mijn afkeer van (té) georganiseerde (familie)feesten.

Het gezelschap aan de tafel was top, gezien het mijn neven en nichten waren, waar ik het steevast goed mee heb kunnen vinden, en het eten was best te pruimen. Wel vervelend doordat ik de familie sinds de begrafenis van mijn vader niet meer heb gezien, en dus aan iedereen moest uitleggen waarom ik daar terug alleen stond. Maar buiten die valse noot heb ik mezelf dus best geamuseerd.

Had ik niet geweten dat het trouwfeest in een of ander godvergeten Limburgs gat doorging, had ik het wel gemerkt gezien de typische trouwfeestenmuzak werd afgewisseld met – in Limburg wereldberoemde – carnavalschlagers. Nuchtere Brabanders die we zijn – althans van karakter – hebben we menigmaal een wenkbrauw gefronsd bij de daaropvolgende taferelen op de dansvloer, maar kom, ge moet die mensen ook iets gunnen. Ik heb bovendien geleerd dat André Van duin in die contreien nog steeds erg populair is (met een oud nummer), en ik heb het zelfs opgezocht op youtube. Luister, doe uw ogen dicht, en stel u een hoop zatte Limburgers voor die dit nummer op de vloer uitbeelden. Daar gaat nog lang over gesproken worden in de familie.  En ik heb het riedeltje reeds een ganse dag in mijn hoofd.

Advertenties

Feesten

Ik heb het niet helemaal begrepen op feesten, of dan toch niet de traditionele (familie-) feesten. Ik hou eerder van “spontanere” bijeenkomsten zonder al te veel tierlantijnen. Maar vandaag hadden we aldus een – traditioneel – communiefeest van mijn neefje (weet u het nog? Een nieuw horloge, een nieuwe fiets,… Alla, dan toch in onzen tijd), waar ik toch enigszins tegenop zag. Het is namelijk steeds een beetje een geforceerde sfeer geweest met die schoonfamilie van mijn zus (die ik amper ken, die schoonfamilie), en dan zeker nu, gezien ze op scheiden staat. En met geforceerd bedoel ik echt wel geforceerd, gezien de schoonfamilie in kwestie tot de bourgeoisie francophone d’Anvers behoort en het steeds aanvoelt of ze zich, in een gulle bui, verwaardigen om met gewone luitjes zoals wij om te gaan.

Aan mijn tafel ging het aldus over golf, tennis, hockey, BMW’s, Mercedessen en Audi’s, om nog maar te zwijgen over de villa’s met zwembad, en de laatste elektronische hebbedingen voor de succesvolle zakenman. Normaal gezien had ik dat zootje kleinburgers met een paar welgemikte ironische steken onder water in hun bloot gat gezet, maar deze keer heb ik eigenlijk de ganse tijd geen b*kkes gezegd. Dat zelfs mijn ma zich afvroeg of ik in slaap aan het vallen was.

In vroegere tijden zou dat wel anders geweest zijn, waar ik wel een smoes zou gevonden hebben om er tussenuit te muizen naar de nabije luchthaven van Antwerpen (“het werk heeft mij efkes nodig!”) en aldaar een vliegtuig te huren om ter plaatse wat rond de kerktoren te gaan draaien in plaats van mijn tijd te verdoen (écht gebeurd vroeger!), maar dit keer kon ik er niet aan ontkomen. Het ergste van al vind ik de elvendertig gangen aan uitgelezen (mja) spijzen die u het gevoel geven dat ge hierna twee weken kunt overleven op melk en beschuiten, om nog maar te zwijgen van het feit dat ik er zelfs geen frisse pint kon krijgen (niet chique genoeg, maar ja, ik moest ook rijden vandaag). Ik ben dus maar al te blij dat ik – totaal overboeft – aan mijn computer zit en zo meteen de fauteuil induik.

Het ware draaglijk, moest ik zaterdag niet naar een huwelijk moeten van een andere neef – brave mensen en ik gun het ze van harte; ze kunnen er ook niet aan doen – waar de traditionele elvendertig gangen van uitgelezen spijzen en de kleffe discobar (“Aan de Noordzeekust” en de “kuskensdans” voor de zatte nonkels) van de partij zullen zijn, maar waar ik gelukkig in gezelschap ben van aangename familie die ik tenminste ken, en waar men zich niet te min zal voelen om mij een frisse pint te schenken (en ik moet die dag niet rijden).

Niettegenstaande het dus heus wel zal meevallen volgende zaterdag (behalve dan de buik-sta-me-bij en de kleffe muziek) moet ik dan automatisch terugdenken aan het beste-en-niet-te-evenaren trouwfeest ooit. Zo was er een oud-collega, steeds lichtelijk alternatief geweest, die ons uitnodigde op zijn trouwpartij, ergens in een verloren gat in de Vlaamse Ardennen. De locatie was een oude vierkantshoeve, uitgebaat door een stelletje oude hippie’s, en waar we in de weide een geïmproviseerd tentenkamp mochten opslagen. Het was daar allemaal heel erg simpel: uw eten ging ge halen bij dat varken dat aan het spit lag te draaien, en achteraf kon ge kiezen uit een assortiment boerentaarten. Geen stoelen, tafels en stijf gedoe, want ge kon u gewoon neerzetten waar het u uitkwam (er waren gelukkig wel borden en bestek). Een dolgedraaide fanfare zorgde voor wilde dansmuziek, en de toog, die in een geïmproviseerd bruin café stond, schonk ons liters abdijbier. Beter kan gewoonweg niet, en ik bespaar u de taferelen die plaatsvonden bij het ochtendgloren, toen we tot de vaststelling kwamen dat we onze tenten hadden vergeten opzetten, en we – met een flink stuk in de kraag – toch een poging ondernamen om een stuk zeildoek boven onze slaapzak te krijgen. Dat noem ik pas feestjes!