Nog een flashback!

Laatst werd er door good old StuBru nog een oud nummer opgerakeld uit de vergeten kelders van mijn memorie. Afin, op die momenten dat mijn lab rats uit de buurt zijn en ik mezelf van het simplistische MNM kan verlossen, in de hoop dat de muziek op StuBru te pruimen valt, wat ook niet steeds het geval is. Doch de gustibus et coloribus et cetera…

Johnny Cash potdorie! Met zijn cover van “Personal Jesus” (van Depeche Mode), die me – via youtube – meteen bij de nog straffere U2 cover van “One” bracht. Maar de sterkste cover van Cash, meiner Meinung nach, is nog steeds “Hurt” welk origineel werd uitgebracht door de Nine Inch Nails, een groep uit mijn late Grunge-jaren, die niemand zich nog herinnert. En ik moest ook even graven om die groep thuis te brengen.

Maar die beklijvende cover (uit 2003) was ik maar even uit het oog verloren. Opmerkelijk dat een eerder eenvoudig arrangement, gedragen door – de toch wel fragiele – stem van Johnny Cash, die niet veel later zou overlijden, zo een beklijvende indruk kan nalaten. De tekst komt dan ook veel beter tot zijn recht dan in het origineel. Vind ik toch.

Bij deze dus de officiële clip, die op zich al de moeite waard is om uit te kijken (doen!) en daaronder een live versie van het origineel in duet met David Bowie (had ik zelfs nog nooit gehoord). Beiden straf, maar Cash, een groots artiest, die is nog een stuk straffer.  Een rebel met een goed hart en een slecht karakter; een man naar mijn hart!

Advertenties

Flashback!

Daarstraks op de radio: “Fake Plastic Trees” van Radiohead. Klinkt als de betere smartlap, maar het nummer gaat schijnbaar over de uitwassen van de consumptiemaatschappij (ik heb ’t opgezocht). Onvoorstelbaar hoe muziek plots van die gigantische flashbacks kan oproepen. Iets wat je al lang in de donkere vergeten kelders van je geheugen had gestouwd, en plotsklaps weer door het hoofd schiet.

In dit geval zit ik weer even in de studentenkroeg, tegen het einde van het schooljaar en in volle blok, waar de beste vriendin van mijn toenmalig lief me komt vertellen dat ik eigenlijk al een paar weken scheel bedrogen werd. De klaagzang van de achtergrondmuziek was zodus perfect gepast, al was het maar een smartlap over de uitwassen van de consumptiemaatschappij, en illustreerde het plaatje waar de grond onder mijn naïeve voeten verdween.

Ik had ’t moeten weten, gezien het wulpse geval al een aantal kerels aan de lopende band had versleten, en mijn toenmalige status (als piloot in opleiding) even haar interesse had gewekt voor zolang het duurde. Afin, ik ben dat jaar zonder probleem afgestudeerd hoor, niettegenstaande ik nog quasi dagelijks met haar geconfronteerd werd, tot de grote vakantie aanbrak.

We hebben haar nooit meer teruggezien, gezien ze geen al te groot licht was (toen moest een vrouw voor mij in de eerste plaats knap zijn – jaja, I know, ik was toen nog een bleu) en ze reeds aan haar elvendertigste bisjaar bezig was.

Jaren later vernam ik via facebook, van diezelfde beste vriendin, dat het ex-lief in kwestie, ondertussen moeder van vier kinderen van twee verschillende mannen, na haar tweede scheiding – waar ze gedumpt werd voor een geïmporteerde Thaise – ergens in een of andere doodsaaie job zit te wroeten om zich plastische chirurgie te kunnen veroorloven.

’t Is niet dat ik mensen ongeluk toewens, maar op dat moment voelde ik even, héél even, Schadenfreude. Ik weet het, ik was toen al een slecht karakter 😉