Kebab – the sequel

In mijn laatste post hebben Wendy en ik hebben nog wat nagekeuveld over een vorig bericht,  waarin ik tot de conclusie dat bepaalde culturen me enkel konden bekoren op gastronomisch gebied en meer bijzonder met een broodje kebab (met extra feta en cocktailsaus).  Wars van die discussie die u hier kan volgen kwam ik tot de volgende curieuze vaststelling: sinds ik dat bericht – met de tag “kebab”  – schreef, zie ik bij de “zoektermen” in de blogstatistieken dat het woord “kebab” zowat dagelijks voorkomt en er al –tig mensen op mijn blog hebben geklikt enkel en omwille van dat specifieke woordje.  Ik heb nu zelf eens “kebab” gegoogeld, en na 20 pagina’s doorklikken ben ik mijn blog nog niet tegengekomen, en dat lijkt me logisch te zijn ook.

Wat ik nu niet versta: er zijn dus mensen die “kebab” googelen, tientallen pagina’s doorklikken, hopelijk die honderden links niet allemaal bekijken, om dan op een site terecht te komen waar absoluut geen kebabs verkocht worden.  Willen de personen in kwestie misschien hier komen vertellen waarom ze dat doen?  Ik ben namelijk curieus.  Meer nog; ik zal even een tip geven: wanneer u de dichtstbijzijnde dönertent zoekt, geeft u best “kebab” en de naam van uw stad/gemeente in.  Dat helpt.  U moet die honderden sites écht niet allemaal bezoeken 🙂

Beter een gat in uw cultuur dan een cultuur in uw…

In een Duitse online gazet vond ik een artikel (vertaling) over de strenge Deense immigratiewetten en in het bijzonder over de familiehereniging.  Diezelfde discussie vond recent ook in onze praatbarak voor lopende zaken plaats.  U kan het via de link zelf lezen, maar de conclusie van een aantal Deense politici was dat ongeschoolde migranten, die via familiehereniging het land in komen en de taal niet machtig zijn, (praktisch) niets bijdragen aan de samenleving, en enkel voor zware kosten zorgen.  Men heeft het hier uiteraard niet over Eskimo’s, Papoea’s, Finse Lappen of Kayapo-indianen, maar over diegenen die hier – in het Avondland –  in net iets grotere getale aanwezig zijn.

Afin, een recente cafédiscussie indachtig, dacht ik bij deze aan onze bakfietsminnende medemensen die bij hoog en laag beweren dat deze nieuwkomers en medelanders in zekere zin toch bijdragen, en dan in de vorm van “multiculturele verrijking”.  Hoera!   Misschien bedoelt men wel dat we aldus steeds een beetje Zuiderse vakantiesfeer in onze straten hebben, doch gezien ik een voorkeur heb tot vakantievieren in Scandinavische of Angelsaksische landen kan dit – helaas – niet mijn voorkeur wegdragen. Omdat ik een cultuurliefhebber ben, ga ik bij deze eens grondig proberen vast te stellen of ik al dan niet baat en verlichting heb bij deze zgn. multiculturele verrijking.

Volgens Wikipedia wordt cultuur als volgt bepaald:

  • Excellence of taste in the fine arts and humanities, also known as high culture
  • An integrated pattern of human knowledge, belief, and behavior that depends upon the capacity for symbolic thought and social learning
  • The set of shared attitudes, values, goals, and practices that characterizes an institution, organization or group

Over die laatste twee bepalingen kan ik kort zijn.  Gezien de cultuur der nieuwkomers mijns inziens vooral een archaïsche, patriarchale en van religie doordrenkte beleving is, met weinig ruimte voor kritisch denken en zelfrelativering, ga ik – als vrije denker – hier niet veel woorden aan vuil maken.  Laten we het dan maar hebben over het eerste punt: de uiting van cultuur volgens de acht kunsten!

Als eerste kunst hebben we muziek.  Ik stel vast dat de bovenvermelde lui of dan toch hun zonen, houden van Rap, Rai of een soort van religieuze gezangen.  Dit vanwege hun autoradio’s die enkel luid en met open venster kunnen functioneren.  Laat dat nu net niet mijn smaak zijn, en tot zover de culturele kruisbestuiving op muzikaal gebied.   De architectuur wordt als tweede kunst beschouwd en laat ik voorzichtig stellen dat het oprichten van gebedshuizen allerhande mij als de facto atheïst danig tegen de borst stoot.  Tot zover de verrijking via de architectuur.  Als derde kunst aanschouwen we de Boekdrukkunst of Literatuur in het algemeen.  Ik heb wel eens een Hafid Bouazza gelezen (puike schrijver), maar vrees dat mijn voorkeur voor het geschreven woord maar matig gedeeld wordt door onze nieuwkomers.  Tenzij dan bepaalde religieuze geschriften die liefst klakkeloos gedebiteerd dienen te worden.  U weet het al: als atheïst kan ik dit weinig verrijkend noemen.  Over de vierde kunst, theater, en de vijfde en zesde kunst, zijnde schilderen en beeldhouwen, kunnen we tevens vrij kort zijn vrees ik.  Meer nog, beeldende kunsten worden in de heimweelanden, vanwege religieuze voorschriften, niet echt getolereerd.  Hetzelfde geldt min of meer voor de achtste kunst: de film.  Maar de zevende kunst, het koken, biedt me – tot mijn grote vreugde – aanleiding tot culturele uitwisseling!  Voor mij graag een kebab met cocktailsaus!  Dat hadden we hier vroeger nog niet en sla ik zeker niet af!  Ik ben dus blij dat ook ik deel kan hebben aan de multiculturele verrijking.  Met dank aan de bakfietsers die me dit hebben doen inzien.

Soit, misschien ga ik hier – weeral – te kort door de bocht maar, en het spijt me stijf, kan ik de uitspraken van die Deense politici  – onder zeker voorbehoud – enkel bijtreden.  Een duurzame integratie van nieuwkomers indachtig, denk ik dat we hier het oorspronkelijke doel ver voorbij zijn geschoten, en dat de import van bruide(n)(gommen) uit het heimweeland enkel contraproductief is.  In de eerste plaats voor deze mensen zelf, die vaak in een vicieuze cirkel van achtergesteldheid blijven ronddraaien.  Het duurt jaren vooraleer deze nieuwkomers de cultuurshock te boven gekomen zijn, en min of meer de voertaal machtig zijn. Laat staan dat ze snel in staat zijn om op een schappelijke manier aan de samenleving kunnen deelnemen (én bijdragen), als ze überhaupt al aan die samenleving willen/mogen deelnemen.  Voor sommigen is dit misschien een veredelde vorm van ontwikkelingssamenwerking, doch jarenlang teren op het sociale systeem zonder zelf iets bij te dragen lijkt me in deze tijden van schaarste not done, en aldus dringen zich strenge en faire regels op, die in het voordeel zijn van beide partijen.  Bovendien stoot het me tegen de borst dat de toekomstige partners vaak uit het heimweeland worden geïmporteerd omdat onze plaatselijke exemplaren (zowel van allochtone/autochtone origine) schijnbaar té verdorven en té verwesterd zijn.  Waarop de “zuivere” exemplaren vervolgens naar dezelfde verdorven contreien worden geëxporteerd.  Hypocrisie heet zoiets.

Afin, ik zal wel de slechte mens zijn.  Verdorven.  Ik weet het.