Om ’t kind een naam te geven

Volgende week is’t prijs.  De neefjes worden voor een aantal dagen hier ten huize gedropt.    Soms brave en immer hyperkinetische broertjes die weeral een paar dagen – onder andere door de ondergetekende – geëntertaind moeten worden.  Niettegenstaande het reeds gedurende het schooljaar een georganiseer van jewelste is, worden de schoolvakanties helemaal chaotisch.  Zuslief heeft haar droom – een eigen apotheek – waargemaakt, en schoonbroer heeft zijn eigen droom gerealiseerd door als gevierd arts amper thuis te zijn.

Ik kan begrijpen dat er af en toe opvang nodig is, want het is niet altijd even gemakkelijk en een mens wil er al eens tussenuit, maar wanneer je systematisch met opvangproblemen zit vraag ik me af waarom je dan in vredesnaam aan kinderen begint?  Omdat het zo hoort?  Mijn zuster  – vleesgeworden conformisme – kennende, kan dàt alleen maar de reden zijn.  Waar wij, als kleine snotapen, gezegend waren met 1 ouder die steeds thuis was, en onze vakanties al ravottend in het bos doorbrachten, dienen de bovenvermelde exemplaren steeds overbeschermd beziggehouden te worden. Van “laten ravotten” kan dus, auf Befehl der Schwester – geen sprake zijn.

Hoe ging dat weeral in vroegere tijden, met name de jaren zeventig?  Pa en ma hadden ook hun projecten, werkten beiden, maar hielden rekening met het feit dat er drie oproeiende kinderen waren.  Vandaar dat er quasi nooit opvang nodig was.  De ene werkte wat meer dan de ander, en omgekeerd, zonder in traditionele rollenpatronen  te vervallen.  Bij mijn zus en vergelijkbare koppels kan ik alleen maar vaststellen dat de eigen besognes op de eerste plaats komen, de kinderen er bij zijn gekomen omdat het zo hoort, en men het té druk heeft, of meer nog, zelfs vervelend vindt wanneer diezelfde kinderen aandacht vragen.  Ge kunt niet alles hebben zeg ik dan.  Of wel ga je voor je carrière, je villa met zwembad en de meerdere reizen per jaar, ofwel gaat er een van de twee minder werken, houdt ge uw doemp wat in en neemt ge uw verantwoordelijkheid op voor uw kinderen.  Of neem er maar ééntje.  Of neem gewoon geen kinderen.  Maar ge kunt niet alles hebben.

Mensen beginnen aan kinderen zonder na  te denken over de gevolgen.  En die kinderen kunnen daar niks aan doen, maar ze zijn er wel.  Soit, ik zal ondertussen maar eens opsnorren wat de nonkel volgende week uit zijn mouw zal schudden.

’t Zal uwe kleine maar zijn

Wanneer men vraagt of ik ooit nog aan kinderen ga beginnen antwoord ik steevast dat het  “not my cup of tea” is.  Ik heb er niets tegen – verre van dat – en bij tijd en wijle zijn ze plezant,  ben zelfs lang leider in de jeugdbeweging geweest, en met regelmaat worden de neefjes en nichtjes op me losgelaten.  Daarentegen ben ik altijd blij wanneer ik ze ’s avonds mag teruggeven.  Laat ik het zo stellen: ik ben een rusteloze ziel, en de schaarse vrije tijd die me rest heb ik nodig om enige verpozing en sereniteit te bekomen.  Zo niet eindig ik gegarandeerd in een gecapitonneerde cel met dwangbuis op maat.  Meer nog, met de absurditeit van het leven in het achterhoofd, hoop ik het beste te maken van mijn bestaan op deze vermaledijde aardkloot.  Liefst met zo weinig mogelijk kopzorgen.

Om Etienne Vermeersch (deze week in Humo) te citeren:  “Je geeft zin aan je leven door voort te leven in je kinderen, en die moeten dan op hun beurt zin geven aan hun leven door voort te leven in hún kinderen. Wat een onzin. Het bestaan op zich hééft geen zin, punt. Wat is de zin van een paard, een konijn of een tulp?”

Zo ver wil ik het zelf niet trekken, daar iedereen vrij is om zijn/haar goesting te doen, maar hij haalde daarenboven ook “overbevolking” aan als argument.  Het is klaar als een klontje dat we met z’n allen enorm kortzichtig bezig zijn, en dat de overbevolking en bijbehorende ecologische voetafdruk voor enorme problemen zullen zorgen.  Problemen waar niet wij, maar onze nakomelingen mee opgezadeld worden.  Vaak wordt als argument gebruikt dat bewust kindervrije mensen – zoals ik – egoïstisch zijn, maar in het licht van het bovenstaande kunnen we deze bewering tot brandhout verwerken.

Helemaal absurd vind ik het dan wanneer de kudde vraagt wie er “mijn sociale zekerheid en pensioen gaat betalen”.  In de derde wereld kan dit als argument tellen, doch hier ten lande ben ik reeds druk bezig om mijn eigen sociale zekerheid (en die van anderen) te betalen.  Een non-argument dus.  Afin, om tot mijn punt te komen: mijn wens om (quasi?) kindervrij door het leven te gaan is even legitiem dan diegenen die wél voor kinderen kiezen, en hoef aldus – bij deze en vanaf nu – geen idiote vragen meer over dit onderwerp te krijgen.  Ik vraag toch ook niet waarom iemand wél aan kinderen begonnen is?  Waarop dan vaak geen afdoend antwoord komt, en we weer bij Vermeersch zijn aanbeland.  U doet maar, doch hou het beperkt, in naam van uw nakomelingen.