’t Zal uwe kleine maar zijn

Wanneer men vraagt of ik ooit nog aan kinderen ga beginnen antwoord ik steevast dat het  “not my cup of tea” is.  Ik heb er niets tegen – verre van dat – en bij tijd en wijle zijn ze plezant,  ben zelfs lang leider in de jeugdbeweging geweest, en met regelmaat worden de neefjes en nichtjes op me losgelaten.  Daarentegen ben ik altijd blij wanneer ik ze ’s avonds mag teruggeven.  Laat ik het zo stellen: ik ben een rusteloze ziel, en de schaarse vrije tijd die me rest heb ik nodig om enige verpozing en sereniteit te bekomen.  Zo niet eindig ik gegarandeerd in een gecapitonneerde cel met dwangbuis op maat.  Meer nog, met de absurditeit van het leven in het achterhoofd, hoop ik het beste te maken van mijn bestaan op deze vermaledijde aardkloot.  Liefst met zo weinig mogelijk kopzorgen.

Om Etienne Vermeersch (deze week in Humo) te citeren:  “Je geeft zin aan je leven door voort te leven in je kinderen, en die moeten dan op hun beurt zin geven aan hun leven door voort te leven in hún kinderen. Wat een onzin. Het bestaan op zich hééft geen zin, punt. Wat is de zin van een paard, een konijn of een tulp?”

Zo ver wil ik het zelf niet trekken, daar iedereen vrij is om zijn/haar goesting te doen, maar hij haalde daarenboven ook “overbevolking” aan als argument.  Het is klaar als een klontje dat we met z’n allen enorm kortzichtig bezig zijn, en dat de overbevolking en bijbehorende ecologische voetafdruk voor enorme problemen zullen zorgen.  Problemen waar niet wij, maar onze nakomelingen mee opgezadeld worden.  Vaak wordt als argument gebruikt dat bewust kindervrije mensen – zoals ik – egoïstisch zijn, maar in het licht van het bovenstaande kunnen we deze bewering tot brandhout verwerken.

Helemaal absurd vind ik het dan wanneer de kudde vraagt wie er “mijn sociale zekerheid en pensioen gaat betalen”.  In de derde wereld kan dit als argument tellen, doch hier ten lande ben ik reeds druk bezig om mijn eigen sociale zekerheid (en die van anderen) te betalen.  Een non-argument dus.  Afin, om tot mijn punt te komen: mijn wens om (quasi?) kindervrij door het leven te gaan is even legitiem dan diegenen die wél voor kinderen kiezen, en hoef aldus – bij deze en vanaf nu – geen idiote vragen meer over dit onderwerp te krijgen.  Ik vraag toch ook niet waarom iemand wél aan kinderen begonnen is?  Waarop dan vaak geen afdoend antwoord komt, en we weer bij Vermeersch zijn aanbeland.  U doet maar, doch hou het beperkt, in naam van uw nakomelingen.

Parels voor de zwijnen

“Het moest maar eens terug oorlog worden!” zou mijn grootmoeder zaliger gezegd hebben.  Met weerzin lees ik de –tig statusupdates op feesboek, waarin bekenden en minder bekenden aankondigen dat ze gaan “genieten”.  “Genieten” van de extra dag congé, “genieten” van een reisje (ik heb een hekel aan verkleinwoordjes), “genieten” van een “super barbecue”, kortom een overdaad aan “genieten”.  Gezien het in onze contreien vreselijk leven is, en de medemens aldus danig gekweld wordt in zijn dagelijkse bestaan, is er aldus een behoefte aan “genieten” met regelmaat.  Ronduit vluchtgedrag als je het mij vraagt.

Het instorten – op z’n toppunt – van het Romeinse rijk indachtig, hou ik me liever niet bezig met al die kleine prullaria die mij tot “genieten” dienen aan te zetten.  Keep calm and Carry on.  Onze luxeproblemen zijn te herleiden tot niets , wanneer je deze vergelijkt met de kl*terij die ons in de toekomst te wachten staan.  Om nog maar te zwijgen van het groeiende individualisme en het ronduit onverschillige gedrag – inclusief kortetermijnvisie – van de kudde.

Dit is geenszins een pleidooi om u alles aan te trekken van de miserie in Afrika, de nakende hyperinflatie, ontplofte kerncentrales en fluorescerende Japanners, laat staan de lieve kleine zeehondjes die dagelijks worden doodgeknuppeld.  U zou voor minder in een depressieve vleermuis veranderen.  Maar ik heb nu eenmaal liever mensen die zich toch – ietwat – bewust zijn van het feit dat niet alles vanzelfsprekend is, en dat onze huidige (luxe) situatie waarschijnlijk van voorbijgaande aard is.  Als er dan écht iets fout loopt, zijn het meestal diegenen die wel met de beide voeten op de grond blijven staan.  Kortetermijndenkers en hun roze fluffy wereldvisie:  ik moet ze niet!