Mistroostig

Hier word ik nu eens helemaal mistroostig van.  Op de foto onderaan ziet u de kathedraal van Christchurch, zoals ik ze in 2003 gefotografeerd heb.

Dit is diezelfde kathedraal op dit eigenste moment, en nu vreest men dat ze ook nog afgebroken zal moeten worden. 

Verdoemme toch, zo’n gezellige stad, en nu blijken, na een snelle google, mijn hostel en oergezellig stamenee ook nog tegen de vlakte te liggen.  ’t Is alsof mijn herinneringen niet meer dezelfde zijn, als ik deze beelden te zien krijg.  Als ik de aardbeving die dit gelapt heeft ooit tegenkom zal het haar beste dag niet zijn!

Advertenties

Bezigheidstherapie

Wees gerust, ik ga hier niet beginnen met een “30 day song challenge”, maar wou toch even een stevige plaat delen die ik, al muziekbrowsend op youtube, ben tegengekomen.  Memories!  70-80-90 fuiven, de Afrekening, nog bier in glazen, maar meestal in plastieken pottekes.  Wilde nachten en wilde katers the day after.  Verkeren achter de fuifzaal en achteraf  – in bedenkelijk beschonken toestand – met mijn fietske in de gracht rijden.  Dat soort van blijde herinneringen allemaal teweeggebracht door deze steengoede plaat van Therapy? (en ze blijft goed):

Derny

Toen ik vandaag, op mijn vaste loopparcours, uit het Zoniënwoud kwam om een drukke rijbaan over te steken, passeerde er voor mijn neus een nogal gezette man op een veel te klein mobiletje, gevolgd op een paar meters door een aantal wielertoeristen.  Het zal zo wel niet bedoeld zijn, en ze hadden duidelijk niets te maken met elkaar, maar het deed me onmiddellijk denken aan een dernywedstrijd.

Een dernywedstrijd!  Gezien ik geen voorstander ben van panem et circenses en het wielervermaak me eigenlijk worst kan wezen, werd ik desalniettemin teruggekatapulteerd naar het verre verleden.  Toen ik nog een klein ventje was.  Zondagavond.  Sportweekend.  Onze pa, die onder het genot van een Bastos naar de verslagen van de koers kijkt.  Ondergetekende die braaf en zwijgend meekijkt in de hoop dat het niet lang meer duurt.

Ik begreep er niks van.  Brave, noest wroetende coureurs die achter dikke mannen op kleine mobiletjes reden.  Oneerlijk was het!  Uiteraard konden die jongens het nooit halen van die gemotoriseerde slechte karakters!  Probeer die mannen maar eens voorbij te steken op uw fietske!  Ik catalogeerde deze sport dan ook onmiddellijk bij ander kwalijk vertier zoals dwergwerpen, maar dit laatste heb ik nu uit mijn duim gezogen omdat ik op die leeftijd waarschijnlijk nog nooit van dwergwerpen had gehoord.   Afin,  ik vond het oneerlijk, en was bovendien zo loemp om geen uitleg aan vader te vragen, en aldus heb ik mijn mismeeterd gedacht over deze sport voor mezelf gehouden.

Gelukkig weet ik nu beter, maar ben en zal nooit geen echte  fan van de wielersporten worden.  Panem et circenses begrijpt u?  Of misschien een beetje, van de biertenten naast het parcours.  Bij deze is ook de bond ter bescherming van mishandelde mobiletjes opgericht.  Bij wijze van dagelijkse goede daad.

Van oude punks en dorpscafés

Een der plezante bijkomstigheden van het  tijdelijk wonen bij pa en ma – tijdelijk , ik kan het “tijdelijk” niet genoeg benadrukken – in dat oude vertrouwde dorp, zijn mijn wekelijkse bezoeken aan het dorpscafé.   Een écht dorpscafé, inclusief bejaarde waardin, sanseveria’s, radio 2 op de achtergrond en dat alles verlicht met helle witte neonbuizen.  En dat mijn oude dorpsgenoten niet onderhevig zijn aan het typische “dorpse” gedrag.  Geen vervelende vragen waarom ik nu opeens weer opduik, geen achterdochtigheid,  geen onnozele opmerkingen over “stadsmensen”, neen, ik word aanvaard alsof ik nooit ergens anders gewoond heb en nog steeds een van de hunnen ben.  Vertrouwd en gemoedelijk dus.

Ik ben een liefhebber van een ontspannende keuvel tussen pot en pint, maar in tegenstelling tot de meeste van de brave mensen aldaar aanwezig, wil het bij mij niet echt lukken met de typische – mannelijke (?) – gespreksonderwerpen.  Alhoewel me dat ook in  de bruine kroegen van de stad overkwam.  Voetbal?  Bah, panem et circenses voor het vulgus.  Wielrennen?  Auto’s?  (Waar staat mijn vélo alweer?)  Vandaar dat ik de meestal – licht alternatievere –  tooghangers uitzoek om het nog ‘ns te hebben over muziek, boeken en ander nerdish gedoe.  Die alternatievere tooghangers dien ik hier niet te zoeken, maar in het café van het volgende dorp  hangen daarentegen nog een paar verloren gelopen punks rond.  Echte punks gedomme!  Ondertussen bijna grootvader, maar nog steeds  met hun leren jekker uit de jaren zeventig, combats (godbetert!) en een t-shirt van “The Clash”.  Maar da’s voor na tienen, wanneer de waardin van mijn dorpscafé ons vriendelijk toeroept: “Als gijle godverdommesse zatlappen denkt dat ge hier tot een kot in de nacht gaat blijven plakken, dan zal’t hier rap gedaan zijn!  Allemaal naar buiten, of moet ik mijn borstel gaan halen?”

Heerlijk is dat!  Op naar de punks!

Nostalgie?

Op de meest onnozele momenten kan een mens overvallen worden door vlagen van nostalgie.  Neem nu gisteren; ik moest even in Leuven zijn voor een snelle boodschap, maar ben zowat tot ’s avonds blijven hangen.  Het was reeds ja-ren geleden dat ik de Dijlestad bezocht, en quasi onmiddellijk werd ik overvallen door zeemzoete herinneringen aan mijn studententijd, die alleen maar erger werden toen ik “eventjes” een pint ging pakken in een vertrouwd etablissement op de oude markt.  Geweldige tijden hebben we toen beleefd, en ik zweer op mijn  – onschuldig – communiezieltje dat ik deze zomer zeker terugkom, voor een bacchanaal  (’t zal misschien iets minder zijn) for old times sake.

Of neem nu vandaag; daar ik tijdelijk terug bij pa en ma woon (het komt voor in de beste families) ben ik de laatste weken terug zwaar beginnen joggen/lopen/spierpijn hebben in het nabijgelegen Zoniënwoud.  Wanneer het bos, zoals vandaag, mistig en kletsnat is, en aldus vrij van ambetante Brusselaars en hun nog ambetantere loslopende honden (retournez dans votre village!), kan een mens zijn gedachten eens rustig laten gaan.  En zo viel me opeens op dat we daar, aan de kruising van die bospaden, nog ooit een kamp hadden gebouwd.  En ginder, aan de slagboom, probeerden mijn buurmeisje en ik de geheimen van het tongworstelen te doorgronden, niet veel verder van de plek waar ik eens duchtig op mijn gezicht ben gevallen met mijn fietske.

Aaaah, nostalgie!  Niet dat het vroeger beter was; verre van, en ik wil nog minder sentimenteel worden, maar het is en blijft een prima antidotum voor de kwellingen van het heden.