Politiek

“Ge moest zelf maar eens aan een politieke carrière denken,” zei hij met zijn rood bezopen kop.

Naast mij zat een zakenman aan de toog, en een half uur voordien was hij aan mij geïntroduceerd door de cafébaas, die me vertelde dat dit heerschap bij de komende gemeenteraadsverkiezingen voor de eerste keer op de lijst van mijn partij zal staan.  Rood bezopen, omdat hij net terug was van een of andere vergadering met bijhorende receptie, en het duidelijk op te maken was dat deze persoon heus niet aan zijn eerste pintje toe was.  Gezien ik reeds tien jaar over een partijkaart beschik is het aldus niet al te raar dat hij deze opmerking maakte, en het speelt reeds jaren door mijn hoofd om daadwerkelijk te proberen om iets te veranderen ten goede, en net in dat laatste schuilt de adder onder het gras, of in mijn geval een heuse Boa constrictor.

Vroeger, toen mijn partij een kersvers partijtje was dat langs alle kanten werd uitgelachen, heb ik mee aan de wieg gestaan van een plaatselijke partijafdeling in de Limburgse negorij waar ik toen in tijdelijke ballingschap woonde, en was vastberaden om zo snel mogelijk op te komen bij de lokale verkiezingen, niettegenstaande mijn werk in ploegdiensten en het gebrek aan centen om een campagne te betalen dit quasi onmogelijk zouden maken. Een relatiebreuk en een verhuis naar de stad van A zorgden voor een fluks verticaal klassement.  Gezien ik ondertussen zowat overal en nergens heb gewoond is er van die plannen niet veel meer in huis gekomen.  Ondertussen groeide mijn partij (té snel?) – die net als ik rechtlijnigheid en efficiëntie hoog in het vaandel voert – en zou ik ondertussen al lang mijn kans moeten gegrepen hebben. Zou ik.

De vraag is of de goesting er nog is wanneer ik tot de vaststelling kom dat ook mijn partij, net vanwege dat succes een heleboel opportunisten en arrivisten aantrekt, net zoals bovenstaand heerschap die na een aantal additionele pintjes zowat het prototype bleek van de – creatief met belastingen zijnde – ondernemer die vroeger vooral bij donkerblauwe en andere paarse partijen werd teruggevonden. De aloude politieke “elite” (kuch) dus, waar ik al die tijd op gespuwd heb.

Want daar zit nu net het probleem, en bovenvermelde Boa constrictor: ik ben en blijf een idealist, zelfs nu tram 4 met rasse schreden dichterbij komt, die zelfs gratis (allé, bijna gratis) de benen onder mijn lijf zou uitwerken om er voor te zorgen dat nét dat zootje ongeregeld voor eens en altijd aan de schandpaal komt. Dat de politiek er in de eerste plaats zou zijn voor de mensen zelf, en om deze maatschappij deftig werkende oplossingen te bezorgen.

Zoals ik ondertussen reeds aan den lijve kon ondervinden (en dan in de eerste plaats in het bedrijfsleven, dat toch ook een afspiegeling is van deze maatschappij) heeft deze instelling me meer miserie bezorgd dan wat anders, daar ik eerst als ongevaarlijke zonderling word beschouwd, maar al snel word uitgespuwd naarmate “the old boys club” tot de vaststelling komt dat ik het meen met mijn rechtlijnigheid en het vertik van opportunistische spelletjes mee te spelen.

Directeur zal ik dus alleszins al niet worden. Misschien moet ik maar mijn eigen clubje oprichten. Iets kleins en hemelbestormend. Iets om uit te lachen. Ik vrees dat ik immer een dwaze held zal blijven.

Advertenties

Stockholmsyndroom

Leeswaarschuwing: wie niet geïnteresseerd is in politiek leest best niet verder.

Hoera!  Juicht gij allen!  ’t Is gesplitst!  Nu kunnen de problemen waar de mensen écht van wakker liggen  – eindelijk –  aangepakt worden.  Nooit meer communautaire ambras!  The Age of Aquarius is begonnen!  De helden van de dag, Wouter B en Alexander, hopen reeds op een lintje van le Roi en een knusse fluwelen zetel, terwijl de andere 2 helden, Caroline en Wouter VB, echt gemeend opgetogen zijn over de goede wil van de mensen van de tegenpartij, en zich verheugen over het voortbestaan van hun gezellige surrealistische landje.  Zuiver gesplitst, met niet al te grote toegevingen weet u, en Jan Modaal bromt in lezersbrieven dat hij tevreden is.

Het Stockholmsyndroom indachtig zou ik denken dat ze niet beter weten, daar er niet alleen adders onder het gras zitten, maar heelder pythons en boa constrictors.  Om even een reality check te plegen: er is nog helemaal niets gesplitst, daar men slechts een deelakkoord heeft bereikt waarbij de zwaarste noten, met name de financiering van de gedrochten in dit land, nog gekraakt dienen te worden.  Of dacht u écht dat de Franstalige “toegevingen” gratis waren?    Uiteraard is de kans groot dat onze helden ook hier plat op de buik gaan om de lieve vrede te bewaren (dat heet “staatsmansschap”), en u binnenkort niet alleen 19 inefficiënte baronieën in Brussel verder mag ondersteunen, maar tevens het nieuwe Griekenland aan de Maas.  Indien u bovendien gelooft dat het BHV gedrocht voor immer en altijd van de agenda is verdwenen, stellen we vast dat de Franstaligen van de Zes nog steeds op Brusselse kandidaten mogen stemmen, en andere Vlamingen niet, zodat we terug met dezelfde discriminatie zitten waar het allemaal mee begonnen is.  Vlaams Brabant wordt verder verbrusseld en verfranst, de mobiliteitsvraagstukken op de Ring zullen duchtig gesaboteerd worden, incivieke burgemeesters blijven hun goesting doen en aldus is het jolijt voor de komende jaren verzekerd.   Tout va bien Madame La Marquise.

Maar het feit dat bepaalde bourgeois in dit land over privileges blijven beschikken is zo erg nog niet, vergeleken met het zwaard van Damocles dat ons boven het hoofd hangt.  U herinnert zich misschien dat onze helden vooral bezig waren met het bovenvermelde staatsmanschap, terwijl onze broeders, die vanwege Bart voor de eerste maal hun zinnetje niet kregen, reeds druk bezig waren om hun studiediensten te laten uitzoeken hoe plan B kon worden geïmplementeerd.  En daar draait het uiteraard om.  Leest u maar eens volgend fragment uit La Libre:

…Sur le plan géostratégique, c’est important. Si demain, les partis flamands devaient accentuer leurs revendications et provoquer la scission du pays, ces six communes seraient presque de facto rattachées à Bruxelles étant donné que les droits électoraux de leurs habitants sont intégralement maintenus…

Wanneer het dus zover komt dat we niet meer kunnen betalen om deze surrealistische staatsvorm in stand te houden, en onze broeders aldus hun zin niet meer krijgen en dit land recht op plan B afstormt, zal internationale arbitrage en de toepassing van volksrechtelijke principes (uti possidetis juris, waar onze helden schijnbaar nog nooit van gehoord hebben) er voor zorgen dat we niet alleen de Zes kwijt zijn, maar dat de corridor naar Wallonië de facto erkend zal worden, en daarenboven het gedrocht van de “Metropolitane Gemeenschap” er voor zal zorgen dat heel Vlaams Brabant ter discussie zal komen staan.  Het zou dus wel eens heel erg kort bij uw bed komen te staan.  Meer nog, totaal gepluimd en verweesd zal u zeggen dat u het niet “gewusst” had.  Een mooi stuk theater van onze broeders dus, waar we duchtig zijn ingetrapt.

U zal binnenkort – in een opwelling van solidariteit – uw portemonnee met graagte opentrekken om een systeem in stand te houden waar mensen afhankelijk gehouden worden van subsidies en uitkeringen, om nog maar te zwijgen van de belangen van de apparatsjiks – van de omhooggevallen provinciestad die Brussel is – die u met de glimlach zal financieren.   Want Wallonië mag niet armer worden, Brussel heeft meer geld nodig, en dat geld komt uiteraard uit de lucht vallen.  En laat ik maar zwijgen over transparantie en responsabilisering want dat is uiteraard denigrerend voor de goede bestuurders die onze tegenpartijen steeds zijn geweest.  “Solidariteit”; u zal er ongetwijfeld een warm gevoel aan het hart van krijgen.

Afin, ik vraag me af waarom ik eigenlijk überhaupt Vlaams-bewust en independist ben geworden, gezien ik klaarblijkelijk steeds geloofd heb in een volk dat zich – steeds weer – zonder meer droog in de k*kker laat pakken.  Stockholmsyndroom, zelfhaat, minderwaardigheidscomplex,…  Ik weet het niet meer…  Nochtans had ik gehoopt op een fris, nieuw en efficiënt project, waar zowel Vlamingen als Walen beter van zouden worden.  Waar mensen geactiveerd en geresponsabiliseerd worden in een echte democratie.  Ik hoop dan ook vurig dat de komende onderhandelingen mislukken.  Dat zal echter niet dankzij de “Vlaamse” onderhandelaars zijn.  Eigenlijk verdient dit volk geen autonomie.  Ze hebben er de ballen niet voor.

Beter een gat in uw cultuur dan een cultuur in uw…

In een Duitse online gazet vond ik een artikel (vertaling) over de strenge Deense immigratiewetten en in het bijzonder over de familiehereniging.  Diezelfde discussie vond recent ook in onze praatbarak voor lopende zaken plaats.  U kan het via de link zelf lezen, maar de conclusie van een aantal Deense politici was dat ongeschoolde migranten, die via familiehereniging het land in komen en de taal niet machtig zijn, (praktisch) niets bijdragen aan de samenleving, en enkel voor zware kosten zorgen.  Men heeft het hier uiteraard niet over Eskimo’s, Papoea’s, Finse Lappen of Kayapo-indianen, maar over diegenen die hier – in het Avondland –  in net iets grotere getale aanwezig zijn.

Afin, een recente cafédiscussie indachtig, dacht ik bij deze aan onze bakfietsminnende medemensen die bij hoog en laag beweren dat deze nieuwkomers en medelanders in zekere zin toch bijdragen, en dan in de vorm van “multiculturele verrijking”.  Hoera!   Misschien bedoelt men wel dat we aldus steeds een beetje Zuiderse vakantiesfeer in onze straten hebben, doch gezien ik een voorkeur heb tot vakantievieren in Scandinavische of Angelsaksische landen kan dit – helaas – niet mijn voorkeur wegdragen. Omdat ik een cultuurliefhebber ben, ga ik bij deze eens grondig proberen vast te stellen of ik al dan niet baat en verlichting heb bij deze zgn. multiculturele verrijking.

Volgens Wikipedia wordt cultuur als volgt bepaald:

  • Excellence of taste in the fine arts and humanities, also known as high culture
  • An integrated pattern of human knowledge, belief, and behavior that depends upon the capacity for symbolic thought and social learning
  • The set of shared attitudes, values, goals, and practices that characterizes an institution, organization or group

Over die laatste twee bepalingen kan ik kort zijn.  Gezien de cultuur der nieuwkomers mijns inziens vooral een archaïsche, patriarchale en van religie doordrenkte beleving is, met weinig ruimte voor kritisch denken en zelfrelativering, ga ik – als vrije denker – hier niet veel woorden aan vuil maken.  Laten we het dan maar hebben over het eerste punt: de uiting van cultuur volgens de acht kunsten!

Als eerste kunst hebben we muziek.  Ik stel vast dat de bovenvermelde lui of dan toch hun zonen, houden van Rap, Rai of een soort van religieuze gezangen.  Dit vanwege hun autoradio’s die enkel luid en met open venster kunnen functioneren.  Laat dat nu net niet mijn smaak zijn, en tot zover de culturele kruisbestuiving op muzikaal gebied.   De architectuur wordt als tweede kunst beschouwd en laat ik voorzichtig stellen dat het oprichten van gebedshuizen allerhande mij als de facto atheïst danig tegen de borst stoot.  Tot zover de verrijking via de architectuur.  Als derde kunst aanschouwen we de Boekdrukkunst of Literatuur in het algemeen.  Ik heb wel eens een Hafid Bouazza gelezen (puike schrijver), maar vrees dat mijn voorkeur voor het geschreven woord maar matig gedeeld wordt door onze nieuwkomers.  Tenzij dan bepaalde religieuze geschriften die liefst klakkeloos gedebiteerd dienen te worden.  U weet het al: als atheïst kan ik dit weinig verrijkend noemen.  Over de vierde kunst, theater, en de vijfde en zesde kunst, zijnde schilderen en beeldhouwen, kunnen we tevens vrij kort zijn vrees ik.  Meer nog, beeldende kunsten worden in de heimweelanden, vanwege religieuze voorschriften, niet echt getolereerd.  Hetzelfde geldt min of meer voor de achtste kunst: de film.  Maar de zevende kunst, het koken, biedt me – tot mijn grote vreugde – aanleiding tot culturele uitwisseling!  Voor mij graag een kebab met cocktailsaus!  Dat hadden we hier vroeger nog niet en sla ik zeker niet af!  Ik ben dus blij dat ook ik deel kan hebben aan de multiculturele verrijking.  Met dank aan de bakfietsers die me dit hebben doen inzien.

Soit, misschien ga ik hier – weeral – te kort door de bocht maar, en het spijt me stijf, kan ik de uitspraken van die Deense politici  – onder zeker voorbehoud – enkel bijtreden.  Een duurzame integratie van nieuwkomers indachtig, denk ik dat we hier het oorspronkelijke doel ver voorbij zijn geschoten, en dat de import van bruide(n)(gommen) uit het heimweeland enkel contraproductief is.  In de eerste plaats voor deze mensen zelf, die vaak in een vicieuze cirkel van achtergesteldheid blijven ronddraaien.  Het duurt jaren vooraleer deze nieuwkomers de cultuurshock te boven gekomen zijn, en min of meer de voertaal machtig zijn. Laat staan dat ze snel in staat zijn om op een schappelijke manier aan de samenleving kunnen deelnemen (én bijdragen), als ze überhaupt al aan die samenleving willen/mogen deelnemen.  Voor sommigen is dit misschien een veredelde vorm van ontwikkelingssamenwerking, doch jarenlang teren op het sociale systeem zonder zelf iets bij te dragen lijkt me in deze tijden van schaarste not done, en aldus dringen zich strenge en faire regels op, die in het voordeel zijn van beide partijen.  Bovendien stoot het me tegen de borst dat de toekomstige partners vaak uit het heimweeland worden geïmporteerd omdat onze plaatselijke exemplaren (zowel van allochtone/autochtone origine) schijnbaar té verdorven en té verwesterd zijn.  Waarop de “zuivere” exemplaren vervolgens naar dezelfde verdorven contreien worden geëxporteerd.  Hypocrisie heet zoiets.

Afin, ik zal wel de slechte mens zijn.  Verdorven.  Ik weet het.

Er zal nog heel wat water door de Rijn stromen

Stel dat België een participeringsmaatschappij was, met 3 bedrijven in portefeuille: de NV Vlaanderen, de SA Wallonie en de SA Bruxsel NV.  Eigenlijk gaat het al jaren enorm slecht met de NV Belgica; niet alleen zijn de bedrijfsunits heel divers qua samenstelling, maar ze produceren ook totaal verschillende producten.  Bovendien zijn de SA Wallonie en de SA Bruxsel NV  reeds jaren verlieslatend en is het productieniveau bedenkelijk, om nog maar te zwijgen over de afgeleverde kwaliteit.  Gelukkig is er nog de NV Vlaanderen die zelf niet helemaal vrij is van de problemen, integendeel zelfs,  maar reeds decennialang voor de broodnodige inkomsten zorgt.  De NV Belgica houdt het hoofd alleen nog boven water door geld – via cosmetische boekhoudkundige operaties – over te pompen van de NV Vlaanderen naar de 2 andere units.  Ondertussen beseft men al langer dat het probleem ligt bij het management van de SA Wallonie en de SA Bruxsel NV.  Niettegenstaande de arbeiders van deze units best wel goeie werkkrachten zijn, is het beleid binnen deze firma enorm rigide, denkt men slechts op korte termijn en worden er slechts verouderde produkten vervaardigd die amper nog afnemers vinden.   Sommige kwatongen beweren dat het management enkel geïnteresseerd is in het  behoud van hun directeurszetels en de bijhorende vette salarissen, waar hun arbeiders – door gebrek aan dynamisme van bovenaf –   in een  lethargie ondergedompeld zijn.

In de realiteit zou er reeds lang een curator aangesteld zijn, of zou de NV Belgica op zijn minst de verlieslatende units verkocht hebben aan de meestbiedende.   Dat blijkt echter niet mogelijk omdat diezelfde slecht presterende managers bovendien nog eens in de raad van bestuur van België zitten en er de touwtjes stevig in handen houden.

Deze absurde vergelijking maak ik slechts om te illustreren (of een poging tot) in welk onontwarbaar en complex kluwen we allen zijn terechtgekomen.  Daar progressief (?) links (?), in hoofde van de PS (en aldus ook de SP-A) vasthouden aan een status-quo, en aldus kiezen voor een verderzetting van cliëntelisme en consumptiefederalisme zonder responsabilisering gaat mijn petje te boven.  Het spreekt voor zich dat de modale Waal (én Vlaming) door dit soort van asociale politiek niet worden vooruitgeholpen (vandaar de “?” bij “progressief” en “links”).  Of rechts met afdoende oplossingen (en dan liefst op langere termijn) voor de dag komt is ook maar de vraag, en durf ik zelfs gedeeltelijk te betwijfelen.  Bespaard zal er alleszins moeten worden, en de klassieke oplossing – meer belastingen – is niet enkel een pleister op een houten been, maar de brave gewone burger wordt er niet echt vrolijker op.

Een verdere staatshervorming is cruciaal, en kan voor mij niet ver genoeg gaan, maar tevens is het nodig dat een aantal politici – van welke strekking dan ook – de ballen krijgen om met een totaal nieuw project voor de dag te komen.  Een project met vooruitzichten op langere termijn, waar er gerust buiten de lijntjes van klassiek links of rechts mag gekleurd worden. Met alle (politieke) kleuren trouwens. Zelf heb ik wel een en ander in het achterhoofd zitten (meer in de richting van een gerevitaliseerd Rijnlandmodel), maar daar ga ik hier nu niet over uitweiden.

Of je nu voor of tégen Bart Dewever bent, of Dewever nu koudwatervrees heeft of niet, of men nu diezelfde vrees van Di Rupo eerder minimaliseert (staatsmanschap hoera!); Bart Dewever gaat tenminste voor een nieuw project in plaats van een status-quo, en dat is – mijn inziens – reeds een goed begin.