Bucket List

gullfossPenelope en ik trekken op het einde van de maand Mei naar Ijsland, want dat had ik u nog niet verteld. Ijsland potjandorie! Het land van vikings, trollen en elfen, alsook het eiland waar Tolkien de mosterd haalde voor zijn meesterwerken. U had misschien gedacht dat dit Nieuw-Zeeland was, maar dat is enkel te danken aan de geniale regisseur van de LOTR-films. De sagen van Ijsland vertonen dan ook niet toevallig sterke gelijkenissen met de verhalen uit Midden-Aarde.

Nu ik het toch over Ijsland en Nieuw-Zeeland heb: het eerste kan dus binnenkort van de bucket list geschrapt worden en het tweede werd reeds tien jaar geleden doorstreept Het werd aldus zo stilaan tijd om de draad van het reizen weer op te pakken, na jaren van te-renoveren-bakstenen en andere mishaps die een mens geen andere keuze laten dan in zijn kot te blijven.

Staan voorlopig nog te blinken op de bucket list: de Himalaya, Patagonië en de Kilimanjaro, alsook iets minder spectaculaire dingen zoals New England en de Azoren, tot ronduit “exotische” bestemmingen – althans voor mij toch – zoals Antarctica en Noord-Korea, en waar ik niet geheel zeker ben, vooral van dat laatste dan, of ik daar überhaupt ga komen of zelfs binnen mag.

Afin, wat Ijsland betreft zal ik u uiteraard op de hoogte houden van de voorbereidingen – het wordt een kampeertrip (!) – gezien ook ik reeds een schat informatie uit blogs heb gehaald en ik graag mijn ervaringen deel met diegenen die na mij komen.

Ik zie slechts één probleem. Overal waar ik geweest ben wil ik terugkomen en ik vrees dat dit deze keer niet anders zal zijn. Een mens zou twee levens moeten hebben …

PS: ik hoop u al even mooie foto’s mee te brengen 🙂

Advertenties

Standby

Bij ons is er eentje die zes maanden werkt, serieus zijn nestel afdraait in de meest onmogelijke shiften, liefst dan op weekends en feestdagen (omdat dit uiteraard goed opbrengt) en dan voor zes maanden de wijde wereld intrekt. Zo’n beetje een halve hippiefiguur, een vrije vogel, die noch gebonden door gezin, huis of dagdagelijkse beslommeringen geniet van een klatergouden leven. En gelijk heeft hij.

Meer nog, eigenlijk ben ik een beetje jaloers, maar besef goed genoeg dat ik tegenwoordig dé cruciale elementen, nl. tijd en geld, ontbreek, om zelfs maar halvelings dat pad te kunnen inslagen, en bovendien ben ik ietwat geremd door mijn legendarische heimwee waardoor ik het nooit langer dan een paar maanden elders uithoud. Ik zou me zelfs kunnen vervelen wanneer ik niets substantieels om handen heb. Dat is dan vroeger wel even anders geweest. Zo was er een wekenlange roadtrip langs een aantal nationale parken in de US of A, waarbij ook eventjes Canada werd aangedaan, en het jaar daarvoor ging het – my most epic trip ever – richting het land van de Kiwi’s. Ik mag tevens niet vergeten om mijn vliegopleiding in diezelfde US of A te vermelden, wat toch wel tot de uitzonderlijke en niet alledaagse avonturen mag gerekend worden. Toen had ik het grote voordeel dat ik – wegens werkende voor een échte luchtvaartmaatschappij – kon rekenen op zgn. “standby tickets” die toelieten om op de lege plaatsen te reizen en waarbij ik enkel de taksen diende te betalen. Ik dien u niet te vertellen dat ik toen voor een habbekrats naar de andere kant van de wereld kon vliegen.

Ge moet zoiets doen wanneer ge jong zijt, en u niets moet aantrekken van de wereld der volwassen en nog minder van hun onnozele ratrace, die ge dan nog een paar jaar in het gezicht kunt uitlachen. Ik had dat indertijd meer moeten doen, maar die dure vliegerij maakte dat ik mijn centen anders heb besteed, mmar dan nog, gezien er weinig is dat daar aan kan tippen. Maar ik had het, in ’t licht van die – bijna- gratis tickets, meer moeten doen.

’t Is maar wat ge er zelf van maakt. Met het verdwijnen van die tickets doordat ik elders ging werken, het kopen en verkopen van huis en appartementen en het totaal gepluimd uit een relatie komen, is ook de drang om verre continenten te verkennen wat afgekoeld. Van moetens. Om nog maar te zwijgen van de quasi onmogelijkheid om het één maand of meer af te bollen gezien de baas dat niet graag hoort. Maar toch; ’t leven is al veel te kort en dan doet een mens er best aan om wat meer onder zijn kerktoren uit te komen. Ik hoop zodus nog een aantal van dit soort epische trips te kunnen maken, maar hoe ik dat ga doen of waar ze naartoe gaan is thans nog een kwestie van speculatie. Misschien begrijpt ge nu waarom ik per se terug bij een échte luchtvaartmaatschappij wil gaan werken. Eén goeie reden, besides de (veronderstelde) arbeidsvreugde, zijn die standby tickets. Een verdomd goeie reden, wat ik je brom!

Bekentenis

In het smoorkot (rokershol) worden niet alleen veel problemen opgelost die ge nooit met de gewone vergaderingen kunt bezweren, maar worden uiteraard ook de nodige sociale contacten op de vloer onderhouden met doordeweekse chit-chat. Zo ging het vandaag over citytrips en zomerfestivals (het goede weer van het voorbije weekend zal er voor iets tussen zitten) en vlogen de heldenverhalen – vooral over die festivals dan – in het rond, maar bleef ik, die anders best wel wat ervaringen te delen heb, eigenlijk ietwat verweesd zitten.

Over die festivals kunnen we kort zijn: ik hou niet van grote mensenmassa’s, en zodus bezocht ik tot nu toe eerder kleinschalige festivals. Geen Pukkelpop, Lokerse feesten of andere TW’s voor mij, om dat ik het bovendien steevast zonde vond om te betalen voor groepen waarvan ik het merendeel zelfs niet echt goed vond. Om nog maar te zwijgen van de vele airshows die me indertijd een grotere prioriteit leken. Een gat in mijn cultuur, desondanks het feit dat ik wél terug te vinden was op bovenvermelde festivalweides maar dan eerder voor de optredens van individuele artiesten, en dan na het nuttigen van een halve bak bier om het tussen die krioelende massa toch maar te kunnen uithouden. Toch voel ik geen behoefte om dat gat dicht te plamuren.

Nog erger is het gesteld met mijn ervaring inzake citytrips. Barcelona, New York en Parijs zijn nog net gelukt, maar voor mij geen Berlijn, Londen, Stockholm, Bilbao of Istanboel, alhoewel ik al heel wat uithoeken van deze aardkloot bezocht. Grootste schande is hier uiteraard Londen, welke door zijn afwezigheid op mijn lijstje het blazoen van deze zelfverklaarde anglofiel besmeurt. Ooit is er een poging geweest en was het reisje reeds zo goed als georganiseerd, maar cancelde ik op het laatste moment om de shiften van een ontslagen collega over te nemen en te beletten dat de bureau op zijn gat lag. Zo schandelijk naïef was ik toen – ik heb er trouwens geen enkele merci voor gekregen – en bij deze wens ik toch te zeggen: K., als ge meeleest, dat was schandelijk naïef van me, maar toen was ik (nog) helemaal onnozel.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat ik nooit het land van The Queen bezocht; integendeel zelfs, gezien ik beroepsmatig op heel wat luchthavens in de UK aanwezig was, en meermaals London City Airport met mijn aanwezigheid verblijdde, zonder een poot buiten te zetten, tenzij dan om even, met zicht op Canary Wharf, een sigaret te gaan roken. ’s Morgens op het vliegtuig en ’s avonds terug. Of naar Manchester vliegen en op de middag met de auto naar Liverpool (en toch een glimp van het landschap opvangen) om ’s avonds van daaruit terug te vliegen naar de homebase. Ronduit schandelijk dus, en nog veel erger dan mijn manke festivalervaringen, waarop ik bij deze beloof om nog voor het einde van het jaar het kanaal over te steken en op zijn minst de Big Ben van kortbij te gaan bekijken. Ge kunt het al raden; ik heb ‘em wel vanuit de lucht gezien.

ps: London City Airport; bijna zoals landen op een vliegdekschip!

Kanalen, trappen en bruggen

Gelukkig zijn er nog zekerheden. Toen ik Venetië voor de eerste keer bezocht, kwam ik tot de vaststelling dat het eigenlijk een grote commerce was, en deze keer was het niet anders. Ditmaal was het eigenlijk de bedoeling om een goedkope vlucht te vinden die zo vroeg mogelijk vertrok en zo laat mogelijk terugkwam, en toevallig bleek dat het Ryanairke naar Treviso te zijn. Het had dus evengoed Manchester, Kaunas of Pulderbos kunnen zijn, maar in dit geval werd het dus een godvergeten Italiaans gat vanwaar een bus ons naar het illustere kanalenstadje zou brengen.

Nog steeds loopt het er vol van Amerikanen en Jappen, en heden ten dage worden er ook hele ladingen Chinezen per gondel verscheept. Aardig, die half en helemaal vervallen gebouwen, soms proper maar meestal vuil. Dat de zon dit keer niet scheen, behalve de laatste dag dan, maakte dat we de boel misschien nét iets te kil en onverschillig aanschouwden.Alhoewel; het dogepaleis is zijn geld meer dan waard, en de San Marco basiliek  hebben we zelfs  tweemaal bezocht om de geweldige mozaïeken goed in ons te kunnen opnemen.

Waar ik dan wel acute uitslag van krijg is de eerder vermelde platte commercie. Probeer in Venetië maar eens betaalbaar en verteerbaar te eten. Ofwel is het té duur en té weinig, ofwel – en hou u vast- schamen ze zich er niet voor om op de kaart te vermelden dat alles ingevroren en opgewarmde prak is uit denaldi (of zijn Italiaanse tegenhanger). Ronduit bucht aldus, en ik kan u de vaderlijke raad geven om, eens in de dogestad aangekomen, u te begeven naar een plaatselijke rosticceria, daar waar de echte Venetianen (die bestaan ook nog) hun middagpauze houden, en middels 5 deftig geplaceerde woorden Italjaanders u te voorzien van deftig en zelfs betaalbaar eten.

Afin, het was weeral eens een andere manier om een lang weekend door te brengen, en de platte mercantiele sfeer en het mindere weer werden ruimschoots goedgemaakt door het fantastische gezelschap. Ge maakt toch zelf uw leute, niet?

Om het nogmaals over goede voornemens te hebben

Het zal dit jaar weeral een reis naar “Nivérance” worden (Nivérance – nieverans – nergens; heeft u ‘em?).  Net zoals de vorige jaren toen reizen opzij werden geschoven wegens géén tijd en geld in verband met het aankopen van een appartement, het  – na één jaar – verkopen van datzelfde appartement ,om vervolgens een huis te kopen en met verbouwingen opgezadeld te zitten.  Alsook veroorzaakt door de alternerende perioden van vrijgezellenschap en de bijzondere afkeer van alleen reizen (dan kan ik mijn ervaringen niet delen) of de nog grondiger hekel aan groepsreizen (ik organiseer mijn reis zelf, ik maak zelf mijn schema op, kies mijn reisgenoten zelf, laat staan dat ik met een ganse bende vreemden rekening hou).  Geen tijd, geld en bovendien “contraire” zijn; ik geeft het toe.

Dat is in een niet zo ver verleden wel anders geweest.   Gezien ik – dan toch – niet al te veeleisend ben en aan een rugzak genoeg heb, en bovendien, vanwege mijn werk, beschikte over zgn. stand-by tickets (enkel taks te betalen), heb ik toch wel de gelegenheid gehad om een en ander af te reizen. Vergis u niet: zo’n tickets zijn dan misschien goedkoop, maar je moet het er wel voor over hebben dat je nagelbijtend kan wachten tot de laatste passagier aan boord is, en er misschien nog een plaats op de porte-bagage of in de remorque vrij is.  Alvast geen beletsel voor ondergetekende.  Op die manier waren o.a. Nieuw-Zeeland en de Nationale Parken van de VS echt wel uitschieters, en met een beetje spaarzaamheid bleef het budget zelfs menselijk.

Daar ik tegenwoordig toch met een propere lei begonnen ben – op zowat alle gebied – heb ik bij deze verzworen gezworen dat ik op een of andere manier toch terug aan het reizen wil gaan.  Of het nu volgend jaar is of binnen twee jaar maakt niet uit, zolang het maar gebeurt.  Omdat dromen mag (en moet) post ik dus alhier een lijstje met nog te veroveren bestemmingen.  Kwestie van mezelf wat waterachtig te maken en de motivatie levend te houden.

  • De Kilimanjaro!  Tot helemaal boven!   Ik moet en zal te voet tot op de top van één der Seven Summits geraken (iets van een jongendroom)
  • Een trekking in Ladakh, omdat ik het de Chinezen niet gun om tot in Tibet te komen en omdat ik den Dalai een sympathieke mens vind.
  • Namibië!  (daar Zuid Afrika, op uitzondering van de Kaap, toch naar de kl*ten is).
  • Patagonië!  En vandaar naar Ushuaïa om een trip naar antarctica te scoren (ook weeral een jongensdroom)

Problematisch is wel het feit dat ik steevast terug wil naar die plaatsen die een sterke indruk hebben gemaakt (en ik ben niet rap onder de indruk).  Ik vrees dat ik dus eerst nog eens langs Nieuw Zeeland moet, dat mijn inziens zowat het nec plus ultra is voor de hiker en liefhebber van woest natuurschoon.

Soit, genoeg gedroomd.  Realistischer daarentegen is mijn voornemen om een trip naar  IJsland te maken, waar het voorlopig eerder goedkoop geworden is, en nogmaals (weeral) Scandinavië, en Noorwegen in het bijzonder, te  bezoeken.  Het is u misschien opgevallen: zon, zee en strand komen niet in mijn dictionairke voor.  Er is  té weinig woeste natuur op het strand van Punta Cana en Sharm el sheikh… 😉