Standby

Bij ons is er eentje die zes maanden werkt, serieus zijn nestel afdraait in de meest onmogelijke shiften, liefst dan op weekends en feestdagen (omdat dit uiteraard goed opbrengt) en dan voor zes maanden de wijde wereld intrekt. Zo’n beetje een halve hippiefiguur, een vrije vogel, die noch gebonden door gezin, huis of dagdagelijkse beslommeringen geniet van een klatergouden leven. En gelijk heeft hij.

Meer nog, eigenlijk ben ik een beetje jaloers, maar besef goed genoeg dat ik tegenwoordig dé cruciale elementen, nl. tijd en geld, ontbreek, om zelfs maar halvelings dat pad te kunnen inslagen, en bovendien ben ik ietwat geremd door mijn legendarische heimwee waardoor ik het nooit langer dan een paar maanden elders uithoud. Ik zou me zelfs kunnen vervelen wanneer ik niets substantieels om handen heb. Dat is dan vroeger wel even anders geweest. Zo was er een wekenlange roadtrip langs een aantal nationale parken in de US of A, waarbij ook eventjes Canada werd aangedaan, en het jaar daarvoor ging het – my most epic trip ever – richting het land van de Kiwi’s. Ik mag tevens niet vergeten om mijn vliegopleiding in diezelfde US of A te vermelden, wat toch wel tot de uitzonderlijke en niet alledaagse avonturen mag gerekend worden. Toen had ik het grote voordeel dat ik – wegens werkende voor een échte luchtvaartmaatschappij – kon rekenen op zgn. “standby tickets” die toelieten om op de lege plaatsen te reizen en waarbij ik enkel de taksen diende te betalen. Ik dien u niet te vertellen dat ik toen voor een habbekrats naar de andere kant van de wereld kon vliegen.

Ge moet zoiets doen wanneer ge jong zijt, en u niets moet aantrekken van de wereld der volwassen en nog minder van hun onnozele ratrace, die ge dan nog een paar jaar in het gezicht kunt uitlachen. Ik had dat indertijd meer moeten doen, maar die dure vliegerij maakte dat ik mijn centen anders heb besteed, mmar dan nog, gezien er weinig is dat daar aan kan tippen. Maar ik had het, in ’t licht van die – bijna- gratis tickets, meer moeten doen.

’t Is maar wat ge er zelf van maakt. Met het verdwijnen van die tickets doordat ik elders ging werken, het kopen en verkopen van huis en appartementen en het totaal gepluimd uit een relatie komen, is ook de drang om verre continenten te verkennen wat afgekoeld. Van moetens. Om nog maar te zwijgen van de quasi onmogelijkheid om het één maand of meer af te bollen gezien de baas dat niet graag hoort. Maar toch; ’t leven is al veel te kort en dan doet een mens er best aan om wat meer onder zijn kerktoren uit te komen. Ik hoop zodus nog een aantal van dit soort epische trips te kunnen maken, maar hoe ik dat ga doen of waar ze naartoe gaan is thans nog een kwestie van speculatie. Misschien begrijpt ge nu waarom ik per se terug bij een échte luchtvaartmaatschappij wil gaan werken. Eén goeie reden, besides de (veronderstelde) arbeidsvreugde, zijn die standby tickets. Een verdomd goeie reden, wat ik je brom!

Advertenties