Weleer

“Maar gij gaat zo maar meteen op de hoek zitten van de toog. Is dat dan niet waar de notabelen van dit etablissement zitten?”, grijnsde hij.

“Wij ZIJN notabelen jong”, zei ik, “en ge moet wat meer aan uw zelfvertrouwen sleutelen.”

Daar zat ik dan aan de toog van een café in de stad, dat ik al lang niet meer bezocht had – gezien ik in principe maar één keer in de week buitenkom – met een kennis die ik op straat tegenkwam en die voorstelde om er gauw “eentje te pakken”. Een snel en onnozel gesprek, duurtijd twee pinten en één sigaret, over het werk, een oud lief, onbestaande vakantieplannen en vooral over het feit dat de “kliek” van weleer totaal uiteengevallen is.

Ah ja, d’er is er eentje terug gaan studeren en combineert dat met een job, daar waar er twee anderen “serieus verkeren” en niet meer buiten mogen van hun lief (letterlijk dan; daar waar ik dacht dat de vrouwen van tegenwoordig vooral veel tijd nodig hebben voor zichzelf) en eentje die na zijn trouw definitief verhuisd is. Nog een andere blijkt langdurig ziek te zijn (iets met een burn-out) en zo komt het dus dat de gezellige donderdag- en vrijdagavonden van vroeger, of dan toch 2 jaar terug, definitief tot het verleden behoren. De reden ook waarom ik de laatste tijd vaak tot de vaststelling kom dat er geen bekende kat te bekennen is op de wekelijkse uitgangsavond, tenzij dan een hoop “toeristen” van buiten de stad, en ik er sterk aan denk om alleen nog maar mijn kot buiten te komen wanneer ik tenminste op voorhand een en ander concreet heb afgesproken, met diegenen die – in slinkende aantallen – nog beschikbaar zijn.

Meer nog, bij die zeldzame keren dat er toch nog eens (een deel) van de oude bende aanwezig is, kom ik tot de vaststelling dat de leutige sfeer van vroeger ook al op zijn retour is. Schijnbaar is oppervlakkigheid en saaiheid recht evenredig met leeftijd, relatiestatus en progressie in de carrière. Als dusdanig gaan de gesprekken alleen nog maar over werk, de arbeid, de dagelijkse boterham, de nieuwe I-pad, de bedrijfswagen, formule 1, voetbal, wielrennen, en heb ik al sport gezegd? Uiteraard ook over tetten. Dat laatste vind ik vaneigens geen probleem gezien ik over dat onderwerp met graagte een woord placeer, maar ge moet niet proberen om over iets anders te klappen, want dat wordt dan toch meewarig onthaald.

Afin, ik zweer dus op mijn atheïstisch eerste communiezieltje dat ik alleen nog maar buiten kom wanneer het de moeite is, en ben benieuwd of ik dat morgen ga kunnen waarmaken.

(Hm. Ik hoor de Tripel van Westmalle reeds roepen)

Maar goed, indien ik dan toch thuisblijf, zou ik eventueel in het weekend nog eens het dorpscafé in the good old hometown kunnen bezoeken. Om nog eens bij te klappen met the old lads, die tot de sluiting van het café (tegen 22u) nog eens buiten mogen van hun madamme. Waarschijnlijk zal het over het werk, auto’s, sport en tetten gaan. Want I-pads hebben ze bij ons nog niet.

Advertenties

Vrolijke vrienden

Je hebt zo van die mensen. Absurd drukke agenda’s en een sociaal leven waar anderen haast moe van worden. Sterker nog, meestal beschikken die mensen, zelfs op “gevorderde” leeftijd nog over een erg uitgebreid vriendenkring (schijnbaar geen kennissen, maar echte vrienden), daar waar dat bij de meesten met de jaren afkalft en beperkt blijft tot het uitwisselen van de obligate beleefdheden bij feest- en verjaardagen, en dat laatste dan nog dankzij de sociale media.

Waar al die mensen – die vaak ook nog eens koppels met kinderen zijn geworden – de tijd vandaan halen om er een dusdanig sociaal leven op na te houden is me een raadsel. Bij mij liep dat wel even anders. Van de middelbare school is haast niemand overgeschoten omdat we, niettegenstaande we goed met elkaar konden opschieten, flink onze best hebben gedaan om ieder zo ver weg mogelijk te gaan verder studeren. Dito voor de hogeschool, waar we niet in de stad bleven hangen na onze studies (het Mechelen van de jaren ’90 was niet zo uitnodigend als Gent of Leuven) en we ieder onze eigen weg gingen.

Tijdens mijn vliegopleiding daarentegen werden er wel duurzame banden gesmeed die nog steeds bestaan, doch het faillissement van Sabena en de weinige kansen die er hier te grijpen vielen, deden onze hechte groep in een diaspora belanden die reikt tot in Hong Kong en omliggende parochies. In de praktijk betekent dit een paar keer per jaar skypen met de belangrijkste updates van onze levens en hier en daar een vluchtige ontmoeting tijdens de doortocht in het oude thuisland. Bij mij blijft het dus beperkt tot een paar oude maten die ik op één hand kan tellen, en die meestal – zoals iedereen? – té druk bezig zijn met gezin en werk om vervolgens steen en been te komen klagen over hun gebrek aan sociale contacten.

Ik vind het echter niet erg om een eerder beperkte (echte) vriendenkring te hebben die ik slechts zelden zie, gezien ik eigenlijk gruwel van overvolle agenda’s en dan vooral van geforceerd gedoe (“moeten”). Meer nog, ik vrees dat ik op sommigen gewoonweg uitgekeken zou geraken, en ik geef toe dat ik enige solitude weet te koesteren. Ook in mij – niettegenstaande van nature uit erg sociaal – schuilt er een lonely wolf. Verre van slecht denk ik dan, zolang het fragiele evenwicht maar bewaard kan blijven.