Het gaat vooruit

Het gaat vooruit.  Dat is het minste wat ik kan zeggen.  Het annus horribilis heeft schijnbaar zijn laatste stuiptrekkingen gehad en ligt natrillend op de vloer nadat ik het de laatste bloedige mokerslag heb gegeven.  Ik voel me haast als Sint Michiel die de draak op zijn bakkes heeft gegeven.  Niet alleen ben ik dus terug volop aan het werk (At last! Drop dead chômage!) maar heb ik ondertussen in de rapte een appartement gekocht.

Maar ik ga even verslag uitbrengen van de eerste week bij The Firm.  Laat ik voorzichtig stellen dat dit wel degelijk een career change is.  De vliegtuigen staan nog steeds voor mijn neus geparkeerd – mooie glanzende reuzen uit exotische oorden  – met opengesperde muilen, en staan dit keer te wachten op de vracht die ik er op tijd dien in te krijgen, wat maakt dat ik me dus voornamelijk bezighoud met “warehousing” en “logistieke stromen”.  Iets waar ik ooit nog een diploma voor behaalde maar eigenlijk nooit heb gebruikt.   Een steile leercurve dus, maar ook een gigantische uitdaging die ik maar al te graag tot een goed einde wil brengen.  Niettegenstaande ik me nu reeds afvraag of het niet steeds een continue uitdaging zal blijven?  Ook hier – en waar niet – hebben we te maken met een chronisch personeelstekort, lijntrekkers, broekschuurders en andere carottiers, die het plannen van deze operatie tot een interessante bezigheid (understatement) maken.  Wat me vooral opvalt (en reeds danig ergert) is het feit dat de huidige jonge arbeider, en dan vooral deze met een bepaalde culturele achtergrond, er een “aardige” beroepsethiek op nahoudt.  Uiteraard moet er hard gewerkt worden (Vracht! Op tijd! Duh!), maar compenseert The Firm dit met zeer schappelijke lonen, ploegenpremies en andere tegemoetkomingen, zodat onze uitvoerende medemens met een loon naar huis gaat wat voor menig bediende een verre droom blijft, zolang ge uiteraard niet boven uw stand leeft.  Zo zijn (geveinsd) ziekte verzuim zonder briefje en no shows schering en inslag, en is The Firm té voorzichtig met optreden tegen deze fenomenen omdat men onder druk van bepaalde vakbonden (tja…) een onhoudbare politiek correcte bedrijfscultuur dient (?) te hanteren.  Een hele uitdaging dus, wat bij mij geen waar zal zijn, gezien ik niemand voortrek en vooral een faire politiek van geven en nemen hanteer.  Ik verheug me dan al op de eerste clash met een of andere délégué die me gaat komen vertellen wat ik allemaal mag en niet mag.  Een gesprek dat uiteraard in het Nederlands zal verlopen, wat in een bedrijf met 70% Franstalige Brusselaars (of zoiets) steeds lachen geblazen is.  Trouwens, ook weeral zo’n keiharde realiteit hier in de V van BHV: leidinggevenden, klein kader en ploegbazen zijn overwegend Nederlandstalig, de vloer daarentegen is dan weer overwegend Franstalig.  En zo wordt er ook weer een en ander bevestigd.  Wie sprak er ook weer over voldoende kansen krijgen?

Maar bon, ik zie het dus als een hele uitdaging (nogmaals) en blaak van de strijdlust om een en ander terug op de rails te krijgen.  Ik heb tevens geconstateerd dat er ook een heleboel goeie krachten rondlopen die hun centen meer dan verdienen, en ik denk dat we  – met een beetje wederzijds begrip – tot goeie resultaten kunnen komen, onderwijl de rotte appels uit de mand worden verwijderd.  Of zoiets.  Ondertussen klop ik dus mee shiften en dien ik deze week, en tot mijn grote afgrijzen, te beginnen om een uur waarop normale mensen in een zeer diepe slaap verkeren, of thuiskomen van pinten te pakken zoals ik vroeger wel eens deed.

Volgende week schrijf ik wel eens een en ander over mijn geslaagde appartementenjacht.  Als ik uitgeslapen ben.  Maar hou u niet in om eens aan mij te denken wanneer ge u omdraait, zo rond een uur of 3 in de morgen.

Na regen…

Sommigen onder u zullen het ongetwijfeld weten, en anderen dan weeral niet, maar mijn annus horribilis begint zo stilaan op sterven na dood te zijn.  Dat ik ondertussen al bijna een half jaar zit te schilderen bij ma en pa vanwege een doodgeboren en wurgende relatie (annex kenau van een schoonmoeder) was u misschien reeds opgevallen in eerdere berichten, doch het was niet te voorzien dat ik even snel ging verlost zijn van mijn dagelijkse brood, nadat deze stomme kl**t verwikkeld geraakte in een infantiel bedrijfspolitiek spelletje wat ik hier in den beginne ook  – nogal verbitterd en rancuneus – neerschreef.  Soit, maandag – jawel, volgende maandag – begin ik wederom met frisse geest en veel goesting aan de dagelijkse arbeid (adelt), alwaar ik met veel plezier mijn dagdagelijkse dosis kerosinedampen zal inhaleren.  De luchthaven dus, maar dat had u ongetwijfeld geraden.  Of de geest wel helemaal fris is na deze gedwongen sabbat is een andere vraag, gezien ik slecht reageer op Damocles en zijn vliegenvanger die constant over mijn hoofd zat mee te loeren.

Het spreekt voor zich dat de jacht op een nieuw hoofdkwartier bij deze ook geopend is, en ik wens terug te keren naar de goede stede Mechelen, waar ik me de laatste jaren, na alle hoeken van Vlaanderen gezien te hebben, toch het gelukkigste (what’s in a name) voelde.

Dat zijn dus zo van die momenten waarop een mens eens moet contempleren, om vervolgens tot volgende vaststellingen te komen:

1)      Dat ge niet te rap moet gaan samenwonen of godbetert samen een kot moet kopen wanneer ge denkt dat de relatie snor zit.  Ge moet niet denken maar doen.

2)      Ik daar toch aan toegaf omdat ik al mijn principes overboord gooi voor een irrationele smekende blik van bruine reeënogen.

3)      Ik aldus een ruggengraat van caoutchouc had – had – en deze heb laten vervangen door een bronzen en driedubbel gepantserd exemplaar.

4)      Schoonmoeders die achter de hoek wonen zijn een vergif, waartegen een vergif zou moeten uitgevonden worden.

5)      Ik mijn b*kkes moet leren houden wanneer er een of andere huichelaar op het werk vervelend begint te doen tegen anderen.  Don Quichote is al lang dood.

6)      Mijn aangeboren strijdvaardigheid tegen onrecht zich waarschijnlijk toch niet zal kunnen inhouden.

7)      Ik dan maar op mijn tong zal leren bijten.  Van moetens.

8)      Mijn aloude dorp vol zit met brave mensen, maar dan enkel in de kring van het verenigingsleven waar ik sowieso wel een paar keer per jaar mijn opwachting maak (en dus nooit echt ben weggeweest)

9)      Dat ik aldus in mijn dorp nog weinig verloren heb, behalve dan bovengenoemde brave mensen.

10)   Als deze brave mensen, getrouwd en gezegend met koters, nog eens buiten mogen (van hun kenau).

11)   De rest maar een stelletje troglodieten zijn die spijtig genoeg, vanwege maar één overblijvend café, steeds met ondergetekende, en tot zijn grote ergernis, dezelfde gelagzaal delen.

12)   Daar ook een vergif tegen moest bestaan (ik ben een elitaire zak, ik weet het)

13)   Ik tegen de herfst waarschijnlijk wederom avondlijke consultaties zal geven op de Mechelse Vismarkt, op voorwaarde dat ik geen nacht- of vroege shift heb.

14)   Dat Gerard alvast een Tripel van Westmalle mag gereedzetten.