Heden niets te melden

Heden niets te melden. Althans dat denk ik toch, tenzij dan dat ik het gevoel heb dat de zomertrein wederom aan me voorbijraast, zoals dat reeds een paar zomers het geval is. Vroeger had ik daar niet zozeer een probleem mee, gezien ik in de tofste job ever, in wijlen het tofste bedrijf (God hebbe haar ziel), steevast genoeg recuperatiedagen had om een en ander van de vele zomerfestiviteiten mee te pikken. Ook toen werkte ik in shiften – duh, luchtvaart hé – maar voor een iets lager loon werden we ruimschoots in vrije tijd gecompenseerd en hadden we godbetert een normale personeelsbezetting. En daar wringt nu net het schoentje. Waar het begrip “te hoge werkdruk” vroeger slechts een kwestie was van hier en daar een piekperiode, blijkt dit nu immer weer het geval te zijn, en blijkt een normale staffing voor god weet welke reden onhaalbaar. Misschien heeft het iets te maken met de nakende overname, misschien is de cashflow te laag of whatever, maar werken met een bezetting van 75% is bij ons de regel. Laat daar nu bijkomen dat het mooi weer is, met 15% “ziekteverlof” als gevolg, alsook de afwezigheden wegens normale geplande vakanties en je weet stilaan hoe laat het is. Bijna vergeet ik ook te melden dat een groot deel van het personeel last heeft van een of ander ingebeeld vriendje dat hen momenteel opdraagt om overdag niet te eten en zich ’s nachts overhoop te schransen zodat ook daar het werkritme tanende is.  Ik wacht enkel nog op de eerste pummel die zich ziek meldt vanwege indigestie.

Ondergetekende kan zich echter – de overname indachtig – niet permitteren van “ziek” te worden, laat staan dat mijn religie – die me opdraagt om van vrijdagnamiddag tot maandagmiddag Sint-Alcohol te vereren – door het bedrijf erkend wordt. Ook vakantie nemen in deze periode is uitgesloten, omwille van de werkdruk (weeral) en de voorrang van getrouwden met kinderen. Zo dus ben ik reeds een paar dagen doende als surrogaat-arbeider, hier en daar geholpen door collega’s die zelf met de handen in het haar zitten, draai ik ontiegelijk veel overuren en kom ik half gebroken thuis. “Onverschilligheid” is hier het ordewoord en is “get the job done, whatever it takes” de order. Niettegenstaande ik binnen de maand van functie mag veranderen hebben ze me dus goed liggen gehad.

Nog nooit heb ik zo gesmacht naar extra vakantie alwaar ook ik prentjes van geslaagde barbecues en zatte terrasavonden op facebook kan plaatsen. De zomertrein raast wederom voorbij. Dju toch!

Advertenties

Lemmingen

Ik: “Gezien X twee weken ziek is kom ik nu al op zijn minst twee mensen te kort om een minimum dienstverlening te kunnen garanderen. Op deze manier krijg ik de productie niet meer rond. Kan ik wat volk lenen van andere departementen?”
Baas: “Daar zitten ze ook al met een zwaar tekort, dus ik vrees er voor…”
Ik: “Ja, dat kan best zo zijn, maar ik krijg de productie niet meer tijdig rond. De klanten beginnen te morren en we zijn in onze eigen voet aan het schieten…”
Baas: “Ik begrijp het, maar we zullen het moeten doen met de mensen die we hebben. De productiviteit moest stijgen want zo niet komen we in de problemen.”
Ik: “Right, maar op deze manier komen we toch sowieso in de problemen? De productiviteit opvoeren door mensen te laten afvloeien werkt toch immers altijd contraproductief wanneer de werklast hoger wordt?”
Baas: “Ik begrijp het, maar we zullen het moeten doen met de mensen die we hebben.”
Ik: “Maar de klanten morren; het wordt fysiek onmogelijk om…”
Baas: “Ik begrijp het, maar we zullen het moeten doen met de mensen die we hebben.”

Het is niet de eerste keer dat ik met dit soort van “beleid” wordt geconfronteerd. Een tijdje kan men dit volhouden, en zal de productiviteit wel degelijk stijgen, maar de – overdreven – gestegen werkdruk maakt dat al snel mensen ziek worden, of er gewoonweg de brui aangeven, en een vicieuze cirkel is het gevolg. Dat zal de gemiddelde bedrijfsleider daarentegen worst wezen, en de in het beste geval neutraal gebleven bedrijfsresultaten zijn voldoende om het hoofd nog wat verder in het zand te duwen. Uitstel van executie. En mensen zoals “boer” De Clerck zullen er geen oester minder om slurpen.

We zijn ons als een bende lemmingen in de afgrond aan het storten.

En ondertussen verveel ik me dood en zit ik op een zucht van een bore-out. Iedere dag haast moeten smeken voor extra volk dat quasi nooit opdaagt, en ondertussen mijn laatste dapperen proberen gemotiveerd te houden, om bij gebrek aan die voorlaatsten zélf de arbeid uit te voeren, levert me niet echt een “intellectuele” uitdaging op. Ik wou mijn “ervaring en expertise delen met het bedrijf” stelde ik ooit idealistisch. A waste of talent, al zeg ik het zelf. En de boer, hij ploegde voort. Ik ook.