We’re dooooooomed!

Monica-De-Coninck-en-Elio-Di-RupoDan zit ik soms in mezelf te zeuren dat de Muze me danig in de steek laat, maar dan duikt er opeens een dankbaar onderwerp op. Zo las ik op een andere blog een verwijzing naar de post van een zekere Sofie die ondertussen ook op de site van Knack werd gepubliceerd. Aandoenlijk, maar laat ik nu net een heleboel bemerkingen hebben – anders schreef ik er niet over, uiteraard.

Gij zijt heus de enige niet die zich vragen stelt over hoe rond te komen op het einde van de maand, laat staan dat ge u afvraagt wat de – donkere? – toekomst u zal brengen. Maar laat ik nog eventjes samenvatten: ge werkt beiden fulltime, ge zijt beiden zelfstandige in bijberoep, ge hebt zelf een wagen en uw lief heeft een bedrijfswagen, ge betaalt een woning af, ge hebt een kleine dreumes onder uw hoede, en op het einde van de alinea stelt ge dat ge een goed leven hebt, binnenkort op reis gaat, geen honger hebt en mooie kleren draagt. Meer nog, ge zegt bloedserieus dat ge het goed hebt.

Allrightie. Ge hebt bij deze vastgesteld dat ge tot de doorsnee van de bevolking hoort. Meer nog, ge hebt het in feite enorm breed wanneer ge uw situatie vergelijkt met diegenen die het met een pak minder moeten doen. Alleenstaanden met kinderen om maar zoiets te zeggen. Zieken, bejaarden en anderen die niet kunnen werken, hoe graag ze dat ook zouden willen. Ge hebt het misschien gelezen in de reacties op uw blog, of anders bij de commentaren op het artikel in Knack, maar laat me toch toe om te zeggen dat ook ik u niet helemaal serieus neem. Lees verder

Over het water

Groot-Brittannië is – mijn inziens – een van de meer interessantere plekken ter bezichtiging op deze aardkloot, tenzij ge enkel geïnteresseerd bent in exotischer bestemmingen, maar laat dat nu nét niet mijn drijfveer zijn om de valiezen te pakken. Ik schreef u reeds vroeger dat ik in vorige levens meermaals het genoegen had om op Hare Majesteits landerijen te verblijven, zij het enkel om den brode, voor zeer korte periodes, en dan voornamelijk op luchthavens, alwaar ik des ochtends per vliegtuig arriveerde (logisch; met de tram zou onnozel zijn) en reeds dezelfde avond, na mijn ding gedaan te hebben, huiswaarts keerde. Er was wel die zeer deugddoende vakantie op de Kanaaleilanden, maar da’s not really Merry England. Schandelijk is dat. Ge werkt heelder dagen samen met Angelsaksen, zodat ge zelfs hun accent begint over te nemen – of iets wat er op lijkt – en ge komt, eens ter plaatse, amper buiten, tenzij dan om rap eens een luchtje te scheppen en er eentje op te steken of omgekeerd. Ge hebt op dat moment geen tijd om de omliggende parochies te bezoeken, en desondanks ben ik best wel aardig op de hoogte van de Britse geplogenheden en gewoontes, maar heb – by Jove – nog nooit een poot gezet in Londen, tenzij dan op de luchthavens van deze – naar horen zeggen – aardige stad.

Het werd hoog tijd om deze schandvlek van mijn voorhoofd te wissen en vandaar hebben mijn vriendin en ik – laat ik haar voortaan Penelope noemen om in de Engelse sfeer te blijven – het voornemen om naar Londen te gaan omgezet in concrete daden. Het ware logisch geweest om net zoals weleer met het vliegtuig naar dat very convenient luchthaventje in het midden van de stad te vliegen, maar de tijden van de quasi gratis stand-by tickets, althans voor die bestemming, is – eilaas! – voorbij. Gezien Penelope en ik zotternijen in verband met het budget wilden vermijden is het aldus de overgesubsidieerde boemel geworden die ons een stuk goedkoper naar de overkant bracht.

highgatecemetery

Highgate Cemetery

Ge zult u wellicht afvragen – of niet – wat ik daar zoal heb uitgevreten, gezien u ondertussen wel door heeft dat ik niet tot het doorsnee type toerist behoor die in bermudashort en hawaïhemd steden onveilig maakt, gewapend met de immer in aanslag zijnde camera. Penelope ook niet trouwens (uiteraard, ‘t zou anders niet zo goed boteren). Mij gaat ge niet zien tussen de horden toeristen die de usual points of interest bezoeken, maar eerder off the beaten track. Een moeilijke opdracht, zeker in zo’n wereldstad, maar vooral dan omdat de de populaire attracties in deze stad uitpuilen van de historie, en dat kan een geschiedenisliefhebber, zoals ondergetekende er eentje is, bezwaarlijk ontwijken. Van horen zeggen en lezen had ik mijn zinnen gezet op Highgate Cemetery en de Churchill War Rooms. Het eerste een overwoekerd en in “gecontroleerd verval” zijnde Victoriaans kerkhof alwaar de zombies zo uit de graven lijken te komen (een aanrader!) en het tweede een bunker van waaruit de Battle of Britain werd gecoördineerd en die recentelijk werd geopend in quasi oorspronkelijke staat (wederom een aanrader voor de history buffs onder ons). Penelope, die reeds een habitué van de stad geworden is, had het dan weer eerder begrepen op een collectie verborgen doch fraaie tuinen die her en der in de stad te vinden zijn voor diegenen die lang zoeken, alsook de inslag van enige Britse artikelen die een vaste waarde zijn geworden maar bij ons onvindbaar zijn. Het werd aldus een zeer vruchtbaar en opmerkelijk lang weekend, en dat naar ieders tevredenheid. Lees verder

De muze en de First Nun

Ik weet het.  Ik bezondig mij aan de grootste en meest schromelijke doodzonde die een blogger kan begaan. Ik schrijf niet regelmatig (meer).

Geen tijd is schijnbaar een flauw excuus, maar ik kan u verzekeren dat ik de handen vol heb. Er is de noeste arbeid, waarbij ik  – met volle goesting trouwens – een en ander op de rails aan het brengen ben, maar waarbij, en om bij metaforen te blijven, diezelfde rails soms in de raarste bochten gebogen zijn, om nog maar te zwijgen van het spoorwegpersoneel.  Ik had u wellicht kunnen vertellen van Portugese dwergen, ontploffende vorkheftrucks en de geneugten van het bedrijven van commerce met Oost-Europa, maar als ge dat een paar dagen in het achterhoofd houdt lijkt dat opeens futiel. Geen goed blogmateriaal, en geen zin om er veel over na te denken wegens meer zin om des avonds in de mand en voor de buis te kruipen , daarbij worstelend om het verstand dan toch maar even op nul te zetten. Zo begint een mens zich af te vragen of het bloggen niet meer geschikt is voor den braven negen-tot-vijfer, doch ik beloof u dat ik dra terug aan het schrijven ga. Als de muze mij niet vindt zal ik haar wel vinden.

Daarentegen vertel ik u maar half de waarheid, gezien ik mijn vrije tijd tevens met graagte spendeer aan the First Nun. De wie?  Juist. De First Nun. De Middernachtsdromer is reeds een tijdje van straat, en die First Nun heeft alles te maken met een binnenpretje waarbij ik de alternatieve paus ben en zij de first nun. Ge moogt u daar vanalles bij voorstellen. Wij doen dat ook.

Aldus trekken wij binnenkort – hoe morantisch – op ons eerste gezamenlijk tripje naar de stad van de Queen en zal ik daar wellicht genoeg stof vinden om een stevig artikel te schrijven.

Ik hou u op de hoogte, wellicht nog wat onregelmatig, maar ge leest nog over mij. Zeker weten!

Leer-raar

Ge hebt waarschijnlijk ook gehoord dat het niveau van algemene kennis van de huidige generatie leerkrachten in spe op zijn minst ondermaats is, en waarschijnlijk hebt ge ook de online test gedaan. Bloody gemakkelijk, die test. Ik scoorde 91/92 en dan enkel en alleen omdat ik de nieuwe Italiaanse premier niet had herkend, maar die is dan ook iets minder flamboyant dan Berlusconi.

Indien de resultaten van deze test 100% waterdicht zijn – en ik vrees er voor -  staan ons vrolijke tijden te wachten. Nog eventjes en we leven in een idiocracy. Het verbaast me daarentegen niets. We leven nu eenmaal in een hypergeïndividualiseerde samenleving, waar enkel consumeren van tel is, alles “leuk” dient te zijn, vooral niet al teveel inspanning mag vergen en waar alles zomaar uit de lucht lijkt te vallen. Anders wordt het al gauw te saai quoi. Dan heb je nog de verschraling en verkleutering van de media, om nog maar te zwijgen van oppervlakkigheid in het algemeen. Wat wilt ge, wanneer enkel nog de boodschap telt, al is het maar in een tussentaaltje, vol schrijffouten of neergepend (pardon getypt, op een touchscreen) in sms-taal. Waar ge alles kunt terugvinden op het immer aanwezige (mobiele) internet en parate kennis banaal wordt omdat ge “het toch kunt opzoeken”. Waar pa en ma denken dat hun kinderen – en nét hun kinderen alleen – perfect geschikt zijn om dokter en advocaat te worden, om aldus veel geld te verdienen en bovendien hun status – en die van de ouders – de juiste uitstraling te geven. Waar politiek-correct gezwets de slaagresultaten (van bepaalde groepen) wenst op te krikken door het niveau te laten dalen. Etcetera. Zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

Daar ik er van uit ga dat de gemiddelde schoolgaande jeugd over een normale intelligentie beschikt is er – mijn inziens – maar één oplossing: drastisch verhogen dat niveau! Terug naar een soortement Retorica, en vervolgens verplichte ingangsexamens voor al diegenen die hoger onderwijs wensen te volgen. Met een beetje meer inspanning (en een trap onder hun kont en die van hun ouders) komen zoon- en dochterlief er ook wel. Misschien is er ook nog een trap onder de kont van de huidige minister van onderwijs nodig.

Tegelijkertijd, gezien de jeugd nu toch allemaal rocket-scientist gaat worden, vinden we bij ons in het bedrijf nog amper goeie geschoolde technici. Opwaarderen dus, die technische scholen! Maak het beroep van technicus terug sexy! Afin, de juiste man en de juiste vrouw op de juiste plaats, en dit naar ieders kunnen en vermogen. Gezond boerenverstand me dunkt.

Dan was het wel even anders bij de vermaledijde paters waar ik school liep en die bij deze toch nog een (kleine) verdienste hebben gehad. Over de rest ga ik zwijgen, maar dit geheel ter zijde. Mijner gal is gespuid. Ik voel me al een stuk beter.

Ben ik nu een reactionair? Of misschien een zwartkijker. We are all doomed.

Afbeelding

Blue Monday

Tot gisteren was “Blue Monday” enkel klassieker van New Order, tot ik vandaag in de krant ontdekte dat het ook de meeste deprimerende maandag van het jaar is. Er bestaat zelfs een wetenschappelijke formule om dat te determineren. Geen wonder dus dat ik gisteren in de wachtkamer van de dokter zat, met het gevoel alsof er een hele kudde olifanten over mijn corpus was geraasd, zeer aan mijn haar en pijnlijke oogbollen. Griep. En ik die dacht dat ik enkel mijn kwaad aan het uitzweten was. Best wel balen na wat een productief weekend bleek te zijn.

Na deze morgen in een zwembad wakker geworden te zijn kan ik stellen dat het me reeds iets beter afgaat. Het productieve weekend verder zetten – ik ben aan het schilderen geweest – lijkt me nog niet aan de orde, maar het belette me niet om toch even naar buiten te gaan. Een mens moet tenslotte aan jacht en visvangst doen, want de keukenkasten bleken akelig leeg te zijn.

Maar laten we dan ook eens de positieve kanten van de zaak bekijken; het is al lang geleden dat ik nog eens op een rustige dag, wanneer anderen werken, in de zonneschijn – jawel – door de stad kan wandelen, me toch niet kan inhouden om een boekenwinkel binnen te stappen, goed wetende dat ik geen boekenwinkel kan binnengaan zonder een boek te kopen, en binnen de vijf minuten een prachtig reisverhaal te vinden over een of andere gekke Hollander die met een zelfgebouwd vliegtuig een verbijsterende tocht door Afrika maakte. ‘t Was daarentegen bijna de laatste Brusselmans geweest, maar dat is voor de volgende keer.

Dan waren er ook nog de herinneringen, die ge al lang verdrongen hebt, plots naar boven worden gehaald en u een mijmerende glimlach bezorgen. Zo was er dit weekend de vraag of ik “ook zo nerveus was en niet kon slapen op de vooravond van een schoolreis.”

Zijt maar gerust. Ik was al om zes uur wakker na een nacht waarin het leek dat ik geen oog had dichtgedaan. Het was op het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig, waarin we met onze graadklasjes (twee studiejaren bij elkaar in één klas) op een autocar werden gedropt naar een van die bestemmingen die u wellicht ook heeft bezocht wanneer uw broek de lagere schoolbanken schuurde. De zoo van Antwerpen, waar ge toen nog de olifanten mocht voederen, en ik de dolfijnenshow heb gemist vanwege een acute aanval van spetterk*k. De watervallen van Coo, waar we ons te pletter hebben geamuseerd in een pretpark dat ge nu enkel in Noord Korea zou kunnen terugvinden. De grotten van Han die dicht waren wegens gesloten, en waardoor we in de grotten van Rochefort terechtkwamen. Brugge en opnieuw een dolfinarium, waar ik dit keer wel dolfijnen kon zien, nadat ik de ganse ochtend niet aan mijn boterhammen – met omelet om het brood vers te houden – durfde komen. Om nog maar te zwijgen van alle kleine reisjes die we ondernamen met een amechtig schoolbusje dat nu nog niet eens door de automobielinspectie zou komen wegens niet beantwoordend aan de veiligheidsnormen.

En toch waren wij content, maar dat was dan ook in de jaren tachtig, en wij waren niet veel gewoon. En zo gaat een post over een baaldag plots over schoolreisjes.

Afbeelding

Ik leef!

Directievergadering in het dialect. ‘t Is eens wat anders, maar ook niet verwonderlijk gezien onze groep uit die-hard luchtvaart buffs bestaat die toevallig allemaal uit dezelfde streek rond de luchthaven zijn. Dat is dan weeral één van de plezante bijkomstigheden van mijn nieuwe broodwinning en een heel verschil met de vorige job toen iedereen Frans diende te praten wanneer er een – juist – Franstalige op de vergadering aanwezig was. Dit geheel ter zijde en als fait divers om u te vertellen waarom het hier heel stil is de laatste tijd.

Niet dat ik het bloggen ga opgeven, verre dan dat, maar eerder omdat het ruimen van de lijken – die steevast uit de kast blijven vallen – best wel wat tijd vragen en ik ‘s avonds tot de vaststelling kom dat ik reeds voldoende naar een scherm heb gestaard. Stilaan komt alles echter op zijn poten terecht, doch Rome is niet op één dag gebouwd.

Ergernissen zijn er ook. Ik ben onder meer verantwoordelijk voor de aanvoer van wisselstukken, gespecialiseerde gereedschappen en onderdelen – waarmee we dan, vaneigens, vliegtuigen vliegend houden – en dat brengt ook mee dat er regelmatig vertegenwoordigers van eerder genoemde gerief aan uw deur staan te wachten. En ik koop niet aan de deur. Wanneer ik iets nodig heb zal ik op het internet mijn gading zoeken om de desbetreffende leveranciers tegen elkaar uit te spelen. Zo simpel is dat. Maar rond deze tijd ben ik nét iets milder met die bezoekjes omdat ze me reeds ettelijke flessen wijn hebben opgebracht.

En ik ben geeneens een wijnliefhebber. Ik lust het wel, maar bij het obligate gesprek over drank dat meestal bij zo’n relatiegeschenk gepaard gaat, kan ik niet nalaten om mijn voorkeur voor straffe trappistenbieren ten berde te brengen, in de hoop dat dit in het achterhoofd van de vertegenwoordiger blijft hangen en volgend jaar een sixpack van het goudgele vocht wordt geleverd. Een mens mag af en toe ook profiteren van de situatie, ik heb er hard genoeg voor gewerkt niet?

Afin, ik leef nog, en ik ga binnenkort terug wat beginnen “leven”. Ik beloof het u. En ik ga erover schrijven!