Nogmaals over ‘t water

Wij waren eigenlijk totaal niet voorbereid op de wandelingen die ik voor ogen had. Voor zover ik wist waren het daar in Exmoor vooral gezellig glooiende heuvels, en het predikaat “difficult” wat ik op een aantal wandelwebsites vond deed ik af als ronduit “jeanetterij”.  Was dat even schrikken toen we tot de vaststelling kwamen dat we niet alleen met een serieuze hellingsgraad te maken kregen (+25% is daar heel normaal) en dat constante stijgen en dalen fel in de kuiten beet.  ’t Was dus toch niet helemaal gelogen van die moeilijkheidsgraad.  In feite was dit stukje van onze wandeling een eerste kennismaking met het wandelen in Engelse natuurparken en aldus een voorbereiding op de beruchte “Coast-to-Coast” die ik in de nabije toekomst achter de kiezen hoop te hebben.

Opdracht geslaagd, en bijzonder tevreden over de goed onderhouden en uitgestippelde paden in wonderlijk natuurschoon, alhoewel het gebruik van een stafkaart en een gps toch niet bepaald een luxe is. Dit is het land waar “rambling” een van de nationale sporten is en met zo’n keure aan natuurparken is dat alleszins niet verbazend. Dit smaakt wel degelijk naar meer!

Van smaken gesproken: gezien de Britten schijnbaar goed opgelet hebben tijdens de vloedgolf van kookprogramma’s van Jamies en andere Olivers, viel het eten al bij al – althans voor onze verwende Bourgondische magen – best mee.  Niet echt verfijnd, maar we waren niet naar ginder gekomen voor het eten (dan zouden we pas met meewarige blikken te maken gekregen hebben…)

Maar dan heb ik het nog niet gehad over de accomodatie.  Gezien hotels ook daar best prijzig zijn, opteerden we voor Bed-and-Breakfast-toestanden die goed meevielen qua prijs en bovendien een stuk gezelliger waren dan steriele hotels.  Dat ik des ochtends mijn tafel moest delen met wildvreemden, die dan bovendien allemaal een praatje willen maken, maakten dat dit – mysantroop zijnde – niet echt mijn favoriete onderdeel was, doch Penelope nam gelukkig een groot deel van de honneurs waar, zodat ik mijn aandacht vooral aan het Full English Breakfast kon wijden (ja, wij lusten dat).  Op en top vriendelijke en gedienstige landladies daar in de Engelse jungle, tenzij misschien dan de eerste, die nét een beetje teveel haar best deed, zodat ik al snel doorhad dat ze wellicht fakete, maar deze dame was dan ook afkomstig uit Londen.

Van Exmoor ging het naar Bath, gezien een stuk cultuur nooit geen kwaad kan, om nog maar te zwijgen van de kans tot shoppen, die achteraf gezien mij meer ten goede kwam dan Penelope (meestal is het andersom) en zo komt het dat ik helemaal naar Engeland moest om een paar goede jeans in de solden te kopen.  Het nuttige aan het aangename gepaard, en aangenaam was deze stad zeker.  Laten we zeggen dat dit stadje de allures heeft van een grootse metropool – inclusief kuddes wild fotograferende Japanners en Chinezen – maar bizar genoeg geen greintje gezelligheid heeft verloren.  Quite liveable dus. Lang zijn we niet gebleven en we hebben ook maar de highlights van deze stad meegenomen, doch ik mag zeggen dat ik aangenaam verrast was.

Laatste stop op deze reis  – na een ommetje via Avebury – waren het Royal Navy Museum in Portsmouth – de moeite, ook indien gij niet van zeilschepen houdt – en het Weald and Downland Open Air Museum, een soortement Bokrijk, maar dan eerder in de Tudorperiode gespecialiseerd, want de history buff in mezelf wou ook nog iets.  Gezien deze reis gemarineerd werd in stralende zonneschijn en dit mijn eerste “langere” reis was in het ravissante gezelschap van Penelope, kan ik u vertellen dat ik meer dan tevreden was over deze trip.

Toen ik – eilaas! – terug begon te werken heb ik bovendien nog een nieuw record gevestigd.  Daar waar ik bij vorige werkgevers binnen een tweetal uurtjes na terugkomst mijn vakantiegevoel kwijt was, duurde het dit keer slechts een kwartier alvorens ik hoopte om zo snel mogelijk terug op vakantie te mogen.  Maar dat is een ander verhaal :-)

Over ‘t water

Porlock4We zijn naar Engeland geweest.”

Wenkbrauwen fronsten, en ze meenden meteen dat ik een grapje maakte. Niet moeilijk in een bedrijf waar zowat de hele bende voor een tweetal weken Het Laatste Nieuws gaat lezen in een all-in in Torremolinos, maar we zijn er dus echt voor een weekje tussenuit geweest en dit naar een van de uithoeken van het fiere Albion.

Het leek er even op dat deze trip, waar ik – deerlijk overwerkt – lang naar uitgekeken heb, op het laatste nippertje gejinxt leek te worden. Het was een laatste hectische week voor de vakantie, waar ik, tussen soep en patatten, trachtte om een en ander in te pakken, de zaken te regelen op het werk voor mijn afwezigheid, en bovendien nog met de wagen naar de autokeuring moest om zo maar eens wat op te noemen. Laat ik nu net, op weg naar die keuring, een of andere zonderlinge motorstoring hebben, waardoor er onmiddellijk allerhande doemscenario’s door mijn kruin begonnen te spoken, en dat met een strak geregisseerd schema waarbij ik de volgende dag met diezelfde wagen op de autotrein diende te geraken.

Gelukkig zijn er nog garages waar ze u meteen proberen te helpen en toch al tenminste de boel eens uitlezen, om dan laconiek te horen te krijgen dat het wel een of andere glitch in de elektronica zou geweest kunnen zijn en ik in principe met gerust gemoed kon vertrekken gezien de wagen plots prima in orde leek. U kan begrijpen dat ik nadien met een klein hartje alsnog naar de keuring reed – met vlag en wimpel geslaagd – en de ochtend nadien, met een even ongemakkelijk gevoel in Calais aan de Eurotunnel arriveerde.

(of dat probleem met mijn wagen nog terugkomt zien we dan wel later. Ondertussen draait hij terug als een tierelier)

Dolletjes daar, aan Le Tunnel, alwaar nummerplaatherkenning er voor zorgt dat je als een fluitje van een cent kunt inchecken en je een uur later met je hele hebben en houden het kanaal “ondersteekt”. Ook daar was ik er niet helemaal gerust op, gezien ik eigenlijk niet echt wist wat ik aan de andere kant kon verwachten qua rijplezier (?). Ik heb reeds meermaals met een “linkse” wagen links gereden, maar met een “rechtse” wagen, en dan nog mijn eigen vehikel, mezelf tussen de Engelse Petrol Heads wagen leek me toch iets om met grote voorzichtigheid tegemoet te kijken. Gelukkig was er Penelope, die niet alleen de routeplannetjes en de GPS in het oog hield, maar me er vooral op wees om vooral links te houden.

Dat links rijden met een “rechtse” wagen bleek enorm goed mee te vallen en went snel, zeker op de motorways, maar ik moet toch kwijt dat ik me – op de gewone wegen – bijzonder diende te concentreren. Op het gebied van de staat van (snel)wegen hebben we alleszins niets te leren van de Engelsen; lapwerk allerhande en potholes galore maakten dat ik me snel thuisvoelde, ook al reed ik aan de verkeerde kant van de baan. Eenmaal de snelweg verlaten begon het pas helemaal interessant te worden met smalle verbindingswegen, afgezoomd met metershoge hagen, en waar amper twee postkoetsen naast elkaar kunnen passeren. No margin for error, en dan ben ik nog niets een begonnen over de ronde punten, waar ze u in de UK mee doodgooien. Die mensen hebben zelfs een rond punt op de overloop om van de slaapkamer naar het toilet te gaan. Best even opletten dus.

Zo kwamen we na een lange dag aan in Porlock, een negorij aan het Bristol Channel op een boogscheut van Wales, en de perfecte uitvalsbasis voor een paar stevige wandelingen in het Exmoor National Park. Een énig dorpje, Porlock2zouden de Nederlanders zeggen, en dit was inderdaad het prototype van het rustig ingeslapen Victoriaans dorpje met (alweer) erg smalle en bochtige wegeltjes, typische cotttages en braaf vriendelijk volk. Afin, “Merry Old Englandtout-court, ver weg van de overbevolkte en politiek correcte Britse steden, en aldus het soort van dorp waar Gromit (die van Wallace) in de schenen bijt van Postman Pat en die laatste dat – zich duizendmaal verontschuldigend – helemaal niet erg vindt. Bizar genoeg hebben we een hele week stralend weerPorlock1 gehad, en dat lijkt wel iedere keer het geval te zijn wanneer ik het kanaal oversteek. Ik lijk dus een goed effect te hebben op het Britse klimaat, doch wellicht maak ik mezelf dat maar gewoon wijs.

Hoe het verder gaat, en hoe onze B & B beviel, vertel ik u graag de volgende keer!

 

Teloorgang

geslotenHet was alweer een jaar geleden dat ik de fiets nog eens van onder het stof had gehaald. Toen kwamen we – een aantal kameraden van weleer uit het dorp – op het lumineuze idee om een “staminee-toer” per fiets te organiseren, en dan meer bepaald een ritje langs de adressen waar we als jong geweld de toog onveilig maakten. Gezien we verleden jaar tijdens de zomermaanden afgesproken hadden en als dusdanig voor een aantal cafés met bordje “gesloten wegens jaarlijks verlof” kwamen te staan werd voor de maand juni geopteerd met het idee dat we dan tenminste niet voor gesloten deuren zouden staan.

Het werd, zoals verleden jaar, een tour-de-nostalgie waarbij we hoopten om nog even de sfeer van vroeger te kunnen opsnuiven. De goeie (?) oude tijd waarin we steevast, per fiets of te voet, een aantal kroegen afschuimden, in ons dorp en de parochies daarrond, om pas tegen twaalven – en reeds goed “geladen” – op het eindpunt van de avond aan te komen wat dan meestal een of andere fuif van een jeugdvereniging was, waar je dan vaak geen ingang meer moest betalen.

Het was ons daarentegen – en wellicht uzelve – reeds opgevallen dat meer en meer cafés de deuren sluiten, en dat op nog geen twintig jaar tijd, en zodus wordt het tegenwoordig even zoeken en plannen in functie van de etablissementen die nog open zijn.

Had het te maken met de voetbalmatch van dit weekend? Veel cafés waren gewoonweg gesloten, en in de paar plaatsen waar het licht nog brandde, kon je de stamgasten op de vingers van twee handen tellen. Een waard wist ons te vertellen dat het tegenwoordig niet veel soeps meer is op zaterdagavond en het dus niet specifiek aan het voetbal lag; integendeel, dat was vroeger net een reden om naar de kroeg te versassen. Meer nog, rond elven zijn de deuren meestal gesloten, wegens te weinig volk op de straat. Een zwaar contrast met twintig jaar geleden, toen je op een doorsnee zaterdagavond, ergens ten velde in het centrum van de parochie, meestal drukbeklante cafés trof waar iedereen, van jonge snotneus tot ouwe grijsaard in een gezellige sfeer “op zijn pinten ging”.

Schijnbaar ligt het aan de prijs van het bier, waardoor iedereen thuis drinkt, de rookwet (tja) en de veranderde mentaliteit – laat ik het maar de voortschrijdende individualisering noemen – die maken dat de meeste mensen het dorpscafé links laten liggen. En dat voor een bierland… Misschien moet er maar eerst iets gebeuren aan de bierprijzen, en misschien moet er nog eens een “jaar van het dorp” georganiseerd worden.

Ik vind het alleszins een zorgelijke evolutie, want verliest het dorp zijn ziel niet wanneer het laatste café gesloten is?

Bollekenskermis

winston-churchill-socialismWie bij ons, in de Dijlestad (die andere Dijlestad), voor de organisatie tekende van de stembureaus had wellicht nog een serieus stuk in zijn kraag van de avond daarvoor. Bloedheet was het in die sporthal, en iedereen stond daar maar kriskras door elkaar naar het begin van zijn/haar rij te zoeken. Al rondvragende of “dit wel de juiste rij was” kwam ik in gesprek met twee wildvreemde mensen die me achteraf – nog even wildvreemd zijnde – uitnodigden om koffie te gaan drinken op de Grote Markt. Sociaal-misantroop zijnde moet ik toegeven dat dit soort lichtpunten maken dat zelfs ik nog enige hoop in de mensheid heb. Het was daarentegen markant om het beleid van de laatste jaren in actie te zien, waarbij een aantal totaal Nederlandsonkundige mensen ook een poging kwamen doen om hun vaderlandse (?) plicht te vervullen. Niet alleen de grondwet is een vodje papier, maar het paspoort schijnbaar ook. Ik stemde dan ook met de vaste overtuiging dat – onder andere – dit soort van exploten eens flink aangevezen wordt, maar dit wordt, gezien de uitslag, nog even koffiedik kijken.

Het was alleszins te verwachten dat – de traditie indachtig – zelfs de verliezers zichzelf tot winnaar zouden uitroepen. Meer nog, het was haast om van uw stoel te vallen dat de roden reeds aan initiatiefrecht dachten omdat ze nog steeds “de grootste politieke familie” zijn. Il faut le faire, gezien – in absolute stemmenaantallen en aldus “one-man-one-vote” gerekend – de N-VA een stuk groter is dan zowel de PS als de PS-Flandre tesamen, maar het kromme systeem D’Hondt, in tegenstelling tot het Nederlandse kiessysteem (evenredige vertegenwoordiging), zorgt er voor dat de regimepartijen nog steeds een reddingslijn hebben. Zo is het dat in dit land, een Waalse zetel nog steeds minder stemmen nodig heeft dan een Vlaamse zetel, maar buiten dit fait divers zijn we uiteraard eendrachtig.10338386_10154278772180227_5062788704247483937_o

Wellicht zijn er nog ergens een paar verdwaalde geitenwollensokken te vinden die menen dat de politiek om de mensen draait, maar de aandachtige toeschouwer zal reeds lang begrepen hebben dat dit land geen democratie is maar eerder een particratie, waar belangengroepen, en meer bepaald de traditionele zuilen, er alles aan zullen doen om de machtsverhoudingen en daaruit vloeiende inkomsten, zoals die van oudsher bestaan, onder geen beding kwijt te spelen. Meer nog, het draait vooral om het voortbestaan van het systeem an sich, en dat wordt almaar meer en meer en vooral pijnlijk duidelijk.

Zoals er het er nu uitziet heb ik geen al te optimistische verwachtingen in verband met de regeringsvorming. Ik vrees dat het systeem zichzelf, kost wat kost, zal heruitvinden, en dat Jan met de pet, wederom 5 jaar van groot staatsmanschap zal slikken om vervolgens in het “Griekenland aan de Noordzee” wakker te worden. In een normaal land zou het negeren van de grondstroom uitmonden in regelrechte rebellie, volksopstanden en zelfs revoluties, doch in dit land lijkt het makke volk vooral gedwee het hoofd te buigen. Zelfs Lamme Goedzak had meer ruggengraat. Aan mijn stemgedrag zal het alleszins niet liggen. We gaan alleszins nog boeiende weken tegemoet.

Nu u me toch heeft toegestaan om even mijn gal te spuien, kan ik u toch vermelden dat ik het – op de dag van de kiezing zelve- niet echt aan mijn hart heb laten komen. Het was namelijk de verjaardag van Penelope, en ondanks het verkiezingsinterludium hebben we er toch een bijzonder fijne dag van gemaakt, met de komende vakantie in het achterhoofd. Hét perfecte recept om voor een keer niet in totaal cynisme te vervallen. Er zijn tenminste nog zekerheden in het leven!

 

Een teken van leven

 

England_Exmoor_Valley_Of_Rocks_ViewIs het alweer twee maanden geleden dat ik hier nog iets achtergelaten heb? Verschoning ende excuses beste lezers, maar u zal wellicht begrepen hebben dat ondergetekende andere zaken aan zijn hoofd had. Pokkedruk beste lezers, pokkedruk! Vaak denk ik dat bloggen eigenlijk enkel besteed is aan diegenen die van 9 tot 5 werken en daarna met gerust gemoed de deur van het werk kunnen dichttrekken. Of zoals ikzelve, die – ondertussen jaren geleden – in weliswaar vermaledijde shiften werkte maar eens thuis mij kon wentelen in de wetenschap dat een collega de zaken waarnam en ik enkele dagen van zalig nietsdoen voor de boeg had. Tegenwoordig is het echter zo dat ik vaak “leeg” thuiskom en het niet de eerste keer is dat ik daarna nog laat bezig ben om de zaken draaiende te houden. Personeelsgebrek weet u, en te weinig budgettaire ruimte om extra volk, laat staan competent – lees “duur” – volk aan te werven. Niet dat ik het niet graag doe – ik zwem in de juiste vijver – maar ook voor mij kan het nét iets teveel worden. Of ik dat nog lang ga volhouden is een andere kwestie, maar ondertussen ploetert de boer voort en staat zijn goesting te vaak op een laag pitje om des avonds nog veel letters te vreten en op deze blog te plaatsen.

Gelukkig zijn er nog die dingen waar een mens naar uitkijkt. Neem nu de vakantie die Penelope en ik, tussen de soep en de patatten, hebben gepland. Slechts een 8-tal dagen en als dusdanig een eerder korte break, maar voorlopig noopt de bovenstaande paragraaf me tot korte vakanties om niet te verzuipen in arbeidsvreugde. Maar toch, de vakantie is gepland en wat er geboekt diende te worden is ondertussen geboekt.

Waar sommigen mij durven verdenken van al te grote sympathie voor de Oosterburen en de Pruis in het bijzonder, heeft mijn toch wel iets sterkere anglofilie ervoor gezorgd dat we ditmaal naar Somerset en Devon trekken, en meerbepaald het Exmoor National Park, om vervolgens via een ommetje Bath naar Sussex te trekken om het Weald and Downland Open Air Museum te bezoeken. Schone vooruitzichten, niettegenstaande ik – als geoefende linksrijder – toch enigszins huiverachtig sta tegenover het links rijden met een “rechtse” auto, laat staan mijn eigen auto. Penelope zal mee uit de doppen moeten kijken. Het spreekt vanzelf dat u zich ter zijner tijd mag verwachten aan een geïllustreerde reportage over deze reis.

Wanhoop dus niet; ik heb enkel last van een writer’s block, en laat dat slechts tijdelijk zijn!

 

Winter

“Het gaat geen winter meer worden”, zei onze tuba-solo me, toen ik verleden weekend een “luchtje” ging scheppen tijdens het jaarlijkse teerfeest van onze fanfare (waar anders zou ik een tuba-solo tegenkomen?).

Volgens sommige onheilsprofeten ligt het aan de opwarming van de aarde, maar ik kan u vertellen dat ge de zachte winter enkel en alleen te danken hebt aan ondergetekende.

U herinnert zich wellicht de laatste twee winters, waarbij uw Middernachtsdromer op de meest onchristelijke uren hele blizzards diende te doorstaan, door centimeters sneeuw diende te ploegen en zich, met de billen toegeknepen, op ware ijsbanen begaf, en dit alles zonder sneeuwbanden, omdat ik die toch wel wat te duur vond voor dat beetje sneeuw, althans zo redeneerde ik voor het begin van die winters. Ze zouden me niet liggen hebben dit jaar, en reeds begin december had ik een paar spiksplinternieuwe winterbanden onder mijn ijzeren ros hangen.

Het moest toch wel lukken dat Murphy, dat onzalige cynische creatuur, gezien had dat ik winterbanden had gekocht met de zachte winter als gevolg. ‘t Is aldus graag gedaan, maar ik vraag me af wat er gaat gebeuren wanneer ik voor de komende zomer een tuinset met grote parasol koop. Slecht idee me dunkt?

Andorra

Ik dacht dat ik deze keer eens niet geradbraakt op mijn bestemmingIMG_20140129_095211 ging aankomen – de urenlange busreizen van weleer in gedachten – omdat ik ditmaal met het vliegtuig ging skiën. Dat was dan even gerekend buiten het feit dat het vliegtuig reeds om 07u10 op Schiphol (!) vertrok en we dus ergens rond half drie des ochtends uit onze nest moesten kruipen om er tijdig te geraken, gevolgd door een vliegreis met een veel te kleine seat-pitch (met mijn knieën naast mijn oren) om dan een 3 uur lange trip van Barcelona naar Andorra te maken in een Spaanse bus op dwergenmaat (weeral in een of andere rare Sadhu-pose). Aldus voor driekwart geradbraakt en dat is uiteraard beter dan helemaal uitgewrongen op je vakantiebestemming aan te komen.

Voor iemand die 4 jaar niet geskied heeft was ik eigenlijk enorm verrast dat deze edele Alpijnse sport net zoals fietsen is: ik kon er meteen tegenaan en naar mijn gevoel skiede ik zelfs beter dan ooit. Uit-ste-ken-de condities ook, met verse sneeuw en veel zonneschijn, om nog maar te zwijgen van de knappe pistes (+200km!) en de ultramoderne infrastructuur waarmee klaar en duidelijk gesteld kan worden dat de Andorrezen op dit gebied van niemand lessen hebben te leren. IMG_20140128_131814De quotering van de pistes laat echter te wensen over, en volgens mij had de plaatselijke Andorrese skipiste-inspecteur een grandioos stuk in zijn kraag toen hij de kleurkes toewees. Zo hebt ge bepaalde “blauwe” pistes die zo smal, steil en hobbelig zijn dat ge al een verdomd slecht karakter moet hebben om daar beginnelingen van af te sturen, om nog maar te zwijgen van sommige brede, rustig glooiende “rode” pistes, waar je zelfs met een lange aanloop niet over de laatste heuvel geraakt en je jezelf de berg moet opduwen. Eerder donkerpaarse en lichtroze pistes, en in het “mezelf-de-berg-opduwen” heb ik dit jaar goud gehaald. Nu nog leren bergop skiën.

Andorra, een voorschoot groot, waar de valleien vol hotels, banken en winkels voor goedkope tabak en alcohol staan, en waar voor de rest geen gebenedijde f*ck te beleven valt, tenzij dan op de pistes, en slechts tot vijf uur in de namiddag, want dan sluit het sneeuwcircus onherroepelijk en kunt ge u – zonder après-ski – terugtrekken in uw hotel waar u een ongezellige bar wacht en sommigen het aandurven om het vocht wat uit de tapkraan komt te duiden als bier. IMG_20140130_152732Gezien ik voorheen slechts in Frankrijk en Oostenrijk heb geskied, waarbij dit laatste land zeker mijn voorkeur wegdraagt was het dus even slikken. Zeker wanneer ge u de ambiance herinnert in de Österreichische Skigebiete. Ditmaal geen overheersend Duits, Nederlands en Engels op de piste doch Spaans, Spaans, Spaans en… Russisch. Wat de Spanjaarden betreft kan ik u vertellen dat dit zowaar grotere onnozelaars zijn dan de jonge Duitsers die, zichzelf zwaar overschattend op hun strijkplank, de Oostenrijkse pistes onveilig maken. Meer nog, in de vier jaren die ik zonder wintersport doorbracht ben ik schijnbaar hopeloos achterop geraakt. Tegenwoordig heeft iedere sneeuw-hipster een camera op de helm staan, en gezien de aanwezigheid van Wifi in alle liftstations, zal het niet lang meer duren eer de peer pressure dicteert dat uw exploten live worden gestreamed op een of andere sociale netwerksite.

Ook nieuw – althans voor mij – zijn de ingebouwde intercoms en walkietalkies, waarmeeIMG_20140131_141623 ge uw gezelschap op ieder moment op de hoogte kunt houden van uw positie, resulterend in een kakofonie die niet alleen de radiofrequenties teistert maar ook mijn zenuwen, zeker wanneer het halve terras door zo’n apparaatje aan het kakelen is. Dat laatste, kakelen en ratelen als kippen zonder kop, van ’s ochtends tot in de vroege uurtjes, lijkt dan weeral tot de plaatselijke memen te behoren. Zo werden er plots 2 lagere schoolklassen in ons hotel gedropt met alle gevolgen van dien. Waar gij hoopt op een verkwikkende nachtrust wordt gij tot half twee in de ochtend wakker gehouden door kirrende Spaanse kinderen die het erg leutig vinden om door de gangen te rennen terwijl de leraars doodleuk in de bar zitten (de Europese subsidie voor tucht en orde was wellicht nog niet gestort) en ge zodus eerst denkt aan niet-realistische maatregelen – napalm, zenuwgas of hun hoofden op staken voor het hotel spietsen – om daarna op realistische maatregelen over te stappen – hoe zeg je “shut the f*ck up” in het Spaans – totdat de hotelbaas er tussen diende te komen en ons en de andere hotelgasten bezwoer om nooit nog scholen in zijn etablissement toe te laten.

Nu we toch bij het hotel zijn aanbeland; dat was in alle geval netjes doch de haperende wifi en het eten lieten veel te wensen over. Diezelfde koks – of wat er voor door moet gaan – die u des zomers een vettig en veel te duur prakje voorschotelen aan de Costa Brava, verhuizen in de winter naar deze gebieden, en onze darmen hebben het geweten. We waren alleszins niet de enigen die last hadden van de ingewanden, daar ik de Russen meermaals het woord “kak” hoorde zeggen (een flauwe mop, ik weet het).

Van Russen gesproken. Zelden een vakantiegebied gezien dat als dusdanig geïnfesteerd was met “nouveaux riches” uit het Oosten. Ge hoort ze – luidruchtig – merkt ze – lomp en boers vanwege het idee dat ge u alles moogt permitteren als ge veel geld hebt – en ge kunt ze gemakkelijk herkennen, steevast met het duurste en nieuwste materiaal uitgerust en gekleed volgens de laatste (ski)mode. Vooral dan de vrouwen, die ofwel giftig roze of gouden skijasjes hebben of zich tooien in een of ander luipaardmotief, afgezet met echt bont (uiteraard) en voorzien van het logo van Sochi 2014. Niet echt een aanwinst op de piste; geloof me.

IMG_20140129_103805Afin, gezien de prijs van deze last minute hebben we weinig reden tot klagen, we gingen nu eenmaal skiën en dat aspect viel ons bijzonder goed mee, en de begeleidster – Hollands en dus alles keurig geregeld – deed toch wel erg haar best om het naar onze zin te maken. Misschien dat ik het de volgende keer toch zelf plan (vanuit Brussel dan) of toch maar terug richting Oostenrijkse bergen ga. Want ik heb ze gemist, die Oostenrijkse Gemütlichkeit, en Anton. Anton aus Tirol.

Eindoordeel Andorra: 7/10